Hulp nodig bij Russische wapenconversie

Als vice-voorzitter van het Nederlands Pugwash Comité was de voormalige diplomaat, E.J. Korthals Altes, kortgeleden in Perm, een Russische stad in de Oeral. Hij nam deel aan een symposium over de omschakeling van wapen- naar civiele industrie en over milieuvraagstukken. De bijeenkomst was georganiseerd door het Peace Research Institute (Oslo) en het United Nations Environmental Programm (UNEP).

Perm vormt het hart van een van de grootste militair-industriële gebieden in de voormalige Sovjet-Unie. Door het einde van de Koude Oorlog is daar een zeer ernstige situatie ontstaan. Ruim veertig procent van de bevolking van 1,2 miljoen mensen was betrokken bij de oorlogsindustrie. Hun bestaan staat nu op het spel. De eertijds brede rivier aan opdrachten is tot een smal beekje ineengeschrompeld. In tegenstelling tot het Westen waren veel ondernemingen hier vaak voor honderd procent op de militaire produktie ingesteld. Nu dat niet meer kan, schept dat grote economische en sociale problemen voor het management, vooral wanneer het om eenheden gaat waar vele tienduizenden arbeiders werken. Sociale voorzieningen ontbreken veelal. Velen zijn tot de bittere ontdekking gekomen dat het niet waar is dat conversie hun leven verbetert. Dat geldt ook voor menig hoogst gespecialiseerde wetenschapper die ineens zijn wereld ineen ziet storten.

Op het symposium dat ik bezocht, kreeg het desintegratieproces van de Sovjet-Unie bijzonder veel aandacht. Elke republiek wil nu een eigen militaire apparaat. Willen zij de vernietiging van de wapens of juist het behoud daarvan? In hoeverre wordt hierdoor het conversieproces doorkruist? Dat er geen overheidsgeld meer is voor de defensie-industrie en dus ook niet voor de conversie, vormt slechts één probleem. Dat van het management en vooral van de vraag welke produkten gemaakt moeten worden en met welke technologie is minstens even groot. Voortdurend klonk de dringende oproep: “help ons met marketing, management, technologie en kapitaal. Kom met jullie mensen en joint ventures”. Door het ontbreken van een nationale coördinatie ontwikkelen de meeste regio's eigen programma's. De financiële positie van de ondernemingen is echter sterk verzwakt. En wat gebeurt er met de honderdduizenden mensen die uit de defensie-industrie moeten verdwijnen?

Toch is niet alles kommer en kwel. Vooral in de oorlogsindustrie zijn er vele goed opgeleide managers en technici als ook tal van geschoolde arbeiders. Het bezoek aan een groot militair complex gaf een interessante illustratie van een flexibel en creatief management. Er werden civiele produkten getoond, gefabriceerd uit nieuwe materialen die oorspronkelijk voor raketten en andere wapens waren ontwikkeld. Een bizarre gewaarwording om op een plek waar tot voor kort vermoedelijk de grootste raketten werden gemaakt, nu oog in oog te staan met kunstig vervaardigde invaliden-krukken en zelfs heupgewrichten, armen en benen. Of de fabricage van deze produkten in dergelijke grote kostbare fabrieksinstallaties ook economisch te verantwoorden valt, is echter zeer de vraag.

Door het Westen wordt de conversieproblematiek nog volledig onderschat. Zij is ook te laat onderkend. Veel politici gaan nog uit van de gedachte dat dit een puur Russisch probleem is dat zij dus zelf maar moeten oplossen. Daardoor wordt de ernst van de situatie die grote gevaren inhoudt, volkomen onderschat. West- en Midden-Europa zijn immers direct betrokken bij het al of niet slagen van het conversieproces. Zozeer zelfs dat van een gezamenlijke verantwoordelijkheid kan worden gesproken.

Dit is geen idealisme doch realisme om redenen van: 1) Veiligheidspolitiek: - omschakeling van het enorme oorlogspotentieel naar civiele produktie betekent het wegvallen van een potentiële bedreiging voor onze veiligheid. Wapenproduktie en wapenhandel worden drastisch verminderd; - het afremmen van de "brain drain' uit de wapenindustrie naar landen met minder vreedzame bedoelingen; - mislukking van de conversie stimuleert de reeds op gang gekomen uitverkoop van wapens en technologie tegen veel begeerde harde valuta naar conflictgebieden. Naarmate westelijke landen metterdaad de wapenexport beperken zal deze "zuigkracht' toenemen. Over een effectieve exportcontrole van de SU moet men zich thans geen illusies maken. 2) Het militair-industriële complex heeft een buitensporig groot aandeel in het nationaal produkt. Het al of niet slagen van de conversie is daarom van zeer grote invloed voor het gehele economisch sociale bestel. Een noodtoestand brengt het democratisch proces in gevaar en biedt een voedingsbodem aan een totalitair regime. Het kan ook een omvangrijke migratie in beweging zetten. 3) Alleen al om milieuredenen is een gezamenlijke aanpak van de conversie en vernietiging van wapens noodzakelijk. Vooral voor West- en Midden-Europa is het van groot belang dat de sterk vervuilende oorlogsindustrie plaats maakt voor milieuvriendelijker civiele produktie. Door de politieke situatie en het ontbreken van geld blijven de ecologische overwegingen nu op de achtergrond. 4) Last but nog least, de humanitaire overweging van solidariteit. Kunnen wij mede-Europeanen, die na zeventig jaar totalitair regime in een wanhopige strijd zijn gewikkeld om toegang te krijgen tot een leefbare democratische samenleving, aan hun lot overlaten?

Niet alleen conversie kost veel geld, maar ook de vernietiging van een gigantische hoeveelheid wapens. Door Russische ecologen en militairen werd in Perm gewaarschuwd voor de grote hoeveelheden schadelijke stoffen die vrijkomen bij een primitieve, zo goedkoop mogelijke wijze van wapenvernietiging. De capaciteit van de "reprocessing plants' is beperkt. De vernietiging van chemische wapens is zeer kostbaar, soms vijf tot zes maal hoger dan de aanmaakkosten. Als groot probleem wordt het ontbreken van een economisch en ecologisch verantwoorde technologie ervaren. Ook bij de vernietiging van raketten - vooral die met vaste brandstof - doen zich grote technische problemen voor. Voor nieuwe technologische processen is geen geld. Ecologische criteria raken op de achtergrond. De zeer grote hoeveelheden te vernietigen oorlogstuig vormen een acute bedreiging voor de gezondheid en zelfs het leven van velen. Vandaar dat ook op dit punt reikhalzend wordt uitgezien naar een gezamenlijke aanpak op basis van betaalbare alternatieve destructie-methodes.

Onder de lichtpunten in een somber verhaal moet de positieve instelling en de vindingrijkheid van een aantal Russische managers en technici worden genoemd. Nieuwe technologieën zijn ontwikkeld zowel voor het opruimen van de brokstukken van proefraketten in Siberië als ook voor de vernietiging van zware projectielen zonder dat daarbij de lading tot ontploffing komt.

Wij kwamen in Perm tot de conclusie dat een onomkeerbaar conversieproces in de voormalige Sovjet-Unie is voor het Westen, met name voor de EG, van vitaal belang. Alleen een omvangrijke gezamenlijke inspanning van Oost en West kan de catastrofale ontwikkeling keren. Voorwaarde is dat het Westen daartoe de politieke wil opbrengt en die op korte termijn in westelijke solidariteit vertaalt. Conversie is immers geen klinische activiteit die zich afspeelt in een goed functionerend laboratorium maar in een desïntegrerende samenleving. Ook concludeerden we dat de aanpak van de crisis in de voormalige SU een jammerlijk gebrek aan westerse coördinatie en een beschamende terughoudendheid van de meeste EG-lidstaten, waaronder Nederland, vertoont. Uitzondering vormt het visionaire energie-samenwerkingsproject van premier Lubbers.

Het getuigt van grote kortzichtigheid de hulp-inspanningen over te laten aan hetzij de G 7-landen, hetzij de secretariaten van enkele grote organisaties. Ook de Commissie van de EG is hiervoor niet toegerust. Het zijn thans de landen zèlf, met name in West-Europa, die voor de historische opgave staan een gezamenlijke vorm te vinden voor een omvangrijke, goed gecoördineerde actie gericht op het bevorderen van een economisch herstelprogramma. Dat gaat ver uit boven een noodprogramma voor voedselhulp en medicijnen. De bijstand aan dit deel van de wereld over te laten aan de Verenigde Staten zou een een monumentale fout zijn want de politieke impuls tot effectieve actie dient allereerst uit te gaan van de Westeuropese staten. Zulks liefst in EG-verband, maar desnoods - vanwege de urgentie - van een groep gelijkgezinde landen. De aansluiting van andere landen bij dit initiatief zou met kracht moeten worden bevorderd. Vervolgens een optimale inschakeling van EG, NAVO en OESO.

Op het gereedkomen van een totaal programma - hoe wenselijk ook - kan in deze noodsituatie niet worden gewacht. Regionale en locale initiatieven voor de verdeling van taken zijn mogelijk. Zo hoeft de aanwijzing van de meest getroffen regio's niet veel tijd te kosten en kunnen er spoedig de benodigde commerciële en technische deskundigen en managers heengestuurd worden. Daartoe moeten dan wel voldoende financiële middelen worden vrijgemaakt.

Daarnaast behoort ook een snelle radicale verbetering van het telecommunicatie- en het transportsysteem tot de essentiële voorwaarden voor de economische herstructurering en het slagen van de conversie. Een onmiddellijke verandering ten goede kan op beide terreinen worden bereikt door de inzet van de omvangrijke en goed geoutilleerde militaire faciliteiten van de ex-Sovjet-Unie. Ook voor een ecologisch verantwoorde vernietiging van de zeer grote hoeveelheden wapens is goed gecoördineerde bijstand, evenals samenwerking urgent. Een speciaal internationaal milieu-orgaan zou kunnen worden belast met het toezicht op de ecologische aspecten.

De directe actie die de deelnemers aan het symposium in Perm voorstaan moet gebaseerd zijn op solidariteit, op respect voor de eigenwaarde van een groot volk, op creativiteit - dus niet talmen maar inspelen op wat nu kan - en op vastberadenheid wanneer het op veiligheid aankomt. De volle omvang van de kolossale verspilling tijdens de wapenwedloop van de afgelopen decennia is zo langzamerhand wel bekend, maar de komende tijd zullen we geconfronteerd worden met de catastrofale gevolgen van de produktie, het bezit en de vernietiging van het absurd grote wapenarsenaal. De schade kan echter beperkt worden als met name de landen van de Europese Gemeenschap zeer spoedig in beweging komen.