Na twaalf jaar schrijft Gerben Hellinga weer voor toneel; Semmelweis, redder der moeders

Gerben Hellinga, toneelcriticus van Vrij Nederland en auteur van thrillers en televisiescenario's, schreef na een pauze van twaalf jaar een nieuw toneelstuk: Semmelweis. De voorstelling is vanaf morgenavond te zien bij het Ro Theater.

Rijp of niet, Nederlandse toneelstukken vallen tegenwoordig als appels van de boom. Dit seizoen gaat zelfs een recordaantal nieuwe stukken van eigen bodem in première. Dat is weleens anders geweest. Toen Gerben Hellinga (54) in 1969 zijn toneeldebuut Lekker blijven liggen maffen publiceerde, gold hij als een van de schaarse Nederlandse toneelauteurs. Ook in de jaren zeventig toen onder andere zijn toneelstukken Ajax-Feyenoord en Kees de Jongen, een bewerking van het gelijknamige boek van Theo Thijssen, het licht zagen, had hij weinig concurrentie te duchten.

Maar na Mensch durf te leven in 1979, een stuk over muzikanten en Pisuisse in de jaren twintig, schreef Hellinga lange tijd niet meer voor toneel - wel begon hij drie jaar geleden wekelijks óver toneel te schrijven in het weekblad Vrij Nederland. Pas nu, na twaalf jaar, is een nieuw stuk van hem verschenen. Semmelweis, geschreven in de vorm van één lang gesprek dat zich over twintig jaar uitstrekt, is een stuk over de Hongaarse verloskundige Ignaz Philip Semmelweis (1818-1865) die de remedie tegen "kraamvrouwenkoorts' ontdekte: artsen moeten voor het inwendig onderzoek hun handen wassen. Hoewel er sinds deze ontdekking veel minder vrouwen in het kraambed stierven, kreeg Semmelweis pas na zijn dood erkenning.

Op een heldere winterdag, een week voor de première, vertelt Gerben Hellinga dat het idee om Semmelweis als hoofdpersoon van een toneelvoorstelling te nemen, min of meer toevallig ontstond. “Ik wist niets van die man af maar ik ben me voor hem gaan interesseren toen ik eens bij een antiquariaat een raar boek uit de jaren twintig opviste waarin hij werd voorgesteld als de redder der moeders. Ik wilde toen graag een toneelstuk over hem schrijven, maar daartoe moest ik gestimuleerd worden. Om toneel te kunnen schrijven moet je bij het theater betrokken zijn, hetzij doordat je veel ziet zoals ik, hetzij doordat je zoals Strindberg verliefd bent op een actrice of doordat je zelf acteert zoals Shakespeare.

“Peter de Baan, die van mijn plan wist, heeft me een paar jaar geleden gevraagd of ik het stuk wilde schrijven, al was toen nog helemaal niet duidelijk wie het zou opvoeren. We hebben erover gedacht het aan Toneelgroep Amsterdam aan te bieden of bij De Balie uit te brengen omdat Peter de Baan daar toen nog zat, maar nu hij naar het Ro Theater is gegaan heeft hij het uiteindelijk daar geregisseerd.”

In de voorstelling speelt Stefan de Walle de rol van de jonge, gedreven Semmelweis; zijn tegenstander, Herr Direktor Professor Doktor Klein, wordt vertolkt door Lou Landré, een acteur die Hellinga speciaal op het oog had toen hij de tekst schreef. “Ik heb hem vaak zien spelen en elke keer dacht ik: wat een fantastische acteur en wat gek dat er nog nooit iets voor hem is geschreven. Ik geloof niet dat iemand beter geschikt is voor de rol van Klein dan hij.” Hellinga staat op en doet voor hoe Lou Landré als dokter Klein met driftige, afgemeten passen over het podium heen en weer loopt waarbij hij zijn armen enigszins gekromd van zijn lichaam afhoudt.

In het stuk vertegenwoordigt Klein het gevestigde gezag in de medische wereld, iemand die zich laat voorstaan op zijn kennis en autoriteit en daarom niet wenst te horen dat hij jaren lang, zonder dat hij het wist, ernstige fouten maakte. Hij duldt geen tegenspraak van Semmelweis en ontslaat hem zelfs uit het ziekenhuis als hij volhardt in zijn recalcitrante houding. Gerben Hellinga zegt begrip te hebben voor de reactie van de professor: “Klein zit in ons allemaal. Semmelweis zegt ergens dat het lijkt of er in de mens een innerlijke domkop schuilt en daarmee doelt hij op Klein.”

“Er is een mechanisme in ons dat zorgt dat we altijd eerst afwijzen wat goed voor ons is en doen wat we zouden moeten laten. Ik loop bij voorbeeld al een jaar rond met een eksteroog, maar in plaats van dat ik naar de dokter ga, trek ik schoenen aan die zo ruim zijn dat ik er geen last van heb. Dat is wat ik het Semmelweis-syndroom noem en waarvan de hele samenleving is doordrongen. Als het gaat om een eksteroog hoef je er niet zwaar aan te tillen, maar er zijn ook ernstige gevallen zoals het gat in de ozonlaag. Iedereen weet het en toch wordt er niet werkelijk iets tegen gedaan. Nee, ik word daar niet boos over, het maakt me eerder treurig.”

De domheid herhaalt zich in de geschiedenis en goed zal het niet meer komen. Gerben Hellinga is er zelfs van overtuigd dat hij in een cultuur leeft die haar einde nadert. “Ik heb er mijn leven lang anders over gedacht, maar het daagt me nu dat het een aflopend proces is, al zal dat nog wel enkele honderden jaren in beslag nemen. Ons toekomstbeeld is somber maar gek genoeg passen de mensen zich aan alle omstandigheden aan. Kunst is nog een van de weinige mogelijkheden om het leven een beetje menswaardig te maken. Tegenover alle lelijkheid wil ik mooie dingen stellen. In een tijd waarin alles gericht is op nuttigheid en economisch rendement kun je het maken van een mooi toneelstuk - mooi van inhoud of vorm - beschouwen als een subversieve daad. Als ik een mooi boek lees of een mooie voorstelling zie voel ik me gelukkig.”

In Nederland worden heel wat voorstellingen gemaakt die de moeite van het bezoeken waard zijn, meent Hellinga. Wat hier op dat gebied gebeurt vindt hij zelfs veel interessanter dan wat er in Duitsland te zien is en waar altijd zo gewichtig over wordt gedaan. Vroeger dacht hij daar anders over: na zijn regie-opleiding in Wenen en zijn verblijf in Berlijn, waar hij als assistant-regisseur werkte bij het Berliner Ensemble, was het Duitse theater zijn maatstaf en kon het Nederlandse toneel daar in de verste verte niet aantippen.

Hellinga: “Het Duitse toneel had een geweldig niveau, hier was alles op zijn best middelmatig. Maar ik moet zeggen dat ik tegenwoordig niets meer geef om het toneel daar: het is gebaseerd op een ongelofelijke hoeveelheid geld, het heeft het karakter van een Mercedes. Het Duitse toneel heeft het zware van de burgerlijke cultuur: degelijk en volgevreten. Ik hou meer van toneel dat gemaakt wordt met weinig geld en eenvoudige middelen. De laatste tien jaar is er bij ons veel verbeterd. Leuk vind ik dat ons toneelaanbod veel gevarieerder is dan in het buitenland. Voor iedereen die naar de schouwburg wil is er wel iets bij.”

Sinds hij in 1989 van Vrij Nederland het verzoek kreeg om toneelrecensies te schrijven heeft Hellinga zich na jaren weer "volgezogen' met toneel. Het feit dat hij zich in de eerste plaats toneelschrijver voelt was voor hem geen belemmering opeens als recensent aan de andere kant van het voetlicht te gaan staan: “Ik ben toneelschrijver en zo kijk ik naar een voorstelling. Mijn kader is de ervaring die ik in het theater heb opgedaan en met die achtergrond schrijf ik erover.” Inmiddels is hij alweer aan een nieuw stuk begonnen dat waarschijnlijk ook door Peter de Baan geregisseerd zal worden. Waar het over gaat wil Hellinga niet zeggen, maar vast staat dat het thema racisme is.