Vereenigde Glas ook na bod "eigen baas'

SCHIEDAM, 13 JAN. Directeur mr J.W. van Bussel van Vereenigde Glas is niet verrast door het recente bod van het Franse levensmiddelenconcern BSN om zijn onderneming geheel over te nemen. “Dit is een goed bedrijf. Als ik BSN was zou ik ook Vereenigde Glas willen kopen, om de hele winst binnen te halen.”

Dat het Franse concern hoogstwaarschijnlijk de enige aandeelhouder wordt, maakt volgens Van Bussel voor het beleid en de toekomst van Vereenigde Glas geen verschil. “Ik ken de stijl van BSN, wij zullen onze zelfstandigheid bewaren.”

De positie van Vereenigde Glas (kort voor Nationaal Bezit van Aandeelen Vereenigde Glasfabrieken) is sterk, zowel in Nederland als in Europa. Met Vereenigde Glas zou BSN de een na grootste glasfabrikant worden in Europa. BSN heeft nu al 66 procent van de aandelen in handen en biedt voor de resterende aandelen 520 gulden per stuk.

Tussen 1981 en 1990 is de omzet van Vereenigde Glas gegroeid van 344 miljoen gulden naar 496 miljoen. In de eerste helft van 1991 was de groei 12,5 procent. In 1990 steeg de winst met 5 miljoen tot 34 miljoen gulden.

Van Bussel is niet bang Nederlandse klanten te verliezen door BSN. Het feit dat sommige klanten van Vereenigde Glas, zoals Unilever, in de levensmiddelensector directe concurrenten van BSN zijn, is volgens Van Bussel geen bezwaar. Al vijfentwintig jaar is BSN grootaandeelhouder van Vereenigde Glas, sinds 1973 bezit het concern zelfs de meerderheid van de aandelen. “Dat hebben onze klanten nooit als een probleem gezien. Ik kan geen reden bedenken, waarom zij het nu wél als een probleem zouden zien.” Van Bussel benadrukt dat het Franse concern heel goed begrijpt dat het ook in het belang van BSN is om een zekere mate van vertrouwelijkheid te respecteren. Vereenigde Glas heeft door haar activiteiten inzage in sommige bedrijfsgeheimen van haar klanten. Dergelijke informatie is ook in het verleden nooit aan BSN doorgespeeld.

Vereenigde Glas bestaat juridisch al sinds 1899. Thans omvat de groep zeven ondernemingen, waaronder de Vereenigde Glasfabrieken in Schiedam, de Koninklijke Nederlandse Glasfabriek "Leerdam' en de Kristalunie in Maastricht.

Wie de fabrieken van Vereenigde Glas bezoekt, zal aan de vorm van potjes, flessen en bakjes de buitenkant herkennen van produkten zoals Calvé-pindakaas, Albert Heijn-sherry, Bols-jenever, Grolsch, Nescafé en Danone. Hoewel verpakkingsglas de belangrijkste activiteit van Vereenigde Glas is, doet de groep ook in tafelglas, handgemaakt kristal, kunststof en groothandel. Onder dat laatste wordt verstaan het in- en verkopen van flessen, sluitingen en dopjes die niet zelf worden gemaakt.

In totaal werken tweeduizend mensen bij Vereenigde Glas. Vóór de automatisering, eind jaren zeventig, waren het er nog circa vijfduizend. “Zonder automatisering waren onze flessen twee keer zo duur geweest, dan hadden we het niet overleefd”, verduidelijkt H. Prins, bedrijfsleider van de glasfabriek aan de Buitenhavenweg in Schiedam.

De laatste paar jaar hebben vooral twee ontwikkelingen de groei van Vereenigde Glas gestimuleerd. De eerste is de toenemende populariteit van glas als verpakkingsmateriaal, vanwege het vermeende milieuvriendelijk karakter. Een tweede factor is de Duitse eenwording, die de vraag naar levensmiddelen deed stijgen. Daarmee groeide ook de vraag naar verpakkingsmateriaal. “Wij maken onze winst op de bagagedrager van onze klanten”, zegt Van Bussel. “Als zij groeien, groeien wij ook.”

Om concurrerend te blijven moet de groep veel investeren. Flessen worden dunner gemaakt, waardoor de prijs per eenheid en de vervoerskosten dalen. In oktober vorig jaar brachten de Vereenigde Glasfabrieken een nieuwe melkfles op de markt, die met een gewicht van 400 gram dertig procent lichter is dan de oude. Het energieverbruik is in tien jaar tijd met ruim veertig procent teruggebracht.

Het toenemend gebruik van de glasbakken is voor glasproducenten een gunstige ontwikkeling. In tegenstelling tot papier kan glas makkelijk twintig keer opnieuw worden gebruikt zonder iets van zijn zuiverheid te verliezen. Hergebruik van glas heeft het voordeel dat men daarmee veel energie bespaart.

De glasfabrieken gebruiken daarom ook steeds meer glas dat via de glasbakken wordt ingezameld. In 1989 werd in Nederland 55 procent van de flessen die langs de winkelkassa's kwamen, opnieuw ingezameld. In 1990 steeg het inzamelingspercentage tot 66. Dat getal ligt thans nog hoger. Voor het fabriceren van groen en bruin glas gebruikt Vereenigde Glas voor 85 procent ingezameld glas. De ovens waarin deze kleuren glas worden gemaakt hoeven "slechts' op 1.600 graden Celsius te worden verwarmd. Als men alleen zand zou gebruiken, zou de temperatuur in de ovens tot 2.500 graden moeten stijgen.

In de glassector is nog iets van de ambachtelijke trots terug te vinden. Misschien ligt daarom het ziekteverzuim bij Vereenigde Glas (4 procent) aanmerkelijk onder het landelijk gemiddelde voor de industrie (6,3 procent).

Of de omzet van Vereenigde Glas zal blijven stijgen in dezelfde mate als in de voorgaande jaren, durft directeur Van Bussel niet te zeggen. “Wij hebben natuurlijk een extra duwtje gekregen door de opening van nieuwe markten in Duitsland.” Over de economische recessie maakt Van Bussel zich echter geen zorgen, want “onze klanten doen het goed”.