Nederland als "spiegel der naties'; Onze diplomatie moet nuchter en weloverwogen berusten op eigen conceptie Europees machtsevenwicht

Moet Nederland blijven bestaan? Over die vraag stond in NRC Handelsblad van 30 december jl. veel boeiends te lezen.

Eén reden voor een positief antwoord bleef echter onderbelicht. Nederland moet blijven bestaan als "public relations'-verschijnsel; als een spiegel die de buitenwereld zich voor houdt. Wat Nederland zelf ook denkt, andere landen hebben ons bestaan nodig. Alleen al in de Verenigde Staten wonen ruim acht miljoen Amerikanen van Nederlandse afkomst. Ons imago van tulpen, klompen en windmolens is er onverslaanbaar. Hoe moeten de inwoners van Pella, Iowa, hun jaarlijkse tulpenfestival verantwoorden, als het grote voorbeeld niet meer zou bestaan? Hoe zouden zij nog kunnen motiveren dat zij bij dat feest op klompen en in Volendams pak gestoken met bezems en emmers water hun straten reinigen omdat dat typisch Nederlands is? En hoe zouden Zuidafrikanen straks de afschaffing der apartheid kunnen vieren zonder hun gidsland als zelfverzekerd toeschouwer? Hoe kunnen Surinamers zich echt onafhankelijk voelen als Nederlanders het niet meer zijn? Hoe kan de derde wereld voortbestaan zonder de wereldhervormende impulsen van het Haagse Binnenhof? Nee, Nederland moet blijven bestaan. Eigen twijfel aan de noodzaak daarvan kan nimmer wegnemen, dat anderen ter handhaving van hun zelfrespect ons land niet kunnen missen. Voor velen in het buitenland, hoe vertekend ook hun beeldvorming moge zijn, heeft Nederland een herkenningsfunctie.

Nederland zal trouwens blijven bestaan omdat dat past in het spel der machtsevenwichten. Zo was het in de historie, en zo zal het blijven. Het doet aan de verdiensten van onze voorvaderen uit de 16e en 17e eeuw niets af, als we de realiteit van toen nuchter onder ogen zien: als het aan Engeland, Frankrijk, Spanje en andere machten niet goed was uitgekomen een bufferstaat aan de Noordzee te hebben, zouden de lage landen niet onafhankelijk zijn geworden. Tot macht en rijkdom gekomen, kon de Republiek der Verenigde Nederlanden gedurende korte tijd een eigen "balance of power'-beleid voeren. Zij kon ook na het verval der grootheid onafhankelijk blijven, omdat die constructie de omringende machten het beste uitkwam. De inlijving van de Republiek bij het Franse keizerrijk betekende een korte verstoring van het patroon; de bufferstaat Nederland werd door het Weense Congres in het kader van de post-Napoleontische restoratie ijlings hersteld. En zo bleef het tot in de twintigste eeuw. Geen Brit wilde Duitsland of Frankrijk zien heersen tot aan Hoek van Holland; geen Fransman kon enigerlei Britse of Duitse dominantie over de lage landen aanvaarden.

De afloop van de tweede wereldoorlog bracht een belangrijke verandering in de positie van Nederland in het internationale bestel. Na 1945 kon Nederland zich weliswaar koesteren in de illusie van hervonden zelfstandigheid, maar de realiteit was anders. De koude oorlog stelde speciale eisen aan de westelijke landen, die in het belang van veiligheid en stabiliteit niet anders konden doen dan in alliantie-verband bijeen te blijven en waar mogelijk te integreren. Tegelijkertijd vond in de wereldhuishouding als geheel een voelbare doorbraak plaats naar meer interdependentie. De tijdelijke, zelf opgelegde uitholling van de soevereiniteit van landen als Nederland viel aldus samen met meer duurzame, structurele ontwikkelingen in dezelfde richting.

Nu de koude oorlog voorbij is, zien we duidelijker dan tevoren, dat er inderdaad sprake is geweest van twee verschillende ontwikkelingen met parallel lopende effecten. Wat is nu het dilemma? De politieke ratio van de Europese integratie, zoals die tot nu toe heeft gegolden - het inkapselen van Duitsland in het westelijke democratische bestel - is verdwenen, maar de economische ratio van de integratie als zodanig blijft onverminderd geldig. Politiek gesproken hoeven we niet meer te proberen Duitsland in het Westeuropees-Atlantische bestel te verankeren; daar zal Duitsland zelf over beslissen. Economisch echter moet de integratie worden voortgezet om Europa's voortbestaan in een wereld van concurrerende handelsblokken te garanderen.

Behoort de politiek van de "balance of power' thans tot het oude denken waar Michael Gorbatsjov in zijn tijd zo'n hekel aan had, of zijn wij internationaal-politiek gezien terug in de vroegere situatie, waarin onze grotere naburen, nu zij de sterke drang tot samenhang en samengaan niet meer voelen, uit overwegingen van machtsevenwicht er weer hun traditionele belang bij hebben dat Nederland als zelfstandige natie blijft bestaan?

Zolang er nationale staten zijn, zullen zij, hoe interdependent ook, denken in termen van machtsevenwichten; regionaal, continentaal, wereldwijd. Niemand is gebaat bij het ontstaan van nieuwe concentraties van macht, die evenwichtsverstorend zouden werken. Zeker niet in Europa, dat daaraan in de loop van zijn geschiedenis alleen maar ellende heeft beleefd. Als Nederland zijn plaats in de nieuwe wereld wil behouden en waar maken, moet onze diplomatie nuchter en weloverwogen berusten op een eigen conceptie van het machtsevenwicht, zeker wat Europa betreft: bevordering van het vrije wereldeconomische verkeer, dus van de openheid van de Europese Gemeenschap, maar gelijktijdig tegengaan van de uitgroei van de Gemeenschap tot een supermogendheid. Teveel Machiavelli naar Haagse smaak? Realiteitszin, afstandelijkheid en raffinement zijn kenmerken van een volwassen diplomatie.