Slechte voorlichting

Bij drie schilderijen in de tentoonstelling van Lievens staat onjuiste informatie in de begeleidende teksten hetgeen, gezien de specifieke functie van het museum, bijzonder ongelukkig is.

Bij het schilderij door Isaac de Jouderville, naar Rembrandt, voorstellende de berouwvolle Judas die de zilverlingen terugbrengt in de tempel, staat te lezen: “We zien Judas op het moment dat hij berouw krijgt over zijn verraad van Christus...”. Wie deze geschiedenis niet kent, vandaag de dag al gauw negen van de tien mensen, zal niet veel opheldering vinden in de geciteerde mededeling. Judas ging zijn verradersloon terugbrengen omdat en nadat hij berouw kreeg toen hij zag dat Jezus veroordeeld was (Math. 27 : 2).

Bij Lievens' schilderij Job op de mestvaalt leest men als uitleg van de blazende kop rechts van Job dat de wind van de duivel het vuur aanblaast waarin Jobs rijkdommen verbranden. Deze zonderlinge bewering is overgenomen uit de catalogus van de Lievenstentoonstelling gehouden in Braunschweig in 1979. Had men de zorgvuldigheid genomen het Bijbelverhaal na te lezen, dan had men moeten begrijpen dat Job hier is voorgesteld na alle verliezen en rampen en juist bij de slotaanval van Satan die hem hier “met boze zweren slaat, van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe”. (Job 2 : 7)

Bij Lievens' schilderij van een waarzegster die één van twee rijk geklede jonge vrouwen uit de hand de toekomst voorspelt, wordt het vermoeden geuit dat zij waarschijnlijk een profetes (!) is... Haar uiterlijk en dat van het donkere kind op haar rug doen haar duidelijk als zigeunerin kennen.

Het stemt treurig museale voorlichting op dit niveau te zien. De verantwoordelijkheid wordt meestalgezocht bij de educatieve dienst, maar wordt het niet hoog tijd dat de directie weer eindverantwoordelijkheid draagt?