Hulp voor Albanië

De Stalinistische "heilstaat' van Enver Hoxha is als een zeepbel uiteengespat en een volk van 3,5 miljoen mensen bleef berooid en uitgeput achter.

In het hartje van Europa worden situaties aangetroffen, welke zó schrijnend zijn, dat men zich in de allerarmste Afrikaanse of Aziatische ontwikkelingslanden waant. Een land dat met gemak twintig miljoen mensen zou moeten kunnen voeden blijkt niet in staat tot voedselproductie voor de eigen bevolking van 3,5 miljoen mensen, waarvan méér dan de helft jonger is dan twintig jaar. Recente informatie over de bruto nationale productie per inwoner geeft aan dat dit minder is dan in Somalië.

In Albanië zijn 872 ziekenhuizen met 16.300 bedden. De 6.300 artsen, 1.030 tandartsen, 770 apothekers en 6.800 verpleegkundigen ontberen de meest basale genees- en verbandmiddelen om over instrumenten en apparatuur nog maar te zwijgen. De ziekenhuizen zijn oud en slecht onderhouden; ze zijn onverwarmd en de patiënten liggen er alshetware in weer en wind. De roestige bedden verkeren in verval, de matrassen zijn oud, kapot en smerig en voor de lakens en dekens is het predikaat "vodden' nog een compliment. De 'bloedbank' van de afdeling chirurgie van ziekenhuis nr. 2 in Tirana bestaat uit een huishoudelijke ijskast met 30 à 40 flessen bloed waarvan de besmeurde etiketten weinig goeds doen vermoeden. Voor het testen van bloed en bloedproducten zijn nóch de know-how nóch de technologie beschikbaar. Voortdurend moeten artsen bij de toediening van schaarse geneesmiddelen keuzes maken tussen patiënten en twee babies in één couveuse is geen uitzondering.

In hun struggle for life probeert elke Albanees zich voor dollars aan te bieden aan de legioenen hulpverleners, evangelisten en toeristen. Voor vijf dollar per dag treedt een politieagent op als bodyguard; chauffeur en vervoer per legerjeep naar het vliegveld kost tien dollar: kapitale bedragen voor een volk, waar een arts het equivalent van vijfendertig dollar per maand verdient. De 'Partij van de Arbeid' - eufemistische naam van de oude communistische partij - spint goed garen bij chaos en anarchie en geeft gretig de schuld aan het democratisch proces. “Vroeger waren we misschien niet vrij”, zo verzuchtte een leraar, “maar wisten we tenminste waar we aan toe waren en er was brood op de plank”. Het heeft er alle schijn van dat vele buitenlandse investeerders in feite schijnfirma's zijn die door "de Partij' gefinancierd werden en ook alle concessies in handen krijgen tegen bespottelijk gunstige condities. Is dit een opheffingsuitverkoop of zijn hier de machten uit de as Moskou-Belgrado-Boekarest-Tirana aan het werk vooreen nieuwe Marxistisch-Leninistische heilstaat? In ieder geval heeft de Italiaanse overheid de distributie in eigen handen gehouden door haar hele noodhulp in eigen hand te houden. Met gevolg dat men zich door de aanwezigheid van zoveel Italiaanse militairen weer in het Tirana van de jaren dertig waant.

In ieder geval zal óók vanuit Nederland - en wel vandaag nog - grootscheepse hulp op gang moeten komen: als we het niet snel doen is het te laat. Daarbij acht ik het van het grootste belang, dat de hulpverlening door onze eigen mensen wordt geëffectueerd. Het Rode Kruis werkt momenteel nauw samen met de Ushtare Popullorë - het Albanese Volksleger - maar persoonlijk denk ik dat distributie méér kans op succes heeft als de distributeurs zelf géén honger hebben en de dollarverleiding kunnen weerstaan. Dat is dus een mooie vredestaak voor onze soldaten.