Kamminga pleit voor behoud Vut

DEN HAAG, 13 JAN. De regeling voor vervroegde uittreding (Vut) mag niet worden afgeschaft. Dit zei J. Kamminga, voorzitter van de werkgevers in het midden- en kleinbedrijf (KNOV), afgelopen zaterdag voor de VARA-radio.

Met zijn pleidooi voor handhaving van de Vut wijkt de KNOV-voorzitter af van het standpunt van de werkgeversorganisaties VNO en NCW die de Vut volledig willen afschaffen. De hoge kosten en het verlies van kennis en ervaring door het vroegtijdig vertrek van oudere werknemers zijn voor VNO en NCW de belangrijkste argumenten voor afschaffing van de Vut. De werkgeversorganisaties “betreuren” het standpunt van het KNOV.

In het midden- en kleinbedrijf is het, anders dan bij voorbeeld in grote bedrijven, vaak niet mogelijk om oudere werknemers minder zwaar werk te geven, meent Kamminga. Het kabinet is van plan de WAO-uitkering te verlagen, “afkeuring is geen aantrekkelijk vooruitzicht”, aldus Kamminga. “Het is dus heel plezierig als je werknemers van de Vut gebruik kunt laten maken.”

De werkgevers in de metaalnijverheid, met bijna 300.000 werknemers de grootste bedrijfstak in het midden- en kleinbedrijf, hebben al aangekondigd de huidige Vut-regeling te willen handhaven.

In een twistgesprek met toekomstig CNV-voorzitter Westerlaken zei Kamminga dat hij wel een voorstander is van een deeltijd-Vut. “Bij voorbeeld dat mensen alleen 's morgens werken of slechts drie volledige dagen in de week. Daarbij kunnen tegelijk jonge mensen beter worden opgevangen in de bedrijven waardoor ze sneller ervaring opdoen. Dat kan in samenhang met bij voorbeeld het leerlingwezen: jongeren die nog op school zitten maar ook een of twee dagen werken.”

CNV-bestuurder Westerlaken toonde zich verheugd over het standpunt van het KNOV. “Ik ben blij dat er werkgevers zijn die inzien dat de VUT een goed en net instrument is.”