Hoge tekort blijft zwakste punt België

De vijftig dagen oude kabinetscrisis in België wordt opgelost door een Harvard-jurist - wellicht gaat daarom het ontwerp-regeerakkoord van formateur Melchior Wathelet dat dit weekend werd gepubliceerd over van alles behalve over geld. Het stuk bevat maar een paar alinea's over het overheidstekort, zegt niets over besparingen in de sociale zekerheid maar doet wel allerlei tamelijk kostbare suggesties voor een zogeheten "kansarmoedebeleid'.

Gisteravond werd voor het eerst door socialisten en christen-democraten onderhandeld over de nota van Wathelet, getiteld "Naar een nieuw kontrakt met de burger''. Meer dan dat de Waalse christen-democraat de Belgische frank aan de mark gekoppeld wil houden en een strenge begrotingsnorm voorstelt, waardoor in 1997 bij de Economische en monetaire unie (EMU: 1 Europese munt en een Europese centrale bank) aangesloten wordt, staat er aan economische paragrafen niet in. Vermoedelijk wil Wathelet zijn ideëen over de halvering van het begrotingstekort die daarvoor nodig is pas in de loop van de onderhandelingen prijs geven. Die zouden niet eerder dan eind volgende week serieus worden hervat.

De tijd dringt intussen. De Nationale Bank waarschuwde de formateur vlak voor kerst dat België jaarlijks gemiddeld 0,8 procent van het bruto nationaal produkt moet besparen om tegen 1995 bij de monetaire unie te kunnen aansluiten. Aangezien 1994 als bezuinigingsjaar vermoedelijk uitvalt wegens de Europese en gemeenteraadsverkiezingen moet Wathelet als premier in '92 en '93 die buit zien binnen te halen.

Zijn uitgangspositie is slecht. België behoorde tot en met 1990 nog tot de beter presterende Europese landen bij de sanering van overheidsfinanciën: het tekort liep terug van 11,9 tot 5,5 procent van het bnp. De "schuldsneeuwbal' leek gestopt. Vorig jaar liep het echter uit de hand. Het overheidstekort liep met 50 miljard frank op. Ver boven het begrote tekort van 345,8 miljard: het bedroeg uiteindelijk 6,5 procent van het bnp. De stijging was meer dan het EG-gemiddelde - België behoort nu met Italië en Griekenland tot de achterhoede. Zelfs Spanje en Portugal koersen sneller op de maximale tekort-norm van de EMU (gehele overheid en sociale fondsen) van drie procent (van bruto binnenlands produkt) af dan België.

Van premier Martens neemt Wathetelet, mits hij slaagt, een land over dat vorig jaar economisch dan ook zwak presteerde. De groei stagneerde bij 1,4 procent, het slechtste cijfer sinds 1985, onder meer dank zij de Golfoorlog en de zeer stevige positie van de frank. De gemiddelde groei in de rozige dagen van hoogconjunctuur tussen 1988 en 1990 bedroeg nog 3,9 procent. Vooral dank zij de Duitse hereniging die de exportkansen daar sterk deden stijgen, kon België de schade beperkt houden. Inmiddels stuurt de Belgische handel een kwart van alle export naar Duitsland. Dat ging echter wel ten koste van de positie op andere exportmarkten. Belgische exporteurs verloren op vrijwel alle andere markten - niet alleen in volume maar ook in relatief aandeel. De verkopen vielen in 1991 tegen, de afzetmarkten krompen en de winstmarges stonden onder druk, zo jammerde het verbond van Belgische ondernemingen.

Was Duitsland niet herenigd, dan was de Belgische economie in 1990 geheel gestagneerd, veronderstellen de conjunctuur-analisten van de meeste banken. Het regende deze maand dan ook sombere cijfers in de diverse jaaroverzichten. Voor het eerst sinds 1984 steeg de werkloosheid. Er zijn nu zo'n 369.000 Belgen zonder werk (10,9 procent van de broepsbevolking), 20.000 meer dan het jaar voordien. Daarbij viel op dat ook de dienstensector werd getroffen, niet alleen de meer conjunctuurgevoelige industrie. De produktie in de industrie lag in 1990 bijna zeven procent onder die van voorgaande jaren. De investeringen bleven achter: in de nijverheid bijvoorbeeld met zeven procent. Hoewel de particuliere inkomens vorig jaar met ongeveer drie procent stegen, groeide de consumptie maar 1,9 procent - met de beelden van CNN uit de Golf op het netvlies brachten de Belgen hun geld liever naar de bank. Het aantal faillissementen steeg met bijna 13 procent.

Er was ook goed nieuws. De positie van de Belgische frank bleef het gehele jaar sterk - de Duitse mark kon moeiteloos worden gevolgd. De inflatie bleef in 1991 op niet meer dan 3,2 procent, een van de laagste cijfers in heel Europa.

De vooruitzichten van de analisten van de banken voor 1992 zijn gematigd optimistisch. Vermoedelijk wordt de stagnatie, die zich nu in Duitsland lijkt voor te doen, opgevangen door het herstel in andere Europese landen. Belgische exporteurs dienen dus voor herstel te vechten op hun traditionele markten. Als in Duitsland medio dit jaar de loononderhandelingen achter de rug zijn kan de rente daar weer dalen, zo wordt gehoopt. Dat stimuleert het verlenen van krediet, waardoor investeringen gemakkelijker worden.

De meeste banken voorspellen een economische groei voor 1992 van ongeveer twee procent. De inflatie wordt niet veel hoger dan 3,6 procent. De trage groei heeft wel tot gevolg dat de werkloosheid blijft stijgen - vermoedelijk met zo'n tienduizend man. Het overheidstekort blijft volgens de banken het zwakste punt van de Belgische economie: ook in 1992 wordt een te hoog percentage van ongeveer zes procent van het bnp verwacht.