Duinen

Het is onjuist te stellen dat de jacht een van de factoren is geweest die de duinen ernstig hebben aangetast (NRC Handelsblad, 3 december). Integendeel. 55 tot 60 jaar geleden zwierf ik, meestal in het voorjaar met een van de jachtopzichters door de waterleiding-duinen onder Zandvoort. In dit gebied werd door enkele jachtcombinaties gejaagd. Iedere combinatie had een of meerdere jachtopzichters in dienst. Recreanten waren in die tijd nauwelijks te zien. De wildstand en vogelrijkdom waren groot. Predatoren werden kort gehouden.

Omstreeks 1970 werden de jachtmogelijkheden beperkt en vervolgens verboden. Predatoren namen in explosieve mate toe. De vos verscheen en tierde welig. Bodembroeders en veel zangvogels verdwenen. Destijds is door natuurliefhebbers en dus ook jagers op deze desastreuze ontwikkeling gewezen. Geen enkele stap om de situatie te verbeteren werd ondernomen.

Rondom het Zwanewater onder Castricum heeft ditzelfde zich afgespeeld. In de tijd dat er nog werd gejaagd en jachttoezicht aanwezig was genoot de lepelaarskolonie volledige bescherming. Toen de jacht ophield te bestaan verdween daar ook het toezicht en werden de jonge lepelaars door vossen uitgemoord.

Ik bezit een foto, enkele tientallen jaren geleden genomen, van de jachtopzichter Jan van Honschoten met de heer Strijbos, de grote natuur- en vogelkenner, naast elkaar zittend op een duintop in het Zandvoortse duin. In die tijd bestond er samenwerking tussen natuurbescherming en jacht en geen polarisatie waarmede de natuur en dus ook de vogelstand niet zijn gediend.

In Engeland is de natuur- en vogelbescherming inmiddels tot de conclusie gekomen dat jacht en natuurbeheer wel degelijk samen kan gaan en zulks vermoedelijk dank zij het wetenschappelijk onderzoek van de Game Conservancy te Fordingbridge.