Vliegdekmoederkerk

Ik heb een mapje knipsels. Er zitten zinnen en alinea's in die ik ooit nog eens hoop te begrijpen. Misschien is het een kwestie van tijd, dacht ik toen ik ze voor het eerst las, misschien komt er een dag dat het me ineens daagt. Soms, als ik goed uitgerust ben en me helder voel, haal ik ze tevoorschijn en probeer het weer.

De zinnen zijn afkomstig uit artikelen van Jan Tromp, parlementair redacteur van de Volkskrant. Leden van de Tweede Kamer riepen hem vorige week in HP De Tijd uit tot de beste politieke journalist van Nederland. Zie je wel, dacht ik, het ligt niet aan hem, je kunt gewoon niet lezen, of je begrijpt niets van politiek, dus ik sloeg het mapje nog eens open.

Mijn vermoeden dat Tromp een speciale, waarschijnlijk maar voor een select gezelschap begrijpelijke taal schrijft is onder andere gebaseerd op de manier waarop hij de term "wegzetten' gebruikt.

“Kok probeerde opnieuw de moed erin te houden door van zichzelf het beeld van de marathonloper weg te zetten”, schrijft hij bijvoorbeeld.

Zelf zou ik in zo'n geval "neerzetten', gebruiken, maar Tromp doet dit zo consequent dat het haast wel een diepere bedoeling moet hebben. “In conflicten kon ze een perfecte Vermoorde Onschuld wegzetten.”

“De dochter van een rijwielhersteller uit Klazienaveen die in de hoofdstad een geromantiseerde versie van Ulrike Meinhof weet weg te zetten.”

“Wöltgens zette zijn CDA-collega weg als een katholieke gluipkoei met luizestreken.”

Bij gluipkoei weifel ik, dat zou natuurlijk een soort fantasieterm kunnen zijn.

De verhouding tussen Lubbers en Kok is moeizaam, schrijft Tromp op een dag, “maar op zichzelf zou je nog kunnen redeneren dat elke verknipte wereld recht heeft op zijn eigen gebruiken”. Verder worden tussen Kok en Lubbers “dingen niet gezegd die wel bedoeld zijn om als gezegd te worden begrepen”. “Je zou denken”, stelt Tromp, “na zoveel tijd gaan rituelen slijten en moet zelfs in het hardste blauw iets van het violet zichtbaar worden.” Hoe nu? Sláát Lubbers Kok? Of Kok Lubbers? Het is niet uitgesloten. Want, vervolgt Tromp: “in de wereld van gewone mensen is dan een aantal inkleuringen mogelijk: haat, spugende woede, geslagenheid, naastenliefde, verbroedering, overgave”. Rituelen, kleuren, haat, spugen, overgave, de aanwijzingen gaan nu toch steeds meer in de richting van een occult heidens ceremonieel. Premier Lubbers speelt hier vermoedelijk slechts een bijrol in, want die “durft de kat niet eens te aaien”, lezen we even verderop.

Gelukkig is dit alles niet “het belangrijkste aspect” van de zaak, dat zegt Tromp er eerlijk bij, “maar het speelt wel een rol bij de versuikering van de discussies over de tussenbalans”.

Sinds ik dit knipsel bezit hoop ik er nog eens bij te zijn als een discussie versuikert, zodat ik zal weten wat het is.

Tromp over een VVD-verkiezingsbijeenkomst: “Boven het podium verscheen, onzichtbaar, een spandoek met daarop een uitspraak van de betreurde VVD-senator Van Riel: "Soms krijg ik de indruk dat wij in Nederland in een fools paradise leven.' Stap voor stap en onafwendbaar werd de Buitensociëteit omgetoverd in een gesloten inrichting”. De gewone lezer ziet slechts een warrige kluwen woorden, waarin te hoge overheidsuitgaven, de psychiatrie en de toevallige naam van een zalencomplex op lukrake wijze in verband worden gebracht met de sfeer op een VVD-bijeenkomst, maar kenners van het politieke bedrijf lezen hier vast iets veel belangwekkenders in. Bezuinigingen bijvoorbeeld, of demonstraties. Of nader overleg.

Ook als Tromp een gebeurtenis beschrijft waarbij fractieleider Wöltgens probeert “het schip in het midden van de kerk te houden”, voel je gewoon dat de uitdrukking “de kerk in het midden houden” hier niet zomaar verkeerd gebruikt wordt. Hier is meer aan de hand. Een schip in een kerk, een partij in nood, ja ja, zijbeukende golven omspoelen het middenschip van de vliegdekmoederkerk, natuurlijk, het Schip van Kerk en Staat, ja ja, er zit daar iets. Maar helaas, ik krijg het er nog niet helemaal uit.

En dus berg ik mijn mapje Tromp maar weer op. Teleurgesteld, maar ook een beetje blij. Want ik zou ze toch gaan missen, al die raadselachtige zinnen, als ik ze begreep.