Een vedette uit Rio de Janiero ziet het licht; 'Ik denk sneller dan anderen'

EINDHOVEN, 13 JAN. De roos van Rio bloeit weer. Nog niet in al haar volheid. Nog niet in al haar felheid. Maar alleen een hypochonder zal daarover klagen. Romario de Souza Faria, het delicate, exotische kasplantje van PSV, bloeit weer bloedstollend op.

Met zijn rentree in de thuiswedstrijd tegen Sparta verdubbelde hij zaterdag het aantal duels dat hij deze competitie tot het eindsignaal heeft afgewerkt. Tegelijkertijd vergrootte hij zijn totaalscore van een tot drie goals. Mede dankzij die treffers won PSV geflatteerd met 4-1 in de zoveelste matige thuisvoorstelling van dit seizoen.

Sinds de Braziliaan met dereeenogen ruim drie jaar geleden in Eindhoven aankwam, heeft hij niet alleen zijn klasse bewezen maar ook zijn kwetsbaarheid. Hij bleek uiterst blessuregevoelig. En met pijn hoe gering ook kon hij onmogelijk spelen. Zo is Romario.

Dat is de reden dat hij in de 112 wedstrijden die zijn club sinds zijn komst heeft gespeeld, nog geen zestig procent van de speeltijd heeft gevoetbald. Toch maakte hij in zijn eerste seizoen 19 competitiegoals, in zijn tweede seizoen 23 goals, in zijn derde seizoen 25 goals. Gemiddeld een goal per wedstrijd. Ook dat is Romario.

Daarom sloten club en supporters welwillend de ogen voor zijn veelvuldige afwezigheid, voor zijn nukken en kuren. Stonden daar niet tal van beslissende doelpunten tegenover? En verwende hij de toeschouwers niet voortdurend met zijn weergaloze passeertrucs, zijn fabelachtige baltechniek, zijn geniale schuivers. Deed hij hen niet telkens weer versteld staan als zijn slome, sloffende drafje van een dromedaris plotseling overging in de lange, veerkrachtige sprongen van een luipaard op jacht.

Maar dit seizoen leek hij zijn krediet voorgoed te verspelen. Het begon al toen hij te laat terugkwam van vakantie. Daarna raakte hij al half augustus in het Super Cup-duel tegen Feyenoord aan zijn rechterenkel geblesseerd. Een letsel dat zich vrij onschuldig liet aanzien, maar waarvoor hij zich toch door zijn "eigen' fysiotherapeut Nilton Petrone in Brazilie wenste te laten behandelen. "Fitter dan ooit', "slanker dan ooit' keerde hij in Eindhoven terug. Maar bij zijn eerste optreden, in de Europa Cup-wedstrijd thuis tegen het Turkse Besiktas bleef hij volstrekt onzichtbaar. Zo onzichtbaar dat coach Robson hem halverwege de tweede helft uit het veld haalde “om hem tegen zichzelf in bescherming te nemen”. Romario reageerde op die geste met het heffen van zijn middelvinger. Wat hem op een boete en een schorsing kwam te staan.

Daarna dijde de afstand tussen de Braziliaan en zijn club alleen maar verder uit. Thuis in de spectaculaire topper tegen Ajax, de enige wedstrijd die hij in de eerste competitiehelft uitspeelde, was hij wel meteen weer uitblinker en doelpuntenmaker. Maar drie dagen later, in het Europa Cup-duel tegen Anderlecht op 23 oktober, raakte hij opnieuw geblesseerd, deze keer aan de andere enkel. Daarmee werd niet alleen de uitschakeling van PSV ingeluid maar ook het totale isolement van Romario.

Was hij eigenlijk wel echt geblesseerd? Stelde hij zich niet ontzettend aan? Wilde hij op deze laaghartige wijze misschien een breuk forceren met de club waarmee hij nog een contract voor vijf seizoenen had? Allemaal speculaties, nog eens gevoed door typische Nederlandse verwijten, die tevoren steeds opportunistisch waren ingeslikt. Dat zijn instelling niet deugde. Dat hij zich niet gedroeg als een professional. En dat hij zijn medespelers altijd het vuile werk liet opknappen en zelf ternauwernood bewoog. Alsof je een prima donna kunt verwijten dat ze niet meehuppelt in het corps de ballet.

Romario gaf ook zelf wel aanleiding tot twijfel over zijn bezieling. In de maanden dat hij geblesseerd was, liet hij zich soms dagen niet zien op de Herdgang, het trainingscentrum van de Eindhovense club. Als hij wel kwam opdagen, gedroeg hij zich als een gewond dier dat zich heeft afgescheiden van de kudde of misschien wel uitgestoten is. Wat heb je aan een speler die niet speelt? Wat heb je aan een ster die niet schittert? Met het steeds weer stellen van die vragen pijnigde hij zichzelf. In plaats van ze te gebruiken als stimulans om zich weer terug te vechten, liet hij zich door hen ontkrachten en verdoven. En niemand die hem nog kon helpen. Trainers, manager, medespelers, ze hadden alle greep op hem verloren. Hij was onaanraakbaar geworden. Van ster tot dwaallicht. En nooit weerom.

Ten einde raad liet PSV hem begin december voor vier weken naar Brazilie vertrekken. Wat daar is gebeurd zal wel altijd duister blijven. Misschien was het de zwoele zomerwarmte van Rio de Janeiro, of de heilzame aandacht van zijn familie, of de driedagelijkse behandeling van zijn fysiotherapeut, in elk geval heeft hij er zijn lust om te leven hervonden. En zijn drang om te schitteren.

Toen hij zich op 3 januari bij de PSV-selectie in het Spaanse Marbella voegde, bleek niet alleen zijn enkel volledig geheeld. Hij leek ook genezen van zijn eenzelvigheid. Medespelers verbaasden zich over de vertrouwelijkheid waarmee hij opeens met hen omging. Ze stonden ook versteld van zijn inzet bij de trainingen. Alsof hij zijn goede wil wilde demonstreren. Alsof hij eindelijk had ingezien dat hij geen individuele sport beoefent maar deel is van een team.

Zijn spel zaterdagavond tegen Sparta versterkte die indruk. Zonder zijn solistische talenten te verloochenen, speelde hij meer dan hij ooit gedaan heeft in dienst van het elftal. Hij ging opvallend veel combinaties aan en liet zich regelmatig terugzakken om ruimte voor anderen te scheppen. Zelfs deed hij af en toe een symbolische poging tot meeverdedigen.

Nog steeds is hij zijn karakteristieke vrijetijds-pose de handen in de zij niet afgeleerd. Maar diezelfde gehandschoende handen gingen ook regelmatig de lucht in, gretig smekend om de bal. Aan de bal was hij zoals altijd ongenaakbaar en onstuitbaar. Zoals zijn tegenspeler Ernest Faber tot twee keer moest ondervinden. “Hij heeft zo ontzettend veel techniek in huis. Ook al probeer je hem nog zo goed te dekken, hij scoort toch wel. Dat is het kenmerk van een wereldspits.”

Voor de wedstrijd had elftalbegeleider Frank Arnesen gewaarschuwd dat van Romario niet teveel verwacht mocht worden. Hij miste wedstrijdritme en conditie. Tenslotte had hij al tien weken geen competitiewedstrijd meer gespeeld. Na afloop toonde Arnesen zich dan ook aangenaam verrast. Hij vond dat Romario “heel erg goed en heel attent had gevoetbald”, bovendien “hard had gewerkt”

Ook de Braziliaan zelf was heel tevreden over zijn comeback. Wel gaf hij toe dat hij het laatste half uur van vermoeidheid bijna geen stap meer had kunnen verzetten. Ook vond hij dat de ploeggenoten zijn passes niet altijd even goed hadden begrepen. “Ik denk nou eenmaal iets sneller dan de anderen.” Maar daarover wilde hij verder niet zeuren. “Voortaan denk ik eerst aan PSV en dan pas aan mezelf.”

Het lijkt wel een verlate kerstidylle. Een Braziliaan ziet het licht. Of: de bekering van Romario.

In de rust van de wedstrijd PSV-Sparta vroegen twee suppoosten zich af wat de PSV-selectie in hemelsnaam op trainingskamp in het Spaanse Marbella had gedaan. Hun conclusie: wat voetbal betreft is het nog steeds oud jaar. Daarmee verwijzend naar het matige spel dat PSV ook voor de winterstop al ten toon placht te spreiden.

Als verzachtende omstandigheid gold ook dit keer weer het ontbreken van vijf spelers Vanenburg, Van Aerle, Heintze, Kalusha en Linskens terwijl nog eens twee andere spelers Ellerman en Valckx voortijdig met blessures het veld moesten verlaten. Daardoor moest de Eindhovense ploeg aantreden met een noodbezetting op het middenveld: Popescu, De Jong, Van Mol. Het gevolg was dat elke samenhang ontbrak en dat er grote gaten ontstonden tussen aanval en verdediging. Een feilen waarvan Sparta slim en behendig gebruik wist te maken. De ruststand 1-0 door Romario, 1-1 door Gerard de Nooyer gaf de krachtsverhoudingen nauwgezet weer.

In de tweede helft triomfeerde toch de individuele klasse van PSV. Kieft, Hoekstra en Romario zorgden voor de eindstand: 4-1. Vooral de kopgoal van de jonge invaller Peter Hoekstra werd door medespelers en trainers luid bejubeld. De boomlange linksbuiten staat bekend om zijn weerzin tegen kopwerk. Op aandrang van trainer Robson en assistent Arnesen had hij de laatste maanden veel op koptechniek getraind.