VERZET

In zijn bespreking van "Bericht aan Hare Majesteit' van Rosalie Sprooten, in de boekenbijlage van NRC Handelsblad van 21 december '91, haalt Max Paumen de uitspraak van de toenmalige minister J. Burger aan, die gezegd zou hebben, dat hem van enig verzet in het Zuiden niets bekend was.

Ik meen me te herinneren, dat zulk een bericht van Van Heuven Goedhart afkomstig was, luidend: ""Majesteit, het verzet in het Zuiden stelt niets voor.'' De uitspraak van Burger lijkt te berusten op onkunde althans slechte voorlichting, die van Goedhart ook, maar dat is minder waarschijnlijk en op zijn uitspraak is jaren geleden heftig en goed gedocumenteerd gereageerd, naar ik meen in het dagblad De Tijd.

Hoe dan ook, er was wel degelijk verzet, getuige het volgende geval: Twee verzetslieden begeven zich in het holst van de nacht naar de kapelaan van hun dorp in Zuid-Limburg (misschien was het wel kapelaan Houben uit het boek van Rosalie Sprooten). Zij spraken: ""Eerwaarde, "X' heeft verschillende van onze mensen verraden en de dood ingejaagd. Mogen we hem uit de weg ruimen?'' Na enig nadenken antwoordde de kapelaan: ""Eigenlijk niet.''