Meeste leden van gezin die overkomen Nederlander

DEN HAAG, 14 JAN. Mensen die in het kader van gezinshereniging een gezinslid laten overkomen hebben meestal de Nederlandse nationaliteit. Marokkanen nemen de tweede plaats in, op de voet gevolgd door Turken. Tussen september 1988 en september 1989 lieten 14.350 Nederlanders, 9.700 Marokkanen en 9.300 Turken iemand van niet-Nederlandse nationaliteit voor gezinshereniging of gezinsvorming overkomen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie dat gisteren is gepubliceerd. Het WODC baseert zich op 1.522 dossiers van de vreemdelingendiensten in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen en Zaanstad. In die steden woont een derde van de vreemdelingenpopulatie in Nederland. In totaal kwamen in 1989 42.000 vreemdelingen in het kader van gezinshereniging naar Nederland. Dat is ongeveer zeventig procent van het aantal vreemdelingen dat zich dat jaar in Nederland heeft gevestigd, asielzoekers uitgezonderd.

Van de Nederlandse aanvragers is ongeveer 85 procent Nederlander door geboorte en 15 procent door naturalisatie. Het gaat in de meeste gevallen om gezinsvorming: het laten overkomen van een buitenlandse partner.

De nationaliteiten van degenen die zich bij hun Nederlandse partner vervoegden liepen zeer uiteen. Meestal hadden zij de Surinaamse nationaliteit (22 procent).

De meeste verzoeken van niet-Nederlanders tot gezinshereniging blijken afkomstig van Turken en Marokkanen die al tien jaar of langer in Nederland wonen. Marokkanen laten veelal hun (oudere) kinderen overkomen. Bij Turken gaat het doorgaans om gezinsvorming van de tweede generatie: Turken die hier als kind gekomen zijn en nu hun partner uit het land van herkomst laten overkomen.