CHADLI BENJEDID; Behoedzaam hervormer

President Chadli Benjedid van Algerije heeft in feite zijn eigen graf gegraven. Hij maakte in 1988 een begin met de democratische hervormingen die dit weekeinde tot zijn val hebben geleid. De democratie produceerde immers een moslim-fundamentalistische overmacht, kennelijk onvermijdelijk uitmondend in een islamitische staat, die voor het leger en een groot deel van de middenklasse onaanvaardbaar zou zijn.

Tussen 1988 en afgelopen zaterdag verloor Chadli (62) alle vertrouwen van bevolking en leger, van moslim-fundamentalisten en niet-religieuze opposanten. Het fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS), dat met Chadli's aftreden zijn eigen droom van de macht in rook zag opgaan, noemde zijn vertrek “een stukje toneel dat erop is gericht de bevolking te onderdrukken en de (verkiezings)resultaten te annuleren”. Het FIS had gelijk, maar het theater was niet zozeer Chadli's idee. De president zelf sprak van een “dramatische toestand”, waardoor hij niet in zijn functie kon aanblijven. Hij doelde waarschijnlijk niet op de fundamentalistische opmars, waarmee hij zelf naar wordt aangenomen wel dacht te kunnen leven en samenwerken, maar op het leger en de civiele medestanders daarvan zoals zijn premier Sid Ahmed Ghozali, die van geen islamitisch regime wilden weten en hem tot aftreden dwongen.

Het leger heeft gegeven, het leger heeft genomen: de boerenzoon Chadli werd in 1978, na de dood van president Houari Boumedienne, door datzelfde leger als staatshoofd naar voren geschoven. Hij was toen eenvoudigweg de oudste officier in de hoogste rang (staf-chef), en werd als zodanig door zijn mede-kolonels aan de natie geschonken.

Het leger heeft in de tussentijd een zekere afstand genomen van de politiek het heeft zich bij voorbeeld in 1989 uit het centrale comite van het FLN, de sinds 1962 regerende eenheidspartij, teruggetrokken waardoor Chadli's democratisering ver kon gaan. Maar niet zover als donderdag, in de nu geannuleerde tweede verkiezingsronde stond te gebeuren, niet zover als een fundamentalistische parlementsmeerderheid. Minister van defensie generaal-majoor Khaled Nezzar, een van de invloedrijkste militairen, had vorig jaar, na de fundamentalistische overwinning in de plaatselijke verkiezingen, al gewaarschuwd dat het leger zou ingrijpen “als de nationale eenheid in gevaar kwam” en nu was het duidelijk zover.

Chadli bleek in eerste instantie een behendige politicus die erin slaagde kopstukken uit Boumediennes tijd uit te schakelen en geleidelijk een eigen equipe te vormen. Langzaam maar zeker nam hij ook afstand van Boumediennes dogmatisch socialisme, en ondernam hij voorzichtige economische hervormingen.

Misschien kon hij niet anders dan behoedzaam opereren, want het verzet van de oude garde binnen het regerende FLN, de Algerijnse eenheidspartij, tegen een liberalisering was groot. Aan de andere kant slaagde hij er daardoor ook nooit in de verkommerde economie, als gevolg van Boumediennes nadruk op de zware industrie en zijn verwaarlozing van de landbouw, uit het slop te halen, de welig tierende corruptie in te dammen en de Algerijnen vertrouwen in de toekomst te geven.

Integendeel, de economie verslechterde verder onder druk van de dalende olieprijzen, de corruptie bloeide, de bevolkingsgroei explodeerde en de talloze werkloze Algerijnen, onder wie zovele jongeren, waren er zeker van onder deze omstandigheden nooit aan het werk te komen. In oktober 1988 kwam de uitbarsting in de vorm van massale voedselrellen uit protest tegen stijgende prijzen, voedseltekorten, gedurig stijgende werkloosheid, onvoldoende huisvesting, gebrek aan vrijheid en bevoordeling van vaak corrupte partijbonzen. Vooral partijkantoren waren het doelwit van de jonge opstandelingen, de hopeloze werklozen.

Chadli zette het leger in tegen de relschoppers, van wie er er vrijwel zeker meer dan de officiele 159 om het leven kwamen, maar beloofde tegelijk het tempo van zijn hervormingen drastisch te versnellen.

De economische hervormingen in het onder andere door zijn olie potentieel zo rijke Algerije bleven op verzet van de oude garde stuiten, maar de politieke liberalisering slaagde wel degelijk. Het bleek een explosieve combinatie. Chadli voerde een nieuwe, democratische grondwet in, waarin de oude binding met het socialisme ontbrak en de vorming van andere partijen dan het FLN werd geoorloofd, die in februari 1989 in een referendum door de bevolking werd goedgekeurd. Maar het uitblijven van een economische opleving dreef steeds meer Algerijnen in de armen van de fundamentalisten van het FIS. Tegen hun belofte van een islamitische heilsstaat kon Chadli met achter zich de onveranderd corrupte FLN niet op. Het FIS won de eerste vrije verkiezingen, op gemeentelijk en districtsniveau, in juni 1990 met overmacht.

Het was een teken aan de wand, maar toch beloofde Chadli nog geen maand later eveneens parlementsverkiezingen te houden. Die zouden oorspronkelijk vorig jaar juni worden gehouden. Maar dat plan werd doorkruist door gewelddadige protestacties van de zijde van het FIS die een nieuw ingrijpen van het leger en uitstel van de verkiezingen met vijf maanden noodzakelijk maakten. Op 26 december bleek de meerderheid van de moslim-fundamentalisten nog gegroeid, en leek een Islamitische Republiek Algerije in het zicht.