Pressler groot pianovertolker en leider samenspel

Concert: Beaux Arts Trio. Programma: Haydn, pianotrio in d, hobo. XV nr. 23; Schumann, pianotrio in g, opus 110; Mendelsohn, pianotrio in d, opus 49. Gehoord: 13/1 in Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Van het in 1955 opgerichte Beaux Arts Trio is pianist Menahem Pressler het enige lid dat uit de oorspronkelijke bezetting is overgebleven. Maar getuige zijn unieke spel gisteravond is hij ook nog steeds degene die zowel letterlijk als figuurlijk in dit superieure ensemble de toon aangeeft.

Alle bezwaren die ooit zijn aangevoerd tegen het pianotrio als genre of tegen het gebruik van de moderne vleugel in combinatie met viool en cello, verdwijnen als sneeuw voor de zon bij het horen en deels ook zien van Presslers verrichtingen. Hij laat de klep van de vleugel - ook bij Haydn - wijd open staan, zodat indien nodig de volle sonore pracht van het hedendaagse instrument benut kan worden. Maar tegelijk brengt hij dankzij een uitgekiende pianotechniek die volledig op het triospel is afgestemd, een perfect klankevenwicht tot stand tussen piano en strijkers.

Presslers technisch raffinement en dat van zijn medespelers vormt echter slechts een noodzakelijk, zij het uiteraard zeer belangrijk onderdeel van het oermuzikale samenspel. Af en toe laat Pressler in een solistische passage zijn schitterend heldere cantabel toucher tot volle bloei komen, maar in het samenspel is hij steeds degene die al dienend leidt. Het hoofd vrijwel non-stop gewend naar violist Isidore Cohen, die op zijn beurt een duidelijk maar minder ostentatief oogcontact met solist Peter Wiley onderhoudt, zorgt Pressler ervoor dat de muzikale band tussen de spelers minder wordt verbroken. Pressler verenigt in zich de kwaliteiten van een groot pianist en een kamermusicus voor wie samenspel waarbij elk van de deelnemers volledig aan zijn trekken komt, het allerdierbaarste goed is.

Als verbindende schakel tussen violist en cellist vindt Pressler zijn weerga niet. En zodoende levert de precisie, het stijlgevoel en bovenal de nimmer aflatende hartstocht van het trio samenspel op van de hoogst denkbare orde: schoon van klank en tegelijk hartverwarmend.

Na een bewonderenswaardig levendige vertolking vol kleine humoristische trekjes van het Haydn Trio, hield het ensemble een indrukwekkend hartstochtelijk pleidooi voor het Schumann Trio. Mij overtuigden ze slechts gedeeltelijk van de waarde van dit late Schumann-opus.

Zonder meer ideaal was de vertolking van het door Schumann terecht bewonderde Mendelsohn Trio. In de langzame delen werd Mendelsohns zoetgevooisde cantabiliteit voorzien van de vereiste dosis muzikale spanning. In het scherzo speelden de musici met zeldzaam raffinement Mendelsohns kostelijke toverkunsten uit. Het dankbare publiek werd tot slot beloond met een indrukwekkende toegift: een deel uit Dvoraks onvolprezen Dumky Trio.