Choreograaf Reflex winnaar op internationaal concours

Op het derde Internationaal Choreografenconcours in Groningen is dit weekend de eerste prijs toegekend aan de Spanjaard Joaquim Sabaté, die sinds vorig jaar verbonden is aan het Groningse dansgezelschap Reflex. De jury liet de interessantste werkstukken echter links liggen.

Het tweejaarlijkse Internationale Choreografenconcours eigentijdse dans, dat dit weekend voor de derde maal werd gehouden, heeft zijn bestaansrecht inmiddels overtuigend bewezen. Het is immers door de verscheidenheid van deelnemers met verschillende culturele achtergronden een uitgelezen gelegenheid om in een korte tijdspanne te zien waar jonge choreografen in de internationale danswereld mee bezig zijn.

Ditmaal meldden zich 92 choreografen van 21 nationaliteiten uit zestien verschillende landen. Daaruit koos een selectiecommissie, bestaande uit Patrick De Laende, Ed Wubbe, Henk Boerhof en Yteke Waterbolk, 21 om hun werk zaterdag in de Groningse Stadsschouwburg te tonen. Negen van hen werden door een internationale jury - Armando Navarro (Nederland), Jorma Uotinen (Finland), Susan Buirge (Frankrijk), Jean-Paul Montanari (Frankrijk) en Henk Boerhof (Nederland) - geselecteerd voor de finale op zondag. Voor wie werkelijk in het internationale overzicht is geïnteresseerd, is daarom de bijwoning van de zogenaamde voorronde belangrijker dan het meemaken van de finale.

Dit jaar was dit zeker het geval, daar de internationale jury tot een volslagen onbegrijpelijke selectie besloot en de meest interessante en uitgewerkte werkstukken links liet liggen. Wat de jury bezielde om Eye Spy van Kirsten Debrock, Meine Sehnsucht zu vergessen ist verschwunden van Rick Kam, Eloï Eloï van Conny Janssen en vooral Itzik Galili's gave en fascinerende The Butterfly Effect niet een finaleplaats toe te kennen, is voor mij een raadsel. Dat geldt des te meer wanneer je ze afzet tegen de choreografieën van Javier Torres (Mexico), Pit-Fong Loh (Maleisië), het duo Laura Guarnera/Danal Guy (Italië/Engeland), Thomas Stuart (Nederland), Susanna Veijalainen (Finland) die een eervolle vermelding kreeg, en de Belgische Veerle Bakelants, aan wie de tweede prijs werd toegekend. Geen van allen konden zij tippen aan de compositorische opbouw en helderheid, het inventieve gebruik van beweging, het creëren van een beoogde sfeer of de hantering van muzikale frasen van de eerder genoemden.

De finaleplaatsen van Ben Crafts Trism (Engeland), Deborah Greenfields gestileerde Fuego Quieto (Amerikaans-Brits) en de verrassende en speelse Bubamxicoi van Joaquin Sabaté, winnaar van de eerste prijs, waren minder omstreden. Die werken lagen wat mij betreft op een gelijkwaardig niveau met dat van de genoemde afvallers. Gezamenlijk zouden die balletten een interessant finaleprogramma hebben opgeleverd en de uiteindelijke bekroning van de eerste en tweede prijs heel wat spannender hebben gemaakt. Nu heb ik die finalevoorstelling voor gezien gehouden.

Toch nog een positieve noot. De Publieksprijs, groot 2500 gulden, ging onder daverend applaus naar Itzik Galili's The Butterfly Effect, dat zonder enige muzikale begeleiding werd uitgevoerd. Verheugend en verrassend, want het is een lang niet makkelijk toegankelijk werk met als thema een driehoeksverhouding. Maar de constant intrigerende intensiteit, integriteit en subtiliteit zijn duidelijk doorslaggevend geweest. Een indrukwekkende choreografie, voortreffelijk uitgevoerd door Hakan Larsson, Talia Paz en Eytan Sivak, allen verbonden aan het Scapino Ballet Rotterdam. Het schijnt dat de internationale jury van mening was dat Galili's choreografie een regelrecht plagiaat was van het werk van de inmiddels heilig verklaarde Wim Vandenkeybus, en daarom zelfs niet tot de vooronde had mogen worden toegelaten. Voor een ieder met enige kennis van zaken een op niets slaande en schandelijke bewering.