H.O.C.R. RUDING; Bankier Ruding keert terug op oude stek

Dr. H.O.C.R. Ruding keert weer terug op zijn oude stek. Na twee mislukte pogingen om aan de slag te komen bij het Internationaal Monetaire Fonds en de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa wordt de 52-jarige Ruding volgende week waarschijnlijk benoemd als vice-voorzitter van Citicorp; de grootse bank van de Verenigde Staten.

Ruding werd in november 1982 door minister-president Lubbers uit de raad van bestuur van de Amro-bank gehaald. Binnen de bank was de hij de gedoodgevergde opvolger van bestuursvoorzitter Nelissen. En toen hij de bank verliet is er een gentleman-agreement gemaakt dat hij na een politieke carrière weer bij Amro-bank zou kunnen terugkomen. Maar in 1989 fuseerde de Amro met ABN-bank. Nelissen, de huidige bestuursvoorzitter van ABN Amro, wordt opgevolgd door Hazelhoff; bestuursvoorzitter van de ABN.

Om zijn oude stiel weer op te pakken moet Ruding dus verhuizen naar New York. Tegen de Nederlandse volksaard in. “De mensen zijn niet snel bereid ergens anders een baan te accepteren. Als ze moeten verhuizen haken de meeste mensen af”, zei hij in 1984 in een geruchtmakend vraaggesprek met dagblad Het Vrije Volk. “Men blijft liever dicht bij tante Truus wonen. (-) Wat dat betreft is de Amerikaanse economie veel beter. Je moet de mensen een prikkel geven om uit de penarie te komen.”

In de kabinetten Lubbers I en II (1982-1989) was Ruding minister van financiën. Hij had het tij mee; de economie groeide gestaag en de belastinginkomsten vertoonden jaar in jaar uit grote meevallers. Desondanks was het voor Ruding moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. Jaar in jaar uit moest hij in de Miljoenennota meedelen dat het financieringstekort hoger werd geraamd dan in het regeerakkoord was afgesproken. Aan het eind van ieder jaar bleek het steeds mogelijk het in het regeerakkoord afgesproken financieringstekort wel te realiseren, maar hoofdzakelijk door de sterk meevallende belastinginkomsten.

De directeur van het Centraal Planbureau, prof. drs. G. Zalm, maakte in zijn inaugurele rede een einde aan de mythe dat de kabinetten Lubbers I en II de overheidsfinanciën zouden hebben gesaneerd en zo veel zouden hebben bezuinigd. Het tegendeel is waar; als deze kabinetten werkelijk hadden gedaan wat in de regeerakkoorden was beloofd, zou het financieringstekort bij het aantreden van Kok enige procenten lager hebben gelegen. De grootste verdienste van Ruding is geweest dat hij een begin heeft gemaakt met de zogenoemde operatie comptabel bestel, waardoor de uitgavendiscipline weer is hersteld.

Met zijn besluit om na zijn ministerschap deeltijd-voorzitter te worden van de het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond gaf Ruding aan dat hij zijn carrière wil continueren in het Haagse politieke circuit. Het voorzitterschap van de commissie-buitenland van het CDA, zou een opstap kunnen beteken naar het ministerschap van buitenlandse zaken. Maar met zijn overstap naar Citicorp neemt Ruding afscheid van een politieke carrière. In zijn nieuwe functie gaat Ruding ongeveer 1,4 miljoen gulden per jaar verdienen; een verachtvoudiging ten opzichte van het salaris van een minister.