Lagere premies ambtenaren

DEN HAAG, 14 JAN. Evenals de ziekenfondsen hebben de ambtenarenverzekeraars, met in totaal 850.000 verzekerden, hun ziektekostenpremies per 1 januari verlaagd. Dat is mogelijk doordat verzekeraars vanaf die datum de kosten van geneesmiddelen niet meer hoeven te vergoeden.

De medicijnen worden nu uit het fonds van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) betaald, waarvoor iedereen een inkomensafhankelijke en een vaste premie betaalt. De particuliere ziektekostenverzekeraars zijn nu, op enkele maatschappijen na, de enigen die hun premies niet hebben verlaagd. Premieverlaging blijft uit, omdat volgens hen de kosten in de gezondheidszorg vorig jaar “explosief” gestegen zijn, met ten minste 10 procent.

Bij de IZA's (600.000 verplicht verzekerde gemeente-ambtenaren) is de procentuele werknemerspremie, die vorig jaar maximaal 2,6 procent bedroeg, voor alle verzekerden teruggebracht tot 1,3 procent van het bruto-inkomen. De nominale premie die de ambtenaren moeten betalen was vorig 156 gulden per volwassene per jaar en is nu gestegen tot 198 gulden, hetzelfde bedrag als de ziekenfondsverzekerden dit jaar betalen. De nominale premies voor IZR (125.000 verplicht verzekerde provincie-ambtenaren) en GVP (125.000 politie-ambtenaren) zijn vrijwel op hetzelfde niveau vastgesteld.

Al op 6 december besloten de ambtenarenverzekeraars hun premies te verlagen. Dat gebeurde op grond van een verwachte kostenstijging in 1991 van ongeveer 8,5 procent. “Als blijkt dat de kosten hoger zijn, betekent dat dat we onze premie te laag hebben gesteld”, zegt woordvoerder drs. E. Osinga van de overkoepelende organisatie van ambtenarenverzekeraars KPZ. Hij voegt eraan toe dat bij de KPZ nog geen gegevens binnen zijn die erop wijzen dat de kosten in het laatste kwartaal van vorig jaar explosief gestegen zijn, zoals de overkoepelende organisatie van particuliere verzekeraars, het KLOZ, beweert.

De ambtenarenverzekeraars hebben in tegenstelling tot de particuliere verzekeraars bewust niet gewacht op de precieze kostengegevens over 1991. “Je moet je premie een keer vaststellen en in december was de tijd daarvoor al betrekkelijk kort”, aldus Osinga. Deze week krijgen de ambtenaren bericht over de premieverlaging.

Donderdag voert staatssecretaris Simons (volksgezondheid) overleg met het KLOZ. Volgens hem kunnen de maatschappijpremies met 20 tot 30 procent omlaag, vooral omdat de geneesmiddelen niet meer voor rekening komen van de verzekeraars. Enkele particuliere verzekeraars hebben hun premies om die reden wel verlaagd, zij het in geringe mate. VGNN, een maatschappij in Groningen met 280.000 verzekerden, verlaagde de premie met 3 procent.

Pag 3:

Kamer wil onderzoek

PvdA en CDA in de Tweede Kamer hebben zich uitgesproken voor een onafhankelijk onderzoek naar de kostenontwikkeling bij de particuliere verzekeraars. Het Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA) wil de Economische Controledienst daarmee belasten, zijn collega Lansink (CDA) voelt meer voor de Verzekeringskamer, die toezicht houdt op de verzekeraars. Lansink liet gisteren weten dat met het conflict over de premies het draagvlak voor de nieuwe basisverzekering wordt aangetast. Hij vindt dat het meningsverschil tussen Simons en KLOZ uit de prestigesfeer moeten worden getrokken.

Een woordvoerster van het ministerie van WVC bestrijdt dat Simons de verzekeraars die hun premies niet verlagen zondagavond in het tv-programma Brandpunt zakkenvullers heeft genoemd. Waar Simons het woord in de mond nam, deed hij dat toen hij een vraag herhaalde van de interviewer. Verslaggever J. Driessen legde het woord zakkenvullers in een weggeknipte vraag aan Simons voor omdat de staatssecretaris die omschrijving in een krante-interview zou hebben gebruikt. Volgens WVC is in het vraaggesprek “behoorlijk suggestief geknipt”. Driessen ontkent dat. In het vraaggesprek dreigde Simons de activiteiten van de particuliere ziektekostenverzekeraars versneld aan banden te leggen als zij hun premies niet alsnog verlagen.