Bezoek aan Zuid-Afrika

DE BESLISSENDE FACTOR in de politieke beoordeling van het aanstaande bezoek van premier Lubbers en minister Van den Broek aan Zuid-Afrika is of het ANC gelijk heeft met zijn stelling dat de visite te vroeg komt.

Letterlijk verklaart de belangrijkste organisatie van de zwarte gemeenschap dat het bezoek legitimiteit verschaft aan een niet-legitiem regime. Volgens die redenering was het beter geweest indien de Nederlanders hadden gewacht totdat een interim-regering van nationale eenheid, nu in de maak, tot stand was gekomen. Dit is wel een zeer formeel standpunt dat herinnert aan de dagen voordat het ANC zelf gelegitimeerd was.

Volgens het volkenrecht is de zittende regering de legitieme regering van Zuid-Afrika. In dat perspectief brengen Lubbers en Van den Broek niet anders dan een tegenbezoek voor de visite van president De Klerk vorig jaar aan Nederland. Dat Den Haag vele jaren lang aan dergelijke protocollaire beleefdheden ten opzichte van Zuid-Afrika geen behoefte had, kwam voort uit het oprechte verlangen de hier heersende onvrede over de apartheid te demonstreren. De veranderingen, in Zuid-Afrika op gang gebracht, hebben ook een wijziging in deze Nederlandse houding veroorzaakt. De Klerks officiële aanwezigheid in het Koninkrijk was daarvan een onderstreping. De reis van het tweetal Haagse bewindslieden naar Zuid-Afrika is een logisch vervolg.

BEHALVE HET formele bezwaar dat de Zuidafrikaanse regering niet legitiem genoeg is om buitenlandse bewindslieden te ontvangen, heeft het ANC ook twee zakelijke bezwaren: het bezoek waardeert dat illegitieme bewind op en het doorkruist het gesprek over een regering van nationale eenheid. Met deze argumentering geeft het ANC een onnodig staaltje van onzekerheid weg.

Hoe zou een bezoek vanuit Nederland, dat zijn afwijzende houding tegenover de toestand in Zuid-Afrika al vele jaren geleden duidelijk heeft gemaakt, verkeerde verwachtingen kunnen wekken bij de blanke minderheid? De ontwikkelingen in Zuid-Afrika zijn onomkeerbaar geworden en er is daarom alles voor dat Nederland nu op het politiek hoogste niveau kennis neemt van de richting van die ontwikkelingen. Alle denkbare gesprekspartners zijn in beginsel toegankelijk, ook de vertegenwoordigers van de meerderheid. Het maakt weinig verschil of zij de Nederlanders ontvangen in hun capaciteit van gesprekspartners van de Zuidafrikaanse regering in een beslissende fase van het overleg of als leden van een interim-kabinet. Belangrijker is dat beide Nederlandse ministers in een zo vroeg mogelijk stadium en wederkerig op het hoogste niveau over de verschillende politieke prioriteiten worden voorgelicht.

IN DE MARGE is er dan nog wat zeer over het tijdstip waarop het ANC over het Nederlandse voornemen is ingelicht. Niet ondenkbaar is dat het strakke diplomatieke corset Den Haag weer eens parten heeft gespeeld. Ook al is het waar dat de formele partner in dit opzicht in de eerste plaats de Zuidafrikaanse regering is, wanneer men, zoals de Nederlandse regering, de zwarte beweging van het ANC volstrekt ernstig neemt, is er alles voor dat onomstotelijk te laten blijken.

Toch is het teleurstellend dat de reactie van de PvdA-fractie, één van de regeringspartijen, direct weer afwijzend was na de bezwaren van het ANC. Speelden hier wellicht binnenlands-politieke sentimenten een rol? Beter was het geweest als de PvdA voor een constructieve opstelling had gekozen door te bezien hoe het voorgenomen bezoek alsnog voor alle betrokken partijen aanvaardbaar wordt. De plooi kan immers worden rechtgestreken. Ook Mandela heeft een memorabel bezoek aan Nederland gebracht. Het tegenbezoek aan hem en aan zijn organisatie mag niet plaatshebben in de schaduw van het verleden.