Geheim van Van der Poel: vroeg naar bed

VALKENSWAARD, 13 JAN. Zelfs de haast wanhopige oproep van de speaker ("Mensen ga toch eens lekker met de handen op de reclameborden tekeer') om het publiek te enthousiasmeren voor de verrichtingen van de om het Nederlands kampioenschap strijdende veldrijders, is aanvankelijk aan dovemansoren besteed. In de vrieskou is het beter toeven bij een van de snackbars, lijkt menigeen te denken. Pas als de rijders aan hun laatste ronde beginnen en de patat en kroket zijn verorberd, loopt iedereen richting finishlijn. Nog geen minuut nadat Adri van der Poel en zijn drie achtervolgers de eindstreep zijn gepasseerd, houden de meeste toeschouwers het definitief voor gezien en zoeken de warmte van de auto op. Ook de man met zijn aangelijnde hond: “Ach, dit was voor ons beiden weer eens wat anders dan een wandelingetje door de straat”.

Het was gistermiddag niet alleen het koude weer dat het publiek in Valkenswaard naar een warme of alcoholische consumptie deed verlangen. Door een gebrek aan spanning kon de titelstrijd nauwelijks boeien. Halverwege de wedstrijd demarreerde Adri van der Poel uit een kopgroep van zeven en sloeg een gat van 15 seconden. Zonder overmatige inspanning, zoals hij zelf na afloop verklaarde, reed de 32-jarige Brabander vervolgens soeverein naar zijn vierde achtereenvolgende kampioenstrui. Huub Kools eindigde op negen seconden als tweede en Henk Baars, in 1990 wereldkampioen, werd derde op 38 seconden.

Van der Poel is eigenlijk een "part-time' veldrijder: hij neemt alleen aan de belangrijkste wedstrijden (het nationale kampioenschap en de wereldkampioenschappen, plus een aantal crosses ter voorbereiding op die twee) deel. De in België wonende coureur ziet het veldrijden als een goede voorbereiding op het wegseizoen waarin hij de afgelopen jaren een reputatie als klassiekerspecialist (zes overwinningen) heeft opgebouwd. Ondanks het geringe aantal veldritten dat hij jaarlijks rijdt, is echter ook die discipline tot een specialisme uitgegroeid.

Tot groot ongenoegen van de veldrijders pur sang. Zij rijden in het seizoen zo'n dertig veldcrossen, maar moeten bij de belangrijke wedstrijden de topposities nogal eens aan Van der Poel laten, die naast de vier nationale titels vijf keer beslag wist te leggen op de tweede plaats bij het WK.

Een verklaring voor zijn succes bij het veldrijden kan Van der Poel niet direct geven. Rijdt hij slimmer dan de rest? Of heeft hij een grotere basisconditie en meer routine? Hij sluit het allemaal niet uit maar misschien schuilt de ware reden voor zijn succes wel in het gegeven dat hij iedere avond tussen negen en half tien het bed induikt. “Nou ja, iedere avond”, zegt hij lachend, “dat is niet waar. Met oud en nieuw lag ik er pas om half twee in.”

Van der Poel besliste pas kort voor de titelstrijd van gisteren of hij zijn kampioenstrui zou verdedigen. Afgelopen vrijdag, tijdens een verkenningstochtje over het parcours, had hij zich verstapt en ging door zijn rug. “Ik kon nauwelijks lopen. Ik voelde me net een oud mannetje”. Van der Poel raadpleegde zijn fysiotherapeut en vroeg ook advies aan een Belgische specialist. Beiden zeiden dat hij in Valkenswaard aan de start zou kunnen verschijnen.

Gistermorgen reed de titelverdediger een paar trainingsrondjes, als test. “Ik had me voorgenomen af te stappen als ik last zou krijgen. De eerste twee rondjes had ik veel pijn, maar daarna ging het stukken beter. De stijfheid verdween.” Het was voor Van der Poel niet de eerste keer dat hij problemen met zijn rug had. Een paar jaar geleden noodzaakten rugklachten hem vroegtijdig de Tour de France te verlaten maar de renner blijft er laconiek onder. “Het is een familiekwaaltje”.

Als verdere klachten uitblijven neemt Van der Poel op 2 februari deel aan het wereldkampioenschap veldrijden in Leeds. Over zijn kansen in Engeland wil hij zich niet uitlaten, maar de routinier maakt er geen geheim van zijn vijf zilveren medailles graag in te willen ruilen voor een regenboogtrui. Vorig jaar zomer bracht hij al een bezoek aan Leeds, om het parcours te verkennen. “Het leek me een makkelijk traject, maar ik ben er pas achtergekomen dat de organisatie me slechts een deel van het parcours heeft laten zien. Het makkelijke deel. Waarom ze dat hebben gedaan weet ik niet. Ik weet alleen dat er "opeens' twee lastige bulten in de ronde zitten”.

Ter voorbereiding op de mondiale titelstrijd rijdt Van der Poel nog drie veldritten. Direct na het WK beëindigt hij zijn part-time-schnabbel bij de veldcrossers, om zich (op de weg) fulltime op het wegseizoen voor te bereiden.

Bondscoach en oud-wereldkampioen Hennie Stamsnijder selecteerde naast Van der Poel Huub Kools en Frank van Bakel voor het WK. Voor het vierde startbewijs komen Henk Baars, Martin Hendriks en Marc van Orsauw in aanmerking. Stamsnijder besluit na de Superprestige-wedstrijd in Wetzikon, Zwitserland, wie van die drie mee naar Leeds mag. Oud-Nederlands kampioen Reinier Groenendaal, die op 40-jarige leeftijd in Valkenswaard zijn laatste nationale titelstrijd reed en beslag legde op de zevende plaats, ontving van zijn vroegere rivaal Stamsnijder een "afscheidscadeautje': hij mag als mecanicien mee naar het WK.

Bij de amateurs zullen nationaal kampioen Edward Kuijper, Wim de Vos en Frank en Richard Groenendaal voor Nederland in actie komen.