Maxwell-broers spelen stommetje in Lagerhuis

LONDEN, 14 JAN. Het was, in al haar inhoudelijke schamelheid, maar tegelijk verbale exces, een typisch Britse vertoning. Kevin Maxwell en Ian Maxwell, de zakelijke erven van wijlen Robert Maxwell, hadden gisteren eindelijk gehoor gegeven aan de dringende oproep van de Lagerhuis-commissie voor sociale zaken om te komen uitleggen wat er met de pensioengelden van de Mirror Group Newspapers is gebeurd.

Dat is een vraag die niet alleen Lagerhuisleden uit naam van hun kiezers beantwoord willen zien, maar die ook de financiële curatoren van Bishopsgate Investment Management en de politiespeurhonden van het Serious Fraud Office bezighoudt.

Twee keer hadden de broers het bij de Lagerhuis-commissie laten afweten, maar gisteren verschenen ze dan toch. Geflankeerd door hun advocaten, afgeschermd door de boodschappenjongens van de raadslieden, zaten ze bleek en somber de vele uren van de commissie-zitting uit. Eén keer deden ze hun mond open: “Ik wil dat mijn raadsman antwoord geeft”. Het antwoord via de raadsman was: “géén antwoord”. De Maxwells beriepen zich op het recht tot zwijgen tegenover het parlement omdat ze verwachten door een aanklager beschuldigd te worden van het mede zoekmaken van de verdwenen pensioengelden. “Met het grootste respect”, herhaalde Kevins advocaat, George Carman QC (Queen's Counsel, red.) telkens welluidend, “mijn cliënt zal geen enkele vraag met betrekking tot de pensioenfondsen beantwoorden”.

De weigering van de Maxwell-broers om inhoud te geven aan hun lijfelijke aanwezigheid voor de commissie, werd door een minzame George Carman QC voor Kevin Maxwell en door een nerveuze John Jarvis QC voor Ian Maxwell in bloemrijke frasen verdedigd. Het was de eerste keer dat het Britse parlement om de oren werd geslagen met zijn eigen, moeizaam tot stand gekomen beslissing om televisiecamera's toe te laten in het Lagerhuis. Uitlatingen van de Maxwells zouden daarom, betoogden de advocaten, uitmonden in een “proces door middel van de televisie”. De broers waren weliswaar niet in staat van beschuldiging gesteld, maar een aanklacht jegens hen was “imminent”, zo had Mr Carman zijn gevoelen jegens zijn cliënt uitgedrukt. “Met het grootste respect” - het ging niet aan om het gezag van het Britse parlement al te openlijk aan de laars te lappen - “het recht om te zwijgen is grondwettelijk boven alles verheven en moet voorrang krijgen boven uw begrijpelijke verlangen om de kwestie verder te onderzoeken”.

Hoe, wilde één van de commissie-leden weten, zat het met de belangen van de pensioentrekkers van de Mirror Group Newspapers? We praatten hier nu wel over de constitutionele bescherming van “the Maxwell-brothers” - een term die inmiddels ingang heeft gevonden als betrof het een komische act voor de pier van Blackpool - maar hoe zat het met de bescherming van hún belangen? Oh, George Carman QC, één en al honingzoete wellevendheid, begreep maar al te goed het dilemma waarin het Lagerhuis-lid zich bevond, maar hij had alleen te maken met het belang van zijn cliënt. Uit dit dilemma moest het Lagerhuis-lid dus zichzelf redden. Met respect, natuurlijk .

Eén concessie wilden de advocaten wel doen. De broers zouden bereid zijn schriftelijk antwoord te geven op schriftelijke vragen, mits die vragen hen niet incrimineerden en op voorwaarde dat de antwoorden voor iedereen, inclusief de rest van het Lagerhuis en vooral inclusief het Serious Fraud Office, geheim zouden blijven. Eén risico van vragen beantwoorden in het openbaar, had Kevin Maxwells advocaat al betoogd, kon immers blijken te zijn dat het de vervolgende instanties op “ideeën” zou brengen.

Commissie-voorzitter Frank Field (Labour) schorste voor overleg. “Kort”, waarschuwde hij met bewonderenswaardige kalmte, “anders dan advocaten worden wij niet per uur betaald”. Dat bracht de schaduw van een glimlach op zelfs het gezicht van de broers, wier tegoeden over de hele wereld door de rechter zijn bevroren, met uitzondering van de fondsen nodig voor hun verdediging. Met de bonhomie, die een advocaat met een jaarsalaris van een half miljoen pond zich gemakkelijk kan permitteren, neeg George Carman QC het hoofd voor de parlementariër. “Dat zal ik dan moeten dragen met alle kracht die ik kan opbrengen”, kaatste hij terug.

De parlementsleden waren gauw klaar: ze konden niet hun regels veranderen en een hoorzitting veranderen in een geheime procedure. “U moest het Parlement toch voldoende kennen om te weten hoe moeilijk het bovendien is om de geheimhouding waarom u vraagt, te garanderen”, waarschuwde Frank Field. “Wij zullen dus de vragen stellen die wij van plan waren.” Mocht hij nog even met zijn cliënt overleggen? vroeg Mr Jarvis QC nerveus. “Nee”, zei Frank Field.

In hoog tempo kwam de vertoning toen tot een ontknoping. Op elke vraag van Field - bewust onschuldig gehouden - aan eerst Ian en dan Kevin Maxwell refereerden de broers aan hun raadsman. Waarom hadden de broers geen documenten overgelegd over de pensioenfondsen van Maxwell? In welke bestuursfuncties hadden zij zelf deel uitgemaakt van de beheersinstituties van die pensioenen? Wie was de eigenaar van Bishopsgate Investment Management? De advocaten bleven herhalen: op deze vragen gaven hun cliënten op hun advies geen antwoord, omdat ze zich beriepen op hun recht te zwijgen. Maar natuurlijk, de commissie had het recht de vragen te stellen en Mr Kevin Maxwell en Mr Ian Maxwell stelden er prijs op via hun raadslieden duidelijk te maken dat hij en zijn broer de grootste eerbied koesterden voor de commissie. De hoop was dat de commissie dat ook zou begrijpen.

Toen de broers en de juristen, dicht opeengepakt in één zwarte taxi, ten slotte waren vertrokken, maakte Frank Field duidelijk dat het Lagerhuis hun stommetje spelen waarschijnlijk “heel slecht zal opvatten”. In theorie kunnen de twee de gevangenis indraaien voor hun “minachting” jegens het parlementaire gezag. De commissie komt later deze week bijeen om te besluiten wat haar volgende stap moet zijn. Het is voor het eerst dat het Lagerhuis wordt geconfronteerd met een situatie waarin zijn enquêterecht wordt overtroefd met een beroep op het recht tot zwijgen. Constitutionele experts buigen zich over de vraag, welk recht hier dient te zegevieren. Kevin Maxwell moet morgen weer voor de rechtbank verschijnen, omdat hij daar de eerdere beslissing van een rechter aanvecht dat hij de vragen moet beantwoorden van de accountants die op zoek zijn naar het vermiste pensioengeld. Het Serious Fraud Office zoekt ondertussen verder naar criminele implicaties van het zakelijk verleden van de twee broers. Van die werkzaamheden hangt de komst van een Maxwell-proces af, dat, in de woorden van George Carman QC, “waarschijnlijk is en waarschijnlijk snel komt”.