Nieuw gezelschap De Akteurs speelt Kinderen van de Zon; Illusies van rijke escapisten

Voorstelling: Kinderen van de Zon van Maxim Gorki door Stichting De Akteurs. Regie, spel en produktie: De Akteurs; vertaling en bewerking: Noël Fischer; muziek: Theo Nijland; Gezien 12/1 Theater De Balie, Amsterdam. Te zien t/m 25/1 aldaar. Tournee t/m 15/2.

Het pseudoniem van de Russische schrijver Maxim Gorki (1868-1936) betekent "bitter'. Treffender kon hij zichzelf niet portretteren. Als Tsjechov de elegische dichter is van de Russische toneelschrijfkunst rond de eeuwwisseling, dan is Gorki de retorische ondergangsprediker.

Hij bezit de opstandigheid van de verkeerd begrepen jeugd. Moeder uit 1907 was ooit een van mijn geliefde romans; zijn naturalistische toneelstuk Nachtasyl beschrijft het lot van het uitvaagsel der maatschappij, waartoe hij eens behoorde. Gorki werkt met heftige effecten en contrasten. Hoe diepzwart de teneur van Nachtasyl ook is, er spreekt idealisme uit voor een betere maatschappij.

Kinderen van de Zon dat nu sinds 1964 opnieuw in Nederland wordt opgevoerd, is een wonderlijke melange van innerlijke verstilling en dramatisch effectbejag. Het beschrijft de ondergang van drie intellectuelen - een scheikundige, een veearts en een schilder - die zich uitverkoren wanen, de "kinderen van de zon" uit de titel. Zij leven teruggetrokken op een landgoed, waarvan aan het slot de poorten gesloten worden vanwege de dreiging door de kinderen van de duisternis. Een bokkige, nukkige smid symboliseert dit onwetende volk.

Het stuk speelt zich af in 1905. Het Tsarenrijk dreigt ineen te storten. Op de drempel tussen oude en nieuwe tijd bespreken een stel rijke escapisten hun verloren idealen, vergeefse illusies, liefdesperikelen. Tsjechov dus, maar zonder het kwijnende en smachtende.

Het nieuwe gezelschap De Akteurs durft het aan zonder een regisseur de voorstelling uit te brengen; de groep van meer dan tien spelers en speelsters laat in de opvoering elke individuele stem weerklinken. Het gaat hen, zoals de naam al zegt, niet om een dwingende visie op het stuk maar om het spel. Hierin beluister ik een echo van de zo vaak geuite klacht van veel toneelspelers dat "het ambacht", "het vak" van het acteren de laatste jaren in diskrediet is geraakt.

Het resultaat is een uitvoering waarin de breuk met de vierde wand tot norm is verheven. Aan het begin stellen de spelers zich frontaal aan het publiek voor, elk met een karakterisering, zoals "Ik ben die en die en ben ervan overtuigd dat schoonheid de wereld redt". Aan het slot vindt als het ware de gesproken aftiteling plaats, met opmerkingen waarom de ziekelijke Liza bijvoorbeeld zo blij is eindelijk van haar rol verlost te zijn. Het gezelschap speelt de eerste twee bedrijven traditioneel, met psychologische inleving en al.

Aan inzet en geestdrift van de spelers twijfel ik geen moment, en ik kan me voorstellen hoe tijdens de repetities een aanstekelijke ijver in het lokaal hing, maar er bestaat een verschil tussen enthousiasme en kwaliteit. Sterker: de drang van een speler zich vol overgave en emotionaliteit uit te leveren aan een personage, diep weg te kruipen in de huid van een ander, belemmert juist het zicht op het personage. Dat is een van de paradoxen van het toneelspel, waar geen van de acteurs rekening mee heeft gehouden. Een gunstige uitzondering vormen Wil van der Meer als de cynische veearts en Karen van Holst Pellekaan in de rol van ziekelijke vrouw. Hun spel is transparanter en biedt zicht op de complexiteit van het personage. Bij de anderen was er nadrukkelijk een toneeltoon aanwezig, alsof ze wilden laten zien hoe mooi en zwoel (bij de dames) of juist verongelijkt (bij de heren) ze een zin konden uitspreken.

De laatste twee bedrijven worden niet gespeeld, maar al vertellend aan het publiek duidelijk gemaakt: "En toen kwam ik op en zei zus en zo...". Inhoudelijk is er iets voor te zeggen: nu de oude tijd voorbij is en de nieuwe tijd zich aandient, heeft de ingeleefde toneelkunst geen zin meer. Maar eigenlijk houd ik er niet van dat een actrice opeens uitroept geen zin meer in de voorstelling te hebben, want er zijn veel groter problemen dan een toneelstukje. Jaja, het ingebeelde martelaarschap van de kunstenaar.

Kinderen van de Zon balanceert op deze wijze tussen huizenhoge pretentie en sentimentele omgang met het toneelspelen. Ik miste de harde hand van een regisseur, die de spelers behoedt voor een rolinterpretatie die iets heeft van zelfbewieroking: zie mij eens acteren. Maar liefhebbers van een heel andere spelopvatting dan de mijne, zullen aan deze voorstelling ongetwijfeld plezier beleven: zij zullen ontroerd zijn waar ik terugdeinsde.