Gratis klagen en schelden op Simons

DEN DOLDER, 14 JAN. Een toenemend aantal mensen belt 06-0613 om hun agressie te uiten. Hoewel tien procent van de bellers uitsluitend scheldkanonnades produceert, gooien de ongeveer 20 vrijwilligers die sinds 5 december de "plan-Simons informatielijn' bemannen, de hoorn niet op de haak. Dat gebeurt alleen als er racistische opmerkingen worden gemaakt. Vooral mensen uit de hoogste inkomensgroepen ontsteken in woede. Unaniem wijzen zij de schuldige aan: staatssecretaris Simons (volksgezondheid). Vaak zijn deze mensen niet meer tot rede te brengen, zegt A. Vogelzang, gezondheidsjuriste en medewerkster van de (onafhankelijke) Stichting de Ombudsman. “De gesprekken zijn de laatste weken grimmiger geworden”. De twintig telefoons in een zaaltje van de Willem Arntsz-hoeve in Den Dolder staan van 's ochtends elf tot 's avonds zeven uur roodgloeiend. De meeste bellers willen weten wat er op 1 januari precies is veranderd in het stelsel van ziektekostenverzekeringen en waarom. Eén ding staat als een paal boven water, zegt Vogelzang: er zijn ontzettend veel misverstanden over de veranderingen die tot en met 1995 worden doorgevoerd. De medewerkers van Stichting de Ombudsman proberen die, in opdracht van het ministerie van WVC, uit de weg te ruimen.

“De meeste mensen krijgen nu voor het eerst met de AWBZ te maken. Tot nu toe zaten er vooral niet-alledaagse voorzieningen in, zoals opname in een verpleeghuis of langdurige ziekenhuiszorg. Met de overheveling van medicijnen naar de AWBZ is daar verandering in gekomen. Bovendien gaan de mensen meer voor de AWBZ betalen. De inkomensafhankelijke premie is van 5,8 naar 7,3 procent gegaan en er is voor iedere verzekerde dit jaar een nominale premie, een vast bedrag per maand, bij gekomen. De mensen willen nu weten wat ze daarvoor krijgen.” "Wat is de AWBZ?', is tot nu toe de meest gestelde vraag.

Pag 3:

Verzekerden klagen over slechte voorlichting

Terwijl de midden- en hogere inkomens netto meer gaan betalen voor de nieuwe ziektekostenverzekering, gingen veel mensen ervan uit dat zij in het nieuwe jaar minder aan ziektekostenpremie kwijt zouden zijn. Voor velen pakte dat anders uit.

Weliswaar zijn per 1 januari de standaardpolis en de standaardpakketpolis goedkoper geworden, maar het voordeel wordt vaak weer ongedaan gemaakt door een verhoging van de wettelijke bijdragen. De tekorten door verzekeraars op beide polissen geleden, worden omgeslagen over alle particulier verzekerden. Zij betalen een wettelijke bijdrage, de WTZ-heffing, om de kosten van beide polissen te dekken. “Het is een omissie geweest van de staatssecretaris om dat niet te vertellen”, zegt Vogelzang.

De WTZ-heffing lag enkele jaren geleden nog op 30 gulden, inmiddels betaalt een volwassen particuliere verzekerde 414 gulden per jaar. Vogelzang: “Als je bedenkt dat het om vaste bedragen gaat, die dus niet afhankelijk zijn van het inkomen en ook voor kinderen betaald moeten worden (tot 19 jaar ƒ 207 per jaar), kun je je voorstellen dat dat soms gigantisch aantikt.” Vogelzang vreest voor volgend jaar nog grotere klappen. Dit jaar nemen tussen de 200.000 en 300.000 studenten een standaardpolis en komt een groep van ongeveer 200.000 particulier verzekerden in aanmerking voor de (goedkope) standaardpolis. Het gevolg is dat de wettelijke bijdrage volgend jaar weer fors omhoog gaat. De meerkosten van deze polissen worden omgeslagen over alle particuliere verzekerden. Omdat het om een verdubbeling van de groep verzekerden met een standaard(pakket)polis gaat, ligt een verdubbeling van de WTZ-heffing voor de hand, meent Vogelzang. Hoe eerder de stelselwijziging is gerealiseerd des te sneller kan er een einde worden gemaakt aan de wettelijke bijdragen. Als er geen onderscheid meer is tussen ziekenfondsverzekering en particuliere verzekering, is ook dat fenomeen verdwenen.

Vogelzang wijt een groot deel van de nu ontstane commotie over de ziektekostenpremies aan de voorlichting van de verzekeraars, met name de particuliere maatschappijen. “Die voorlichting is ronduit slecht. Verzekerden hebben begin dit jaar vaak niet meer dan een premie-overzicht gekregen, waaruit slechts blijkt wat de premie voor 1992 is. Aan de telefoon ben je 20 minuten bezig om uit te vinden waar het totale premiebedrag precies uit bestaat.”

De boosheid van particulier verzekerden wordt ook veroorzaakt doordat de meeste verzekeraars hun (maatschappij)premies per 1 januari niet hebben verlaagd maar op het niveau van vorig jaar hebben gehouden. Volgens Simons zouden de premies ongeveer 15 procent omlaag kunnen doordat verzekeraars de geneesmiddelen niet meer hoeven te vergoeden. Dat gebeurt nu uit het fonds van de AWBZ, reden waarom iedere Nederlander sinds 1 januari een hogere (inkomensafhankelijke) AWBZ-premie betaalt. Onder meer als gevolg van financiële meevallers in de afgelopen jaren zouden de premies van de maatschappijpolissen zelfs tot 30 procent omlaag kunnen, liet Simons eind vorige week weten. De meeste verzekeraars hebben de premies niet verlaagd, omdat de kostenstijging in de gezondheidszorg over 1991 hoger uitvalt dan verwacht.

Vogelzang deelt de kritiek van Simons op de verzekeraars, maar meent dat de ziekenfondsen ook niet helemaal vrijuit gaan. Met name de voorlichting aan hun verzekerden had volgens haar beter gekund. Ziekenfondsverzekerden die hun fondsen gemachtigd hadden om geld automatisch niet-inkomensafhankelijke ziektekostenpremies af te schrijven, werden slecht geïnformeerd. De afschrijving ging vergezeld van een overzicht van de premiebedragen, zonder dat duidelijk werd dat de nominale AWBZ-premie op 1 januari was ingevoerd en met hoeveel de overige premies waren verhoogd of verlaagd.

“Alles bij elkaar leidt dit allemaal tot zoveel irritatie, vooral bij particulier verzekerden, dat het einddoel, de basisverzekering voor iedereen in 1995, uit het zicht raakt. Met onze telefoonlijn kunnen we veel misverstanden en irritatie wegnemen. Als je ze het systeem nog eens een keer uitlegt, zonder daar waarde-oordelen aan te koppelen, hebben mensen daar vaak begrip voor. Het gaat er om dat gezonde mensen en mensen met een hoger inkomen wat meer betalen ten gunste van zieken en mensen met een lager inkomen. Daar hebben de meesten best wel wat voor over, maar dan willen ze wel goed worden geïnformeerd en correct behandeld”, aldus Vogelzang. Ze wijst erop dat aan die solidariteit tussen verzekerden een grens is gesteld. Met die mededeling kan ze regelmatig mensen met hogere inkomens geruststellen. De inkomensafhankelijke AWBZ-premie wordt uitsluitend over 7,3 procent van een belastbaar inkomen tot ongeveer 43.000 gulden geheven. Weinig mensen beseffen dat ze tot nu toe al een inkomensafhankelijke AWBZ-premie van 5,8 procent betaalden.