Dollar lijdt kwakkelend bestaan

Terugblikkend op de valuta-ontwikkelingen in de achterliggende twee weken kan worden opgemerkt dat tussen Kerst en nieuwjaar (vanaf 24 december) de dollar zich bleef bewegen rond de net vóór Kerstmis bereikte niveaus.

In de eerste dagen van het nieuwe jaar liet de Amerikaanse munt nog wel even een gering en kortstondig herstel zien. Spannend was het allemaal niet. De dollar blijft lijden onder de kwakkelende Amerikaanse economie en de grote renteverschillen met vooral Europa. Eerder werd op deze plaats opgemerkt dat geluiden over nog een renteverlaging in de VS - na de recente discontoverlaging - achterwege bleven. Die geluiden zijn de afgelopen dagen echter weer te horen. De combinatie van lage inflatie en een kleine, misschien zelfs negatieve economische groei, zou daar de ruimte toe bieden. Tegenover de yen is de dollar duidelijk goedkoper geworden. Dit hangt samen met het recente bezoek van Bush aan Japan. Het enorme Japanse overschot op de handelsbalans met de VS zou onder meer door een goedkopere dollar kunnen worden verminderd. De Bank of Japan hielp een handje door op 30 december het disconto te verlagen. Hoewel de officiële motivering vooral naar binnenlandse factoren verwees, was het voor de markt duidelijk dat het een poging was om alvast wat kou uit de lucht te halen.

Op donderdag 9 januari kwam de dollar in beweging en schoot omhoog op geruchten dat de G-7 (de groep van zeven rijke landen) binnenkort zou besluiten tot een hogere dollar om de aangetaste concurrentiepositie van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te herstellen. Afgelopen vrijdag hielp de onverwachte toename van de Amerikaanse werkgelegenheid met 31000 personen de dollar nog vaster in het zadel, hoewel de werkloosheid steeg tot 7,1 procent.

Binnen het EMS zijn interessante ontwikkelingen gaande. De vrees die hier en daar bestond dat door het vrijgeven van de prijzen in Rusland en aanverwante republieken grote sociale onrust zou ontstaan, waardoor de Duitse mark schade zou lijden, is (tot nu toe) ongegrond gebleken.

Het Britse pond maakt moeilijke tijden door. De Britten waren de enigen die na de Duitse discontoverhoging van 19 december weigerden mee te gaan, met als gevolg dat het pond nu stevig onderin het EMS is genesteld. Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich nog steeds in een weinig rooskleurige economische situatie, hetgeen het vertrouwen schaadt. Afgezien daarvan is de constatering dat de Labour Party het weer goed doet in de peilingen niet bevorderlijk voor de stemming op de financiële markten die hiervan altijd wat nerveus worden. Speculaties over een devaluatie van Sterling worden luider. Wellicht onbedoeld gooide de vice-president van de Deutsche Bundesbank en als opvolger van Bundesbankpresident Schlesinger bestempelde Tietmeyer, onlangs olie op het vuur door op te merken dat er nog wel een herschikking van EMS-pariteiten nodig zal zijn op weg naar de Europese Monetaire Unie. De Britse minister van financiën en de Governor van de Bank of England hebben bijna een dagtaak aan het bieden van tegenspel. Ook Thatcher heeft zich in de strijd geworpen als voorstander van een afwaardering. Gezichtsverlies voor de Britse regering lijkt nauwelijks nog te vermijden, want zoals het er nu naar uitziet zal de Britse rente omhoog gaan danwel een devaluatie worden afgedwongen. Een devaluatie zou overigens kunnen resulteren in een nog hogere Britse rente, want wie eenmaal devalueert kan ook tweemaal devalueren. Het pond zou op korte termijn in principe ""gered'' kunnen worden door de dollar, indien die de op 9 januari ingezette weg omhoog kan vasthouden en de Britse munt kan meezuigen.

Bron: Rabobank Nederland/ Directoraat Financiële Markten