Nieuw literatuurprogramma wel erg oppervlakkig

“Ik ben gewoon een lezer, ik heb niet bar veel gelezen en ik wil samen met u ontdekken wat interessant is.” Zo introduceerde NCRV-presentator Hans Born zich gisteravond aan het begin van Boek in Waterland, een nieuw tweewekelijks programma over boeken en schrijvers. Uit een dergelijke aankondiging mogen we afleiden dat het programma zich nadrukkelijk op kijkers richt die nog geen verwoede lezers zijn. De uitzending wordt mede mogelijk gemaakt door de keten van Libris-boekwinkels, en ook dat brengt met zich mee dat het er in de eerste plaats op uit is de boekverkoop te stimuleren.

Om het grote publiek duidelijk te maken dat lezen leuk kan zijn, begint het programma iedere keer met een rubriek De Boekenkast: een bekende Nederlander laat het volk zijn boekenbezit zien. Gisteravond was zangeres Imca Marina de uitverkorene. Tegen een achtergrond van E viva Espagna - "ik houd van wijn en romantiek' - vertelde zij dat ze dol is op lezen. “Ik ben altijd blij met de boekjes die ik krijg.” We mochten zien hoe ze letterlijk in een soort hoge boekenkast woont. Uit alle wanden kijken boeken haar dag en nacht aan. En alle meubelen in haar huis, zo weten we nu, zijn met stapels boeken bedekt.

Zoals gisteren duidelijk werd staat de formule grote-naam-met-veel-boeken niet automatisch garant voor een boeiend programma. Zo bleek mevrouw Marina maar weinig zinnigs te kunnen zeggen over al die boeken om haar heen. “Hier staat de verzamelde Schiller” hoor je haar achteloos opmerken, maar dan wil je ook wel eens willen weten wat in Schiller de zangeres van wijn en romantiek dan zo aanspreekt. Jan Wolkers, van wie ze fan is, vindt ze "heel leuk', Herman Pieter de Boer is "geestig', Marjan Berk is "enig' en Lodeizen heeft een "hoog niveau'. Maar waarom precies?

De fout van een programma als Boek in Waterland is dat het te veel steunt op korte, platte interviews. Omdat de presentator zich heeft voorgenomen zo min mogelijk van zijn onderwerp te weten, moet alles wat er gezegd wordt van anderen komen. Gisteren werden na het onderwerp over Imca Marina drie Nederlandse schrijvers genterviewd, Jean-Paul Franssens, Dirkje Kuik en P.F. Thomése, maar geen van drieen goed kwam uit de verf. Bij Dirkje Kuik was er nog een bescheiden poging gedaan het interview in te bedden in een reportage over een voorleesavondje, maar ook dat leverde weinig meer op dan een bijziende schrijfster die een stukje uit haar boek voorleest en twee nadrukkelijk in beeld gebrachte damesschoenen op een wenteltrap.

Hans Born zou volgende keer wat minder de rol van gereformeerde droogstoppel moeten spelen. Hij stelt nu aan de lopende band domme vragen in de hoop dat de schrijver reageert. Maar de meeste schrijvers zijn zo door de wol geverfd dat ze dat niet doen. Gisteren lukte het eigelijk alleen een beetje bij Jean-Paul Franssens. Hij werd bijna echt boos over de veronderstelling dat hij er op uit is taboes te doorbreken. Het leverde drie mooie minuten op.