Oorlogsbuit "herontdekt'; Rusland geeft Nederlandse archieven terug

MOSKOU, 14 JAN. De Russische autoriteiten zijn bereid meer dan dertig tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland verdwenen archiefcollecties met enkele duizenden dossiers terug te geven. Dat heeft Anatoli Prokopenko, vice-voorzitter van het Comité voor Archiefzaken van de Russische regering, verklaard.

De collecties bevinden zich in het zogenaamde "Speciale Archief', dat in 1945 in Moskou werd ingesteld om op Duitsland buit gemaakt archiefmateriaal op te bergen. Het Speciale Archief bevat miljoenen dossiers uit alle landen van Europa, zoals het complete archief van de Sûreté Générale, de Franse geheime dienst. Het materiaal werd in 1943 door de Duitsers uit Berlijn geëvacueerd in verband met de bombardementen op die stad. Het Sovjet-leger trof het aan in Polen en Tsjechoslowakije en nam het mee naar Moskou, waar het werd opgeborgen in het Speciale Archief. Tot voor kort was zelfs het bestaan daarvan onbekend.

Volgens Prokopenko, die tot vorig jaar zelf directeur was van het Speciale Archief, wil men de collecties aan de landen van herkomst terug geven. De enige voorwaarde is dat het materiaal dat de Russen interesseert, op microfilm achter blijft.

De Nederlandse archiefcollecties zijn van diverse aard. Er zijn stukken bij van het Ministerie van Oorlog, het Reichs Kommissariat voor de bezette gebieden in Nederland, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Internationaal Archief van de Vrouwenbeweging, de uitgeverijen Allert de Lange en Pegasus, enkele banken, katholieke verenigingen, joodse instellingen, vrijmetselaars, pacifisten. Prokopenko's toezeggingen hebben geen betrekking op het materiaal in het Speciale Archief over Nederlandse Oostfrontstrijders in Sovjet-krijgsgevangenschap. Dat is immers niet uit Nederland afkomstig.

Na de mislukte putsch van augustus vorig jaar heeft er een revolutie plaats gevonden in de Russische archieven, die jaren lang hermetisch gesloten waren. Het hoofddirectoraat van de Sovjet-archieven is opgeheven en zijn chef Fjodor Vaganov met pensioen gestuurd. De macht ligt nu bij het Russische archiefcomité. De archieven van de Communistische Partij en de Staatsveiligheidsdienst KGB gaan open, al moet het materiaal eerst nog door een commissie geschift worden. Het voormalige Centrale Partij-archief is sedert begin dit jaar onder een nieuwe naam en leiding al wel open voor onderzoekers, inclusief de archieven van Stalin, Lenins chef van de geheime dienst Feliks Dzerzjinski en de Komintern. Van het materiaal dat de communistische ideologen niet geschikt achtten voor Lenins verzamelde werk, wordt nu een aparte uitgave voorbereid. Het aparte archief van het Centrale Comité moet binnenkort ook open gaan.

De schaduwzijde bij deze doorbraak is evenwel dat de Russische archieven volledig berooid zijn en nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Het is daarom een reëel gevaar dat het nog maar net ontsloten materiaal op den duur opnieuw niet voor onderzoek beschikbaar zal zijn, ditmaal door geldgebrek.