Conservatieven twijfelen in het licht van de stembus over belastingmaatregelen; Labour Party blijft voor in de peilingen

LONDEN, 13 JAN. Ondanks een venijnige campagne van de regerende Conservatieven, ligt de Britse Labour Party aan het begin van de laatste parlementaire sessie vóór de verkiezingen, die vandaag ingaat, met vijf punten vóór in de opiniepeilingen. De peiling geeft Labour 45 procent, de Tories 40 procent en de Liberaal-Democraten (SLD) 12 procent van de ondervraagde kiezers, een uitkomst die een trend is in de recente peilingen en die bij de Conservatieven langzamerhand tot lichte paniek aanleiding geeft.

Hoewel premier John Major de datum van de verkiezingen geheim houdt, lijkt de meest waarschijnlijke gelegenheid daartoe hetzij begin april, hetzij begin mei van dit jaar.

Nog daarvóór moet de Britse minister van financiën, Norman Lamont, met zijn begroting voor het komende jaar komen. De Tories zijn vorige week al met een officieuze verkiezingscampagne begonnen, door Labour af te schilderen als een partij die meer belastinggeld van de kiezers zal vragen wanneer ze eenmaal aan de macht is. Die campagne lijkt tot nu toe, getuige de uitkomst van de peiling, weinig indruk te hebben gemaakt. Voor de Conservatieven maakt dat het dilemma over hoe de begroting eruit moet zien, alleen maar groter. Moet de nadruk liggen op een ogenschijnlijk populaire maatregel als een verdere verlaging van de inkomstenbelasting - mits daarvoor in de economische malaise ruimte is - of kan Lamont beter de belastingvrije voet opschroeven om daarmee te laten zien dat de Conservatieven ook oog hebben voor de allerarmsten in de Britse samenleving?

Labour publiceerde vanmorgen cijfers waaruit zou blijken dat Groot-Brittannië op het gebied van werkgelegenheid de slechtste reputatie heeft van alle EG-landen, en van de rijke geïndustrialiseerde landen (G7) bovendien. De partij wil demonstreren dat de Conservatieven de schuld zijn van de economische misère waarin het land zich bevindt en het argument weerleggen dat een wereldwijde recessie daarvan de oorzaak is. Volgens Labour heeft het Verenigd Koninkrijk in de periode sedert april 1990 706.000 banen verloren. Duitsland won in die periode voor 637.000 man aan werkgelegenheid, Frankrijk voor 201.000. De partij van Neil Kinnock heeft al gezegd dat ze een eventuele belastingverlaging in de laatste begroting van Lamont vóór de verkiezingen, onmiddellijk ongedaan zal maken indien ze aan de macht komt. Labour vindt investeringen in opleiding en training en in een deugdelijke vervoersstructuur de eerste prioriteit om het land uit de economische recessie te krijgen. Volgens de uitslag van de laatste opiniepeiling geeft het publiek de partij daarin vooralsnog gelijk.

Voor de SLD blijft het lage aandeel dat haar in de opiniepeilingen wordt toebedeeld een teleurstelling. De partij van Paddy Ashdown wordt echter steeds belangrijker nu de peilingen erop duiden dat noch de Conservatieven noch Labour bij nationale verkiezingen een absolute meerderheid zullen behalen. Ashdowns Liberaal-Democraten zouden in dat geval coalitiepartij voor één van de twee kunnen worden. De prijs die de SLD daarvoor bedingt is in de eerste plaats een hervorming van het kiesstelsel naar evenredige vertegenwoordiging en in de tweede plaats een pakket van economische maatregelen gericht op de lange termijn en op structurele verbetering van de economische positie van Groot-Brittannië.