Een "straddle' op alle financiële waarden

Door aandelen, onroerend goed, obligaties, liquiditeiten en dergelijke volgens een bepaalde verhouding in één portefeuille op te nemen, krijg je een geheel dat tegen een stootje kan. De hoeveelheden die je van iedere asset koopt worden bepaald met slimme berekeningen, die uitgaan van historische financiële en economische gegevens die iets zeggen over de toekomst. Door steeds te kopen en verkopen, geleid door computerprogramma's, behalen de beheerders optimale resultaten.

De hoogbegaafde beoefenaren van dit werk noemen dat dynamic tactical asset and liability allocation; het voortdurend taktisch heen en weer schuiven met bezittingen en schulden. Particuliere beleggers hebben niet genoeg kennis, ervaring, tijd en middelen om zo'n wetenschappelijke aanpak zelf toe te passen. Vandaar hun belangstelling voor fondsen die volgens dit soort kwantitatieve methoden beleggen.

Wie de zaken toch in eigen hand wil houden, kan met eenvoudige middelen best aardige resultaten bereiken. Eind mei vorig jaar stond in deze rubriek een (te) rustige portefeuille met 100 aandelen Akzo (koers 108,50 gulden), KLM (26,30), Koninklijke Olie (155,80), Philips (31,70) en Unilever (158,80). De waarde van dat TopVijf-mandje was toen 48.110 gulden, zonder rekening te houden met kosten. Nu, acht maanden later, is die waarde door het aantrekken van Akzo, KLM en Unilever 4450 gulden of 9 procent opgelopen tot 52.560. Die koerswinst is onbelast. Daar komen nog bij de voor de IB onbelaste (door de vrijstelling) dividenden van Akzo, Olie en Unilever van rond de 2.000 gulden per jaar of 4 procent. Bij elkaar 13 procent. Achteraf niet zo slecht.

Het voorbeeld van mei 1991 was minder eenvoudig dan hiervoor beschreven, omdat de portefeuille op geen enkele manier gedekt was tegen koersdalingen, met bij voorbeeld put-opties. Daarom werd de portefeuille aangevuld met een andere dekking: het schrijven/verkopen van call-opties die geld opleveren en de investering beperken, maar minder bescherming bieden dan gekochte put-opties.

Niet bekend

Je geeft met deze benadering het initiatief uit handen. Daar staat tegenover dat de lagere investering 3 procent minder aan rentelasten vergt en het dividend van 2.000 gulden (of meer als KLM en Philips weer uitkeren) 6 procent rendement geeft. Het houdt niet over. De conclusie zou kunnen luiden, dat het schrijven van lange deep-in-the-money opties wèl beschermt, maar aan de andere kant de winstkansen (en daar gaat het om) aanzienlijk beknot. Echt een rustige belegging.

Wat zou je in deze markt kunnen doen? De voorspellingen zijn zoals gewoonlijk overduidelijk: het kan omhoog en omlaag. Een eenvoudige strategie om te profiteren van die marktbewegingen is de aankoop van niet te dure opties die voor een jaar of een halfjaar kansen naar boven of beneden geven. De index-opties liggen voor de hand, maar die zijn voor een dergelijke periode niet goedkoop.

Een rustig aandeel heeft meestal lage optiekoersen. Neem ABN Amro. Het aandeel heeft een klim van tientallen procenten achter de rug en dat werkt kalmerend op de koers van de putopties. De januari met uitoefenprijs 40 gulden die over een jaar, in 1993, afloopt (een meerjarige optie) deed maandag 100 gulden per optie van 100 aandelen en het aandeel 43,90. Een optie voor fikse koersdalingen wellicht. Of de put juli 42,50 voor ongeveer dezelfde prijs.Voor een opwaartse kanshebber komt misschien de call juli 50 van ING (ruim tien procent onder de hoogste koers) voor 140 gulden per optie (aandeel 47,30) in beeld. Beide opties, de juli ABN en ING, vormen een soort straddle (het aanhouden van zowel call- en put-opties op hetzelfde fonds) voor de gehele beurs.