Primal Scream dicht kloof rock en house

Concert: Primal Scream. Bezetting: Bobby Gillespie en Denise Johnson (zang), Robert Young en Andrew Innes (gitaren), Martin Duffy en Hugo Nicholson (toetsen), Henry Owen (bas) en Toby Toman (drums en elektronische percussie). Gehoord: 11/1 Paradiso, Amsterdam.

De Britse popgroep Primal Scream stuitte op een gouden formule, toen discjockey Andrew Weatherall een drastische herbewerking maakte van de tamelijk traditionele rocksong I'm Losing More Than I'll Ever Have. De revolutionaire dansvloer-remix met de nieuwe titel Loaded werd een internationaal succes op de hitparade, dank zij de nadruk op het dwingende dansritme en de hedonistische strekking van de toegevoegde stem-sample "We wanna get loaded' (vrij vertaald: "Wij willen ons te buiten gaan aan drugs').

Tot voor kort was Primal Scream een onopvallend gitaargroepje, met als belangrijkste wapenfeit dat zanger Bobby Gillespie nog een blauwe maandag drummer was geweest van de spraakmakende lawaaigroep The Jesus And Mary Chain. Het nieuwgevonden succes leidde tot de opvallende koerswijziging van het vorig jaar verschenen album Screamadelica, dat een verbluffend samengaan liet horen van hippe dansritmes, harde gitaren en jaren zestig-invloeden. Vooral de vroege Rolling Stones klinken door in de opzwepende nummers, terwijl ook de psychedelische geluidseffecten van Pink Floyd in herinnering worden geroepen.

Bobby Gillespie trad schaamteloos in het voetspoor van Jagger & Richards, toen hij voormalig Stones-producer Jimmy Miller inschakelde bij de plaatopname. Zijn oersimpele songs zijn meer dan eens opgebouwd volgens het beproefde akkoordenschema van Sympathy For The Devil en ook zijn lijzig stemgebruik en onbesuisde podiumpresentatie dragen het stempel van Mick Jagger.

Des te opmerkelijker is het, dat Primal Scream met Happy Mondays en Stone Roses wordt beschouwd als vaandeldrager van de nieuwe Britse dansmuziek. Concerten worden vormgegeven als een extra feestelijke variant op de house-party, met bekende discjockeys die de nachtelijke optredens omlijsten met pulserende dansritmes. In Paradiso waren dat de eerder genoemde Weatherall en de niet minder bekende Paul Oakenfold, eveneens een gewild producer. Hoewel Primal Scream merendeels gebruik maakte van voorgeprogrammeerde elektronische ritmes, wekte het achttal bewondering door het eerlijkheidsgehalte van de verre van gladde of machinale muziek.

Met robuuste gitaarklanken en de bezielende gospelstem van zangeres Denise Johnson werd de kloof tussen rock en housemuziek verdienstelijk gedicht. Na een op den duur enigszins wezenloze ode aan zijn vlucht uit de werkelijkheid, landde Gillespie tenslotte met beide benen op de grond voor het beklemmende realisme van John Lennon's Cold Turkey. Daarmee bewezen deze onbeschaamde drugs-propagandisten dat ze het enigszins belegen hippiejargon tot in de finesses beheersen.