Nederland stapt in politiek mijnenveld

Het rumoer over het bezoek van minister-president Lubbers en minister Van den Broek van buitenlandse zaken aan Pretoria duidt erop dat Nederland nog niet gewend is aan de veranderde verhoudingen in Zuid-Afrika.

Het Afrikaans Nationaal Congres is van een verboden bevrijdingsbeweging een hoofdrolspeler geworden in de Zuidafrikaanse politiek, met als overheersend thema: het blanke minderheidsbewind van president De Klerk is niet legitiem en dient zo snel mogelijk te verdwijnen. Wie dan zonder overleg met het ANC ingaat op een uitnodiging van president De Klerk, in de ogen van zwarte politici de onbetrouwbare leider van een verkruimelende Afrikaner staat, kan rekenen op moeilijkheden.

Het ANC ziet zichzelf als een regering-in-de-wachtkamer. Op alle terreinen probeert het ANC de laatste maanden de regering-De Klerk te degraderen tot een schijnkabinet, dat het feitelijk al niet meer voor het zeggen heeft. De tweedaagse massale staking tegen de invoering van de BTW in Zuid-Afrika was daar een voorbeeld van, maar ook de vergaande invloed van het ANC op terreinen als onderwijs, sport en cultuur. Nederland maakt nu mee wat de Zuidafrikaanse regering al enige tijd ervaart.

Behalve gezichtsverlies bij de zwarte bevrijdingsbeweging kost het de Nederlandse Staat tenminste een retourticket Kaapstad-Johannesburg om de lucht te klaren. Morgen gaat de Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika, Van Buuren, op bezoek bij de afdeling buitenlandse zaken van het ANC in Johannesburg. Hij mag proberen het pijnlijke conflict tussen de voormalige voorloper in de strijd tegen de apartheid en de voormalige slachtoffers van de apartheid weg te masseren.

Zover had het niet hoeven komen. Het ministerie van buitenlandse zaken voert als verzachtende omstandigheden aan: het voortijdig uitlekken van het nieuws over het staatsbezoek en de slechte bereikbaarheid van het ANC vanwege de vakantieperiode in Zuid-Afrika. Maar als het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken daadwerkelijk overleg vooraf had willen hebben met het ANC, was dat mogelijk geweest. Nelson Mandela gaf nog een Nieuwjaars-persconferentie, veel ANC'ers waren aanwezig om de tachtigste verjaardig van de organisatie voor te bereiden, en de fax was zeker niet met vakantie.

Het lijkt er veel meer op, dat BZ met een formele benadering het ANC niet heeft willen “consulteren”, maar “verwittigen”, ervan uitgaand dat dank zij de goede historische betrekkingen een ontmoeting tussen Lubbers en Mandela als het ware zichzelf zou organiseren. Dit was op zijn minst onhandig in de huidige politieke verhoudingen in Zuid-Afrika. Het land verkeert in een schemerachtige overgangsperiode, waarin het ANC evenzeer partij is als de Nationale Partij, of Nederland dat nu wil of niet. Als hoofdrolspeler in de vorige maand begonnen Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa) heeft het ANC de eerste stap naar regeringsverantwoordelijkheid gezet. Het ANC zal naar verwachting over enkele maanden een aantal ministers leveren in een interim-regering van nationale eenheid.

Voor het ministerie van buitenlandse zaken is Codesa de waterscheiding in het proces naar een nieuwe, non-raciale grondwet in Zuid-Afrika, maar voor het ANC is de interim-regering het ijkmoment voor veranderingen in Zuid-Afrika. Het was de bedoeling dat Lubbers en Van den Broek de belangrijkste onderhandelaars van Codesa zouden ontmoeten om hen een Nederlands hart onder de riem te steken in de trant van: “Ga zo door, we steunen jullie”. Maar begin vorige week, toen het nieuws over het staatsbezoek bekend werd, stond er behalve gesprekken met president De Klerk en minister van buitenlandse zaken Pik Botha, nog niets op het programma voor 18 tot 20 februari.

De voorbereiding van het staatsbezoek van de eerste regeringsleider aan Zuid-Afrika maakt een onhandige en niet weloverwogen indruk. Nederland had zich verzekerd moeten weten van de steun van alle partijen alvorens een stap te zetten in het politieke mijnenveld van Zuid-Afrika, waar profileringspunten gretig worden aanvaard. Beter nog was het geweest te wachten op de interim-regering. Nu riskeert de Nederlandse regering een officieel bezoek dat de schijn wekt van eenzijdigheid en animositeit creëert met de toekomstige leiders van Zuid-Afrika, die Nederland ironisch genoeg in het verleden zo nadrukkelijk heeft gesteund.