VVD "geschokt' door groei van islamitische basisscholen

DEN HAAG, 13 JAN. De VVD wil een onderzoek van de onderwijsinspectie naar de kwaliteit van de ongeveer twintig islamitische scholen in ons land. VVD-onderwijsspecialist J. Franssen zegt aanwijzingen hebben dat die kwaliteit tekortschiet.

“Zelf was ik op een islamitische school in Rotterdam-West”, aldus Franssen. “Het was één en al nostalgie wat ik daar zag aan Arabische platen, foto's en teksten. De invloed van het Nederlands op de school was ogenschijnlijk miniem.” Hoe de kwaliteit van andere islamitische scholen is, weet Franssen niet uit eigen waarneming. Staatssecretaris Wallage heeft enkele maanden geleden al aangekondigd een advies van de Onderwijsraad over de islamitische scholen te willen.

Franssen zei gisteren voor de IKON-radio “tamelijk geschokt” te zijn over de groei van het aantal islamitische scholen tot twintig. In 1989 waren dit er nog twee. Franssen acht die groei uit het oogpunt van integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving onwenselijk. “Daarbij hebben we grondwettelijk geen poot om op te staan”, erkent Franssen. “De grondwet staat de schoolstichtingen namelijk gewoon toe.”

Een woordvoerder van de besturenorganisatie van islamitische scholen (ISBO) zei gisteren te verwachten dat hun aantal nog zal groeien tot 100. Er zijn inmiddels ook aanvragen voor een islamitisch pedagogisch studiecentrum en een school voor voortgezet onderwijs. Deze laatste aanvraag is door het ministerie afgewezen. Omdat vanaf 1 augustus nieuwe, hogere stichtingsnormen in het basisonderwijs gelden (200 leerlingen) zal de groei van de islamitische "zuil' in het onderwijs in de toekomst waarschijnlijk minder snel gaan.

De 20 islamitische scholen tellen bij elkaar ongeveer 2.280 leerlingen. Volgens de Leidse cultureel antropoloog W.A. Shadid die onderzoek deed naar de islamitische scholen in Nederland, is dit circa 3,5 procent van het totaal aantal Turkse en Marokkaanse kinderen in het Nederlandse basisonderwijs.

Franssen wil het door VVD-fractieleider F. Bolkestein aangezwengelde nationale debat over de minderheden aangrijpen om de regering te vragen hoe ze staat tegenover het ontstaan van de islamitische zuil. Daarbij zou ook “de ontmoetingsfunctie voor minderheden in het Nederlands onderwijs aan de orde moeten komen”, aldus Franssen. “Daar heeft het intercultureel onderwijs onvoldoende vorm gekregen. En christelijke scholen laten wel bijvoorbeeld Turkse en Marokkaanse leerlingen toe, maar weigeren deze groepen in hun medezeggenschapsraden.”

Een woordvoerder van het ministerie kon niet zeggen of Wallage het verzoek van Franssen tot een inspectie-onderzoek zal inwilligen. Zij wees er wel op dat de inspectie de islamitische scholen, net als alle andere basisscholen, al controleert. Geen van die onderzoeken wijst er volgens haar op dat de kwaliteit van deze scholen tekortschiet.

CDA en PvdA zien weinig in het verzoek van Franssen. CDA-onderwijsspecialist W. van de Camp zei gisteren dat de stichting van islamitische scholen de integratie juist kan bevorderen. Premier Lubbers heeft onlangs iets soortgelijks naar voren gebracht. PvdA-woerdvoerster T. Netelenbos is niet enthousiast over de islamitische scholen maar wijst tevens op de grondwettelijke vrijheid om dergelijke scholen te openen.

M. Bakkiouli, de Marokkaanse voorzitter van de ISBO die de besturen van zeventien islamitische scholen bundelt, wil nog niet op de kritiek van Franssen reageren. “We hebben over dit onderwerp al meer problemen gekregen zodra we daarover in discussie gingen. We moeten deze kwestie eerst in ons bestuur bespreken.”

E. Türkcan, voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en opvoeding die drie islamitische scholen in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag bestuurt, ontkent niet dat er kwaliteitsproblemen zijn. “Er zijn moeilijkheden bij het vinden van goede onderwijzers en lesmateriaal, maar elke nieuwe organisatie heeft zijn tijd nodig. We zijn pas twee jaar bezig.”

Türkcan beklemtoont dat de ISNO islamitische kinderen wil opleiden voor het Nederlands voortgezet onderwijs en net als vergelijkbare bijzondere Nederlandse scholen één uur godsdienstonderwijs per week geeft. Dit in onderscheid met de ISBO van Bakkiouli die Türkcan als “conservatief” betitelt. “Ze hebben bij de ISBO ander godsdienstonderwijs en vinden de religieuze voorschriften bij kleding en omgang belangrijker.” Er bestaan dan ook conflicten tussen de ISBO en de ISNO, aldus Türkcan.