Emotie in drama van Schnitzler blijft tussen de regels verborgen

Voorstelling: De eenzame weg van Arthur Schnitzler door Het Zuidelijk Toneel. Vertaling en regie: Ger Thijs; decor en belichting: Jan Versweyveld; spel: Han Kerckhoffs, Helmert Woudenberg, Huib Rooijmans, Marjon Brandsma, e.a. Gezien: 10/1 Schouwburg Eindhoven. Tournee, t/m 18/3.

Zo gek was het niet dat Freud in Arthur Schnitzler zijn dubbelganger zag. In leeftijd scheelden ze zes jaar (Freud werd in 1856 geboren, Schnitzler in 1862), ze waren beiden arts, ze behoorden tot dezelfde maatschappelijke klasse, ze waren allebei joods en ze hadden overeenkomstige interesses. Freud hield zich in de praktijk bezig met het ontleden van de menselijke ziel, Schnitzler deed het in zijn toneelstukken. Hij portretteerde daarin met name zijn eigen milieu, de Weense hogere kringen, een wereld waarin het tijdens de eeuwwisseling broeide en gistte. Bij Schnitzler zijn de relaties tussen zijn personages op een subtiele manier geladen en broeierig: voer voor regisseurs die houden van het lijsttoneel waar grote gevoelens getoond mogen worden.

De eenzame weg, nu opgevoerd door Het Zuidelijk Toneel, is zo'n stuk dat gediend is met iemand die zich niet blind staart op de conversatiekunst erin, maar nadruk durft te leggen op het drama dat erachter steekt. Hij moet in een voorstelling naar boven halen wat anders wellicht tussen de regels verborgen blijft. Niet alleen de toeschouwers, ook de personages in het stuk hebben daar behoefte aan. De eenzame weg is een confrontatie tussen mensen die elkaar noch zichzelf blijken te kennen. Al deze mensen gaan een eenzame weg, onbereikbaar voor hun naasten - “sluiers dalen neer” merken ze dan ook om beurten somber of gelaten op.

Van de oudere generatie zijn het vooral de twee kunstenaars, de schrijver / archeoloog Stephan von Sala en de schilder Julian Fichtner, die het meest zichtbaar lijden onder deze situatie en zich daar niet bij neer willen leggen. Om hun oude dag niet in eenzaamheid te hoeven slijten zoeken ze contact met de jonge generatie, vertegenwoordigd door Johanna, de dochter van professor Wegrat, en haar broer Felix. Beiden raken verstrikt in het verleden dat Von Sala en Fichtner als een spook achtervolgt.

Fichtner, die nooit meer is geworden dan een "veelbelovend' schilder, en de zieke Von Sala, op de hielen gezeten door de dood, hopen voordat het te laat is een rechtvaardiging voor hun bestaan te vinden: daarom verplicht Fichtner zich ertoe tegenover de jongen leugens op te biechten die hij zijn leven lang voor zich gehouden heeft en doet Von Sala een poging het meisje aan zich te binden. Eigenbelang is hun drijfveer, maar eerlijk is eerlijk: ook de anderen zijn egocentrisch en dat leidt onverbiddelijk tot wrijving en onderhuidse spanningen.

Het is onbegrijpelijk en teleurstellend dat daarvan niets is te merken in de voorstelling die Ger Thijs bij Het Zuidelijk Toneel heeft geregisseerd. In deze enscenering ontbreekt ieder spoor van een persoonlijk stempel. Geen moment wordt duidelijk wat Ger Thijs, die een paar jaar geleden Het wijde land en Professor Bernhardi van Schnitzler regisseerde, aan dit stuk heeft toegevoegd. De voorstelling is kaal, emotieloos en heeft niets met Schnitzler te maken. Er staan goede acteurs op het toneel maar ze hebben geen van allen echt greep op hun rol. Afgezien van Helmert Woudenberg (Von Sala), Han Kerckhoffs (Fichtner) en Theo de Groot (dokter Reumann) die bij vlagen voor een kleine opleving zorgen, is het spel flets en ongeïnspireerd - Loes Wouterson als Johanna zo toneelmatig en kleurloos zien acteren na haar mooie rol in de VPRO-serie Bij nader inzien is verbazend.

Gezegd moet dat decorbouwer Jan Versweyveld het de acteurs niet echt makkelijk heeft gemaakt: de twee cirkelvormige hellende vlakken die hij ontwierp staan door hun kolossale omvang de spelers alleen maar in de weg. De houten cirkels kunnen draaien ten opzichte van elkaar zodat verschillende speelniveau's ontstaan, wat de spelers tot veel klim- en klauterwerk veroordeelt. Het logge gevaarte lijkt alle aandacht van de spelers op te eisen, waardoor ze geen tijd meer hebben zich op de tekst te concentereren. En als het dan tenminste nog een genoegen was naar het decor te kijken, maar nee, het is net zo saai en onpersoonlijk als de voorstelling zelf.