Voortbestaan project "Mama Tingo' bedreigd

AMSTERDAM, 11 JAN. Maria trekt haar blouse omhoog: “Hier ben ik met een mes gestoken”, zegt ze en wijst op een klein, bruin litteken onder haar borstbeen. Ze komt uit Colombia en werkte op de Amsterdamse Wallen als prostituée toen ze door een klant werd aangevallen. Maria zit samen met een aantal collega's in het omstreden en met sluiting bedreigde opvanghuis "Mama Tingo'.

In 1988 zette de gemeente het projekt "Mama Tingo' op om te onderzoeken of de gemeentelijke dienst- en hulpverlening voor Latijnsamerikaanse prostituées toegankelijk was. Tevens moest een tussenpersoon het vertrouwen zien te winnen van de vrouwen. De toeneming van het aantal Latijnsamerikaanse vrouwen in de prostitutie en het georganiseerde karakter van hun komst had het vermoeden doen postvatten dat er sprake was van vrouwenhandel. De "vertrouwensvrouw' moest eventuele slachtoffers van vrouwenhandel tot aangifte bij de politie zien te bewegen.

“De hele opzet van "Mama Tingo' ”, is het oordeel van Dita Vermeulen, hoofd van de gemeentelijke afdeling Coördinatie Vrouwen Emancipatie “is onjuist geweest”. Oktober 1991 beëindigde de gemeente de overbruggingssubsidie en vandaag heeft de gemeente besloten dat "het takenpakket van Mama Tingo' naar de GG en GD gaat.

Het opvanghuis "Mama Tingo' is genoemd naar een Dominicaanse vrouw die opkwam voor de rechten van de campesino's (kleine boeren), en die door landeigenaren werd vermoord. Wat na oktober vorig jaar nog van het "Mama Tingo'-projekt rest, het huiskamerprojekt, bevindt zich aan de Gelderse Kade. Aan de overkant van het water glimmen de verlichte "vitrines' waarachter veel van de "Mama Tingo' bezoeksters hun geld verdienen. Vertrouwensvrouw Esther Rios is een oudere, Peruviaanse dame. Ze draagt een trui waarop tussen twee muisjes een band van hartjes is gebreid.

Dat de Esther het vertrouwen van de Latijnsamerikaanse prostituées heeft verworven wordt door niemand betwist. Het lijkt tevens de enige doelstelling die is verwezenlijkt. Vorig jaar werd een onderzoek verricht naar de vele problemen die er gerezen waren tussen Esther Rios en de gemeente.

Vanuit de instellingen werd geklaagd dat de vertrouwensvrouw zich "teveel identificeerde met de doelgroep'. Zo zou Esther niet het waarheidsgehalte van de verhalen van haar cliënten toetsen, maar voor hen vooral naar mazen in de wet hebben gezocht. Aan de behoefte van de GG en GD, de Vreemdelingen Dienst, de Dienst Herhuisvesting en de Sociale Dienst aan een goed registratie-systeem wist ze niet te voldoen.

De dames aan de Gelderse Kade willen maar al te graag uitleggen waarom "Mama Tingo' moet blijven voortbestaan. Esther begeleidde de vrouwen bij het verkrijgen van uitkeringen, ging met hen naar de Vreemdelingenpolitie en hielp bij het vinden van huisvesting. “Hier word je in je waarde gelaten. Bij de sociale dienst stellen ze je allemaal vragen”, zegt Maria. Colombiaanse Martine: “Ze zien ons Latino's als kakkerlakken. Kom je maar terug als je Nederlands hebt geleerd, zeiden ze.” Alleen Esther helpt hen: “Esther is als een moeder voor ons, toen ik in het ziekenhuis was kwam zij me bezoeken. Als je hulp nodig hebt is zij er”, aldus Martine.

De vrouwen voelen zich onbeschermd in Nederland. Zenovja uit de Dominicaanse Republiek toont een kleurenfoto waarop zij met dichtgeslagen ogen en een brede, bloedende wond over haar neus te zien is. Daar was haar toenmalige vriend voor verantwoordelijk, zegt ze. Gordia uit Colombia gaat staan en doet voor hoe ze door een klant met een schaar in de bil gestoken werd. “Omdat we niet van hier zijn, denken de Nederlandse mannen dat we voor alles in zijn. Maniatico's zijn het! Loco's!”

Ook wanneer de vrouwen geen zin hebben om te werken lopen zij kans om mishandeld te worden. Esther vertelt over een Dominicaanse die weer naar het bordeel ging nadat haar vriend haar kind aan de voetjes boven het balkon had gehouden.

In totaal zijn vanaf 1988 in Amsterdam 26 aangiftes gedaan van vrouwenhandel. De vrouwen zijn uiterst terughoudend in het doen van aangifte. Zij schamen zich bij de politie als prostituée kenbaar te maken en vrezen dat zij gevaar lopen als "illegale vreemdeling' over de grens te worden gezet. Daarnaast weten zij dat de macht van de georganiseerde misdaad in de landen van herkomst groot is. Ook hebben - tot hun schrik - veel aangiftes niet tot vervolging geleid. Dat dit wegens bewijstechnische redenen gebeurt, gaat er bij hen niet in. De vrouwen zien de mannen die hen hebben mishandeld, uitgebuit of misleid vrij rond lopen, en wijten dit aan corruptie, discriminatie en desinteresse van de Amsterdamse Vreemdelingenpolitie.

Medio 1985 werd het aantal Latino-prostituées in Amsterdam op achthonderd geschat. De laatste tijd duiken er steeds vaker Poolse en andere Oosteuropese vrouwen in de bordelen op. Schattingen over het huidige aantal vrouwen uit Derde Wereldlanden (waar onder Ghana en Thailand) variëren van 1500 tot ruim tweeduizend.

Vermeulen maakt melding van schijnhuwelijken en "schijnerkenningen' (vrouwen die zogenaamd hun zus, moeder of dochter over laten komen, red.) en groepen vrouwen die zich organiseren om gezamenlijk uit het land van herkomst een hulp in de huishouding over te laten komen. Ook wijst ze op een toename in Amsterdam-Zuidoost van "thuisprostitutie' door buitenlandse vrouwen.

Het aanstellen van een nieuwe vertrouwensvrouw wordt niet meer overwogen. Omdat geschreven informatie wegens het niet geringe aantal analfabeten geen zin heeft, worden voor de diverse doelgroepen nu bij de verschillende diensten cassettebandjes uitgereikt. In het Spaans voor de Latijnsamerikaanse vrouwen. Voor het eveneens omvangrijke contingent van Ghanese vrouwen is nog geen voertaal gevonden. “Die vrouwen zitten bij elkaar naar stam”, aldus Vermeulen. Maar in welke taal ook zij zullen worden aangesproken, de boodschap zal aan duidelijkheid niets te wensen over laten. “De overheid moet zorgen dat ze krijgen waar ze recht op hebben, maar ook niet meer dan dat.”