Syrië vindt: Israelische regering "te fragiel'

DAMASCUS, 14 JAN. “De huidige Israelische regering is te fragiel om vrede te kunnen sluiten met haar Arabische buren”, aldus de Syrische minister van buitenlandse zaken, Al-Shara'a, gisteravond bij de aankomst van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van den Broek, voor een tweedaags bezoek aan Damascus. Om die reden, aldus Al-Shara'a, doet de regering-Shamir in Israel niet genoeg om het vredesproces tot een werkelijk goed einde te brengen. “Ik wil graag optimistisch zijn, maar ik moet ook realistisch blijven. De houding van Israel is het voornaamste obstakel in het vredesproces.”

De hardheid van toon van de Syrische minister overtrof nog de verwachtingen van de bezoekende Nederlandse delegatie. De Syrische minister noemde de atmosfeer bij de vredesbesprekingen in Washington niet bijzonder goed. De houding van de Israelische delegatie kon hem niet overtuigen van haar goede bedoelingen, zei hij, getuige ook het feit dat zij morgen alweer vertrekt. “Dat bewijst dat zij niet serieus aan het vredesproces wil deelnemen”. Volgens hem moeten de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap een veel krachtiger rol spelen in het doen voortgaan van het vredesproces.

Behalve met Al-Shara'a zal Van den Broek ook praten met president Assad. Beide ministers noemden gisteren de betrekkingen tussen Nederland en Syrië zeer goed. Een van de punten van verschil is, afgezien van de houding tegenover Israel, het huidige wapenembargo van de Europese Gemeenschap tegenover Syrië, dat sinds 1986 bestaat. Syrië dringt er sinds de oorlog in het Golfgebied sterk op aan dat de EG dit wapenembargo opheft, maar Nederland is een van de landen die een dergelijke maatregel blokkeren.

Volgens Van den Broek moet je niet middenin een vredesproces ineens wapens leveren aan een van de betrokken partijen. De Nederlandse delegatie heeft er de Syriërs vanochtend op gewezen dat Nederland aan geen van de deelnemers aan het vredesproces in het Midden-Oosten wapens levert. Als men dan iets positiefs wil doen voor de houding die Syrië tijdens de Golfoorlog heeft ingenomen, dan zou dat volgens de Nederlandse opstelling binnen de Europese Gemeenschap veel eerder iets in de financiële of economische sfeer moeten zijn.