W. MICHIELS VAN KESSENICH 1902-1992; Kleurrijk aristocraat

Morgen heeft in Maastricht, waarvan hij met onderbreking tijdens de oorlog van 1937 tot 1967 burgemeester was, de uitvaart plaats van mr. W. baron Michiels van Kessenich. Hij overleed afgelopen donderdag in een verzorgingshuis in Bilthoven op 89-jarige leeftijd.

Michiels van Kessenich, die in het Duitse Langebruck werd geboren, was in Maastricht een markante persoonlijkheid. Volgens een hoge gemeentelijke ambtenaar, die nog onder hem diende, was hij een “hele aparte, tamelijk aristocratische figuur, die veel overwicht had over de gemeenteraad.”

Michiels van Kessenich wordt ook door mr. A. Baeten, die hem in 1967 als burgemeester opvolgde, gekenschetst als een “geestige, vaak zeer spirituele man, die je kon overvallen met gekke invallen.” Baeten was jarenlang lid van de gemeenteraad onder Michiels van Kessenich. “Als het nodig was, was hij dominant aanwezig, maar hij liet je als raadslid niettemin gewoon je zegje doen.”

Bij tijd en wijle posteerde hij zich met zijn stukken in de hal van het gemeentehuis, hield bij wie van de ambtenaren te laat kwam en riep ze ter plekke op het matje.

Onder de burgers van Maastricht was Michiels van Kessenich in het algemeen een gezien figuur om wie men zich overigens ook wel eens vrolijk maakte. Bekend was dat hij als vroom katholiek een vurig vereerder was van Onze Lieve Vrouw Sterre der Zee, van wie het wonderdadig beeld staat in de Onze Lieve Vrouwebasiliek, de kerk waarvan hij in zijn Maastrichtse tijd parochiaan was en van waaruit hij morgen ten grave wordt gedragen. Michiels van Kessenich had zijn caravan, waarmee hij heel Europa afreisde, gedoopt tot “Maria ter Karre”. In zijn brieven refereerde hij vaak aan de moedermaagd.

Van bijzonder belang worden zijn verdiensten genoemd in de opbouw van het na-oorlogse Maastricht. Onder meer was hij de instigator van de renovatie van het Stokstraatkwartier, een destijds verpauperde buurt, waarvan men later een paradepaardje maakte voor de welgestelden. Michiels van Kessenich kwam in het nieuws toen hij aanspraak maakte op Belgisch grondgebied, waarop Maastricht haar toekomstige uitbreidingen zou moeten realiseren: iets wat nooit is doorgegaan.

Zijn optreden in het begin van de Tweede Wereldoorlog zou later onderwerp van kritiek worden. De aanleiding daarvoor was dat hij op 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen, op last van de bezetter tien vooraanstaande Maastrichtenaren aanwees als gijzelaars, die zouden worden dood geschoten mocht de bezetter iets in de weg worden gelegd. Later heeft men hem deze aanwijzing, waartoe collega's zich niet lieten verleiden, kwalijk genomen, vooral omdat hij niet zijn eigen naam als eerste op de lijst had willen zetten.

Michiels van Kessenich, die in 1941 aftrad als burgemeester en kort na de bevrijding van Maastricht in 1944 weer terugkeerde, zou er na de oorlog een benoeming tot minister van Binnenlandse Zaken mee hebben verspeeld, zoals onder meer dr. L. de Jong noteerde in "De geschiedenis van het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'.

Na zijn pensionering in 1967 hertrouwde Michiels van Kessenich, die zelf twaalf kinderen had en nog een aantal aangenomen kinderen, en bezocht hij nog regelmatig Maastricht.

Hij was ereburger van Aken, drager van de ere-medaille van de stad Maastricht, geheim kamerheer van de paus, ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw en officier in de orde van Oranje Nassau. Hij was ere-voorzitter van de Vereniging van Limburgse gemeenten en ere-voorzitter van Sobriëtas, de roomskatholieke matigheidsvereniging.