Boyer in miniaturen met een gouden randje

Voorstelling: Three of a kind: 1. De Parade. Concept- en bewegingsregie: Moniek Merkx; uitvoering: Luc Boyer, Rob Severien en Guido Severien; licht: Ronald Nord. Gezien: 13/1 Theater Frascati, Amsterdam.

De mimespeler Luc Boyer is aan een nieuwe serie éénmalige voorstellingen begonnen in Theater Frascati aan de Nes in Amsterdam. De aanpak is ook dit vijfde seizoen verschillend van voorgaande jaren. Zo speelde hij in 1991 de overrompelende reeks One Pair / Split samen met de actrices Liz Snoyink en Simone van Ettekoven. Bekende regisseurs als Mette Bouhuys, Lodewijk de Boer en Paul Binnerts voerden de regie.

In Three of a kind, bestaande uit zes produkties, ligt het accent echter geheel op de beweging. Wisselende mimografen, choreografen en cineasten, zoals Wouter Steenbergen, Itzik Galili en Erik van Zuylen, bedenken het concept. Naast Luc Boyer zullen steeds verschillende collega-mimers, -dansers of -bewegers optreden. Deze keer zijn dat Rob Severien - op het ogenblik acteur bij het jeugdtoneelgezelschap Huis aan de Amstel en ooit werkzaam bij Bewth en de Dogtroep - en Guido Severien, die reeds geruime tijd als danser en choreograaf is verbonden aan de moderne dansgroep Dansproduktie.

De spits van de serie is afgebeten door Moniek Merkx - dramaturge en bewegingsregisseuse o.a. bij Onafhankelijk Toneel en Het Concern - met De Parade: “een grote verzameling gevonden voorwerpen in éénmalige uitverkoop”. Merkx maakte een vrolijke, revue-achtige voorstelling van bijna twintig scènes, die zij in een lijsttoneel presenteert. Die miniaturen krijgen door hun fijnzinnige humor een gouden randje.

Met kleine middelen wordt er een scala van mogelijkheden bereikt. Juist zichtbare benen onder een iets opgetrokken voordoek wandelen voorbij op Zuidamerikaanse dansmuziek; een slangenbezweerder die op een harpje spelend een touw tot leven probeert te brengen; een goochelaar die zijn nummer brengt zonder rekwisieten, een uitstekende act van Guido Severien die met een open doekje werd beloond. Het klinkt afgezaagd, maar het tegendeel is waar. Er worden werelden geschapen door het inventief gebruik van eenvoudige rekwisieten, als keukendoekjes aan bamboestokken, houten zwaarden en banken of een bord met aan de ene kant de nostalgische reclame van Javaanse Jongens en aan de andere kant de kreet Ausländer raus. Ja, zelfs daar moet je om lachen.

Maar de voorstelling krijgt vooral zijn kracht door de uitstekende prestaties van Boyer en de gebroeders Severien. De drie beschikken over een grote uitstraling: Luc Boyer met zijn lange lichaam en passie voor alles wat oosters is; Rob Severien als droogkomiek, die genoeg heeft aan een enkel handgebaar of oogopslag; Guido Severien door zijn acteertalent en ontspannen manier van dansen. Ook dat werd er gedaan, en goed. Op 3 februari zullen de mimografe Jeannette van Steen en de dansers/-docenten Bambi Uden en Jaap Flier deze eerste aflevering proberen te overtreffen.