Aan fors tempo rentedaling lijkt einde te komen

UTRECHT, 13 JAN. Voor de Nederlandse obligatiemarkt is 1992 goed begonnen. Na zeven beursdagen is de Nederlandse lange rente al zo'n 20 basispunten (honderdsten van één procentpunt) gedaald. Hierdoor zijn de meest recente staatsleningen ongeveer 1,5 procent in koers gestegen. Dat afzwakkende economieën leiden tot lagere rentes ligt voor de hand, maar de snelle daling van nu, bij uitblijven van economisch nieuws, maakt het gevaar voor een correctie of althans een tijdelijk einde aan de daling reëel.

De hoge Duitse looneisen en de omvangrijke Duitse steun aan de voormalige DDR, aan de voormalige USSR en aan de rest van de landen van het voormalige Warschaupact maken dat het tempo van de rentedaling zoals dat de afgelopen dagen plaatsvond niet gehandhaafd kan blijven. De Nederlandse rente is bovendien al wat verder gedaald dan de Duitse, getuige de vermindering van het onderlinge ecart met 7 basispunten tot 43 basispunten.

Dat in Nederland de inflatie over december vorig jaar tenslotte toch nog meeviel was hier mede de oorzaak van. De verwachtingen voor de inflatie liepen uiteen van 4,9 tot 5,2 procent over geheel 1991. Vrijdag werd bekend gemaakt dat de realisatie met 4,9 procent aan de onderkant van het interval lag en hoewel de inflatie sinds 1982 niet meer zo hoog is geweest was er dus toch sprake van een meevaller. Het jaargemiddelde van de inflatie kwam uit op 3,9 procent.

Komende woensdag, op 15 januari, vindt de storting plaats op de meest recente staatslening. De laatste tien jaren is er met slechts één uitzondering steeds een staatslening uitgegeven met coupondatum 15 januari. Daarmee is deze datum de meest populaire coupondatum van de Agent van Financiën geworden. Aanstaande woensdag zal door het Rijk 4,5 miljard gulden aan rente en aflossing betaald worden. De storting op de laatste staatslening is echter slechts 2,3 miljard groot. De netto geldstroom die hierdoor ontstaat wordt geabsorbeerd door een verhoging van de verplichte kasreserve die de banken vanaf die datum dienen aan te houden.

Internationale obligatiemarkten

Bij veel marktpartijen leeft de opvatting dat de Europese officiële rentetarieven hun piek hebben bereikt, waarbij met name wordt gekeken naar het Duitse monetaire beleid. De grootste rentedalingen vonden de vorige week dan ook plaats op de geldmarkten. Toch kon ook de rally op de toonaangevende Europese obligatiemarkten onverminderd doorgang vinden, ondanks het vergrote aanbod van leningen. Veel debiteuren worden aangetrokken door de dalende rentestanden en besluiten daarom leningen uit te geven. In het Verenigd Koninkrijk lag bovendien nog een 1 miljard pond grote staatslening op de schappen van de Bank of England. Elke koersrally op de obligatiemarkt werd door "the Bank' benut om nieuwe tranches van de lening op de markt te brengen. Hoewel inmiddels de hele lening is geplaatst vormde deze, naast de zwakke positie van het pond binnen het EMS, de aanleiding voor de relatief zwakke performance van de obligatiekoersen. Per saldo daalde de Engelse 10-jaars rente met 3 basispunten tot een niveau van 9,56 procent.

In de Verenigde Staten werden afgelopen vrijdag de werkgelegenheidscijfers over de maand december bekend gemaakt. De Amerikaanse obligatiemarkt keek, in tegenstelling tot president Bush, meer naar de vraag- dan naar de aanbodkant van de arbeidsmarkt. Het aantal (niet-agrarische) arbeidsplaatsen steeg met 31000, waar op een daling was gerekend. Procentueel nam de werkloosheid echter toe met 0,2 procentpunt tot 7,1 procent. De obligatiekoersen werden meer door het eerste cijfer beïnvloed, waardoor de eerder in de week gegenereerde koerswinsten teniet werden gedaan. Deze winsten werden behaald nadat geruchten de ronde deden over een mogelijke reductie in de uitgifte van langlopende overheidsschuld. Het rente-ecart tussen de kapitaal- en geldmarkt ligt op een niveau van 3,5 procent. De Amerikaanse overheid zou bijgevolg de financieringskosten kunnen drukken door te opteren voor een looptijdverkorting van nieuw uit te geven treasuries.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.