RPhO levert topprestatie

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Valery Gergjev. Solist: Naum Grubert, piano. Programma: Strawinsky: Scherzo Fantastique, opus 3; Skrjabin: Pianoconcert in fis, opus 20; Rimski-Korsakov: Sheherazade, opus 35. Gehoord: 10/1 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam. Herhaling: 11/1 te Amsterdam (Vara-matinee). Radio-uitzending: radio 4, 13/1 om 20.02 uur.

Met Valery Gergjev als sprookjesverteller van wiens als een veer gespannen rug elke verrassende wending in het verhaal viel af te lezen, vierde de fantasie gisteren hoogtij bij het RPhO in de stampvolle Doelen. Allereerst natuurlijk dankzij de begoocheling van Rimski's Sheherazade. In technisch opzicht had de vertolking van gisteren niet regelrecht op de plaat kunnen worden gezet, maar qua bezieling, klankverscheidenheid en elasticiteit van de steeds wisselende tempi leverde het orkest een topprestatie. In het overladen werkprogramma van het RPhO is de beroemdste compositie van Rimski-Korsakov een zware opgave die van het ensemble uiterste alertheid eist. De vele instrumentale soli, voorop die van concertmeester Kees Hülsmann, dwongen terecht bewondering af. Fantasie in de muzikaal vertaalde sprookjes van duizend-en-één-nacht, maar ook in het Scherzo Fantastique, opus 3 van Strawinsky waarvoor Maeterlincks Les Abeilles de inspiratiebron is geweest. Strawinsky als talentvolle jongeling, die een goedkeurend schouderklopje oogst van zijn leraar Rimski-Korsakov: wie denkt ooit zo aan de Russische geweldenaar met zijn vaak zo afstandelijke muziek en stoïcijnse blik? Meer nog dan Rimski lijkt echter Dukas met zijn Tovenaarsleerling voor dit scherzo model te hebben gestaan. Dat ook de jonge Strawinsky al uiterst effectief wist te instrumenteren, kon men met verbazing constateren. De fantasie van Skrjabin in zijn enige pianoconcert ligt weliswaar verankerd in een hechte klassieke driedelige structuur, echter zonder dat dit schade berokkent aan de emotionele exaltatie van deze typische fin de siècle-figuur. Men ontmoet nog telkens Chopin en Rachmaninow in dit vroege opus. Toch doet men met de verwaarlozing van dit concert Skrjabin tekort en het publiek evenzeer. Naum Grubert gaf er een sublieme vertolking van, even poëtisch en fijnzinnig als majestueus en met krachtige virtuositeit. Dat laatste was ook wel nodig om het tegen de wat overladen instrumentatie op te kunnen nemen. Meestentijds slaagde Grubert daar voortreffelijk in dankzij zijn plastische, gebeeldhouwde toon.