Nieuwjaarsrede

"Inteelt' onder wetenschappelijk personeel zal zeker voorkomen, net zo als onder elk ander personeelsbestand.

In het reguliere bedrijfsleven is voorkomen en bestrijden hiervan een normale management taak. De constatering in de nieuwjaarsrede van de voorzitter van het college van bestuur van de Twentse Universiteit, C. van Lookeren Campagne (NRC Handelsblad, 8 januari) geeft aan dat de managers van de universiteit, de professoren, tekortschieten. Dit is allerminst verbazingwekkend. Nog steeds worden zij, net als het meeste andere universitaire wetenschappelijke personeel, voornamelijk aangesteld op grond van hun onderzoekskwaliteiten. Dat derhalve hun managementskwaliteiten tekort - kunnen - schieten is logisch. Hieraan iets veranderen zou een veel betere benadering van het probleem zijn dan het wel erg simplistische tijdelijke contract-voorstel.

Er zijn ook nog bezwaren van praktische aard. Een normaal academicus moet tegenwoordig eerst promoveren (tijdelijke aanstelling van vier jaar tegen minimaal salaris), vervolgens nog twee zogeheten post doc aanstellingen (tweejarige aanstelling, eveneens niet best betaald) doorlopen, alvorens hij een nog steeds uiterst geringe kans maakt op een vaste aanstelling bij een academische instelling. De aantrekkingskracht van de universiteit als carrière is derhalve al uiterst gering. Die zal door invoering van nog weer een tijdelijk contract, waardoor een academicus in zijn handjes mag knijpen als hij op zijn veertigste zijn eerste "vaste contract' heeft, alleen maar verder afnemen. Dit zal de kwaliteit van het universitaire onderwijs en onderzoek niet ten goede komen. Uiteindelijk zullen alleen diegenen, die echt nergens anders een baan kunnen vinden, een aanstelling bij de universiteit overwegen.

Door de overheid is de laatste jaren nogal fors bezuinigd op de universiteiten. Dit heeft ondermeer geleid tot het nagenoeg opdrogen van vacante vaste aanstellingen, alsmede tot braindrains naar Amerika en de computerindustrie. Als jonge, net gepromoveerde, onderzoekers geen baan meer in Nederland kunnen vinden, waar blijven dan die "veertigers'. Geen bedrijf die ze wil, ze zijn te oud, en te gespecialiseerd.