JOSEF NECKERMANN 1913-1992; “Niet nagedacht”

Neckermann macht's möglich!. Bijvoorbeeld, in de beide eerste decennia na de oorlog, een goede ijskast of radio tegen een minimumprijs voor iedereen. Of, iets later, spotgoedkope vakantiereizen naar Zuid-Europa of zelfs Afrika. Josef Neckermann, gisteren 79 jaar oud overleden aan longkanker, stond met zijn postorderbedrijven model voor het vroege Duitse Wirtschaftswunder dat zijn geestelijke vader had in de toenmalige beroemde minister van economische zaken, de CDU'er Ludwig Erhard (later als kanselier/Gummilöwe minder fameus).

Neckermann hoort voor miljoenen Duitsers in een heldenrij waarin naast Erhard radiopionier Max Grundig, kanselier Konrad Adenauer, de Westberlijnse burgemeester Ernst Reuter, Hermann-Josef Abs (chef van de Deutsche Bank) en Sepp Herberger (trainer van de Mannschaft die in 1954 wereldkampioen voetbal werd) passen. Namen met symboolwaarde voor een opmerkelijk economisch herstel dat de Duitse kleine man verrassend vroeg toegang gaf tot de kapitalistische consumptiewereld. En dat ook zorgde voor een aan Spaanse en andere Europese stranden blijkend, soms nogal luidruchtig, nieuw Duits zelfvertrouwen: Wir sind wieder wer.

De in 1913 in Würzburg als zoon van een geslaagde kolenhandelaar geboren Neckermann was echter nog veel meer. Hij vierde op hoge leeftijd fantastische successen in de hippische sport en werd bovendien in de jaren zestig - via de door hem opgerichte Sporthilfe - dé grote maecenas van jonge Duitse sporters. Hij was echter ook een van de vele geslaagde tamelijk prominente “meelopers” uit de nazi-tijd, die zijn vroege miljonairsstatus mede bereikte dank zij “legaal” maar wel zeer voordelig verworven bedrijven van joodse eigenaars. Ook wat dat betreft hoort hij thuis in een rijtje, namelijk van die succesvolle Duitsers die er in de na-oorlogse Bondsrepubliek, mede dank zij de Koude Oorlog en de noodzaak van wederopbouw, van konden profiteren dat er over “gisteren” vaak niet al te veel werd gevraagd.

Want de ondernemer Neckermann, die zijn eerste miljoen al als jonge twintiger in de jaren dertig verdiende, had bijvoorbeeld heel voordelig joodse textiel- en postorderbedrijven kunnen overnemen van eigenaars die in die jaren de wijk uit nazi-Duitsland namen. Bij wijze van Arisierung dus. Dat gold bevoorbeeld voor de firma Merkur, later als grote warenhuisketen bekend geworden, en het Berlijnse postorderbedrijf Carl Joel. In zijn “Herinneringen” zou Neckermann daarover, met de posterieure argeloosheid die het ongetwijfeld bij velen in de Bondsrepubliek óók goed deed, later schrijven dat hij destijds eigenlijk niet genoeg over deze rol als “Ariseur” had nagedacht. Hoe dat zij, van 1939 tot 1945 was hij ook nog “Reichsbeauftragter für Kleidung und verwandte Gebiete”.

Na de oorlog mocht Neckermann tot 1949 niet zelf zijn bedrijven leiden, dat deed zijn vrouw dus. Maar al spoedig zou hij, als geslaagde personifiëring van deugden als discipline, doorzettingsvermogen en privé-soberheid, een van de bekendste zakenmensen in de Bondsrepubliek zijn. In de jaren zeventig had de nieuwe Duitse welvaart echter ook zijn postordersprookje opgeslokt, de klanten wilden geen eenvoudige goedkope consumptie-artikelen of kleine vakanties meer. Op de rand van een faillissement moest Neckermann uiteindelijk (in '77) zijn bedrijven verkopen.

Inmiddels was hij vooral aandacht gaan trekken als veteraan-ruiter, die in de dressuurnummers op de Spelen van '60 en '64 Olympische medailles had gewonnen, en als grondlegger van de Duitse “Sporthilfe”, waarmee hij een alternatief wilde bieden voor het staatsamateurisme in Oost-Europa en de gepriviligeerde topsport aan Amerikaanse universiteiten. Vorig jaar nog schonk bijvoorbeeld de Duitse wereldkampioene op de degen, Cornelia Hanisch, haar gouden medaille uit dankbaarheid aan Josef Neckermann.