Twee grote instrumentalisten in beeld gebracht

Jasha Heifetz: 12 jan. 11-12 uur VPRO, Ned. 2.; Pablo Casals: 12 jan. 22.54-23.59 uur VPRO, Ned. 2.

Twee van de grootste instrumentalisten van deze eeuw, de cellist Pablo Casals en de violist Jasha Heifetz, zijn zondag op de tv te zien. De documentaires die de VPRO over hen uitzendt zijn wel heel verschillend van karakter. Heifetz (1901-1987) is te zien in een aantal tv-optredens, omlijst door spaarzame beelden waarin hij enkele meestal niet al te markante uitspraken doet (“De oceaan verandert voortdurend, dat geeft je de kans na te denken”), les geeft of pingpongt.

Voor het overige bestaat het programma uit bijna een uur muziek: een aantal befaamde Heifetz-encores van Mozart, Prokofjev, Debussy, Rachmaninof en Gershwin, verder de roemruchte Chaconne uit de Vioolpartita nr 2 van Bach en de Schotse fantasie van Bruch.

Het programma geeft gelukkig ruim baan aan de legendarische violist om zichzelf te laten horen op zijn instrument. En voor wie niet kijkt en luistert maar toch een leuke Heifetz-anekdote wil weten: vlak voor Heifetz in het Parijse Théâtre des Champs Elysées het podium opstapt, zegt hij: "Wens me .... hoe noemen ze dat in dit land?' "Merde', zegt iemand. "Merde, thank you', zegt Heifetz en geeft zich mentaal gesterkt over aan het enthousiaste publiek.

Het programma over Pablo Casals is heel anders aangepakt. Vijfenvijftig minuten zijn te weinig voor het schetsen van een leven dat bijna een eeuw duurde en hem ook nog langer te horen spelen dan in enkele flarden muziek. Maar er was natuurlijk wel alle ruimte geweest voor een veel degelijker tv-biografie van een musicus met zoveel maatschappelijk en muzikaal-historisch belang. Pablo Casals (1876-1973) was voor de cello-muziek wat Pablo Picasso, ook een Catalaan, was voor de beeldende kunst. Beiden keerden zich tijdens de burgeroorlog en daarna tegen Franco en weigerden nog langer hun vaderland te betreden. In 1971 werd de toen 95-jarige Casals voor zijn compromisloze humanitaire houding beloond met de medaille voor de vrede, die werd uitgereikt tijdens een speciale bijeenkomst van de Verenigde Naties in New York, waar hij zijn Ode aan de Wereldvrede dirigeerde, gecomponeerd op een tekst van W.H. Auden. Al in 1958 speelde Casals daar Bach, wiens Zes suites voor solo-cello hij "herontdekte'.

Veel meer dan over zijn maatschappelijke inzichten en unieke muzikale capaciteiten gaat de documentaire over de diverse levenspartners van Casals. Zijn weduwe, twee biografen en musici als Yehudi Menuhin, Alexander Schneider en Mieczyslaw Horszowski vertellen interessante en karakteristieke dingen. Er zijn roerende beelden uit allerlei filmpjes, maar ook te veel zinloze opnamen van Prades, waar Casals zijn eigen festival had. Bovendien is de volgorde van het verhaal vaak chaotisch. Niettemin: de onverwoestbaar sterke persoonlijkheid van Casals blijft visueel fascineren. Maar wie hem echt wil begrijpen beluistere zijn vele plaatopnamen met o.a. Bach, Schubert, Beethoven: daar spreekt Casals zelf, middels zijn cello.