Simons: premies kunnen met 20 tot 30 procent omlaag

DEN HAAG, 11 JAN. De particuliere ziektekostenverzekeraars kunnen de premies dit jaar met 20 tot 30 procent verlagen. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) heeft dat gisteren in een brief aan de overkoepelende organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars (KLOZ) laten weten.

De brief bevat een reeks berekeningen waarop de schatting van Simons gebaseerd is. KLOZ-directeur O. Hehne, die donderdag met de staatssecretaris de premiestelling zal bespreken, blijft erbij dat de premies op hetzelfde niveau moeten blijven.

Premier Lubbers onderstreepte gisteren dat de verzekeraars hun premiebeleid “transparanter” moeten maken. De meeste particuliere verzekeraars voelen niets voor premieverlaging. Het kabinet staat al langer op het standpunt dat de premies met 15 procent omlaag kunnen. Dat is het percentage van de kosten van geneesmiddelen (4,4 miljard per jaar) op de totale uitgaven in de gezondheidszorg dat kan worden bespaard doordat verzekeraars sinds januari medicijnen niet meer hoeven te vergoeden. De meeste particuliere maatschappijen hebben hun premies echter verhoogd noch verlaagd. Als reden voeren zij de volgens hen sterk gestegen kosten in de gezondheidszorg in 1991 aan, zeker 10 procent, en een verwachte kostenstijging in 1992 van 5 procent. Volgens Simons kan er geen misverstand over bestaan dat ten minste de door het kabinet veronderstelde premiedaling van 15 procent mogelijk is.

Simons wijst er op dat de ruimte voor premiedaling moet worden beoordeeld over meer dan één jaar. Particuliere verzekeraars praten alleen over 1992 en betrekken daar de kostenstijgingen in 1991 bij. Volgens de bewindsman hebben zich sinds het begin van de stelselwijziging ziektekostenverzekeringen in 1989 meer belangrijke ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot premiedaling. Niettemin hebben de particuliere verzekeraars hun premies sinds 1989 niet verlaagd, stelt Simons vast.

Hij noemt het een “onvolledige voorstelling van zaken” als verzekeraars zeggen dat de premies mede moeten worden verhoogd omdat de tarieven van ziekenhuizen in het afgelopen jaar sterk zijn gestegen. Die stijging was een gevolg van het feit dat in vorige jaren minder gebruik is gemaakt van ziekenhuizen dan verwacht, aldus Simons. Daardoor hebben in die jaren ziekenhuizen niet hun volledige budget uitgekeerd gekregen van verzekeraars. Het geld dat de ziekenhuizen in voorgaande jaren tekort kwamen, krijgen ze nu als gevolg van de tariefverhoging vorig jaar alsnog. In voorgaande jaren hebben verzekeraars meevallers gehad, nu moeten ze alsnog betalen. De verzekeraars hebben hiervoor al premie betaald, aldus Simons.

Hij wijst er ook op dat sinds 1989 de schade-uitkeringen aan mensen met een gewone maatschappijpolis met 30 procent zijn gedaald. Dat komt doordat veel verzekerden met hoge ziektekosten zijn overgestapt op de standaardpakketpolis. De verliezen die de verzekeraars op de standaardpakketpolissen lijden krijgen ze volledig terugbetaald via de zogenaamde omslagregeling. Alle particulier verzekerden betalen daarvoor bovenop hun premie een wettelijke toeslag. Dat geld gaat niet naar de overheid, maar naar de verzekeraars. Nu de verzekeraars de kosten van hun duurste verzekerden niet meer uit de premies voor de maatschappijpolissen hoeven te betalen en ze vergoed krijgen via de omslagregeling, kunnen de premies van de maatschappijpolissen volgens Simons flink omlaag.