Politici dansen voor de camera in "Coup d'amour'

Gezelschap: Coup d'Amour. Produktie: On the pretext of collecting folksongs. Choreografie: Wim Kannekens; muziek: Joop van Brakel; kostuums: Marike Kamphuis; toneelbeeld: Ronald Berrevoets. Gezien: 9/1 Korzo Den Haag. Daar nog te zien t/m 11/1. Verder: 14 t/m 18/1 Amsterdam, daarna tournee.

Van het uit drie choreografen bestaande collectief Coup d'Amour heeft ditmaal Wim Kannekens voor de nieuwe produktie gezorgd: On the pretext of collecting folksongs. De beide andere leden, Adéla van der Weide en Feri de Geus, verleenden er respectievelijk als repetitor en adviseur hun medewerking aan. Een voorbeeld van een vruchtbare manier van samenwerking waarbij ieder zijn eigenheid als dansschepper bewaart en toch bij het werk van anderen betrokken is.

On the pretext is gebaseerd op het camerabewustzijn van politieke leiders, waarbij het uiterlijk gedrag camoufleert wat er aan wezenlijke beweegredenen gaande is. In de lucht hangen twee opblaasbare KLM-vliegtuigmodellen, de talloze reizen van deze personages symboliserend. Zoals de kleine touwafscheiding voor op het toneel even de onbenaderbaarheid van deze figuren aanduidt. De vier dansers, geassisteerd door musicus Joop van Brakel, presenteren zich in keurige, met mouw- en reversstrepen beklede pakken waarvan de uit twee kleuren bestaande pantalons (de pijpen in het streepmotief van de colberts en het heupstuk in felle kleuren) al een hint geven dat de dingen anders zijn dan ze lijken.

Zo staan de formele begroetingen de vriendelijke schouderklopjes en de afgemeten passen ook haaks op de driftige bewegingen waarmee Kannekens, Felicia Sanders, Franka van Hoof en Ger Jager regelmatig de ruimte vullen. Het zijn krachtige, ongepolijste bewegingen, met woeste sprongen, vallen en draaien en stevig op de grond geplaatste voeten. Veel variatie zit er choreografisch niet in, maar Kannekens weet dat op zich zelf beperkte bewegingsmateriaal goed binnen de voorstelling te doceren, waardoor het toch boeiend blijft. Het is bovendien aantrekkelijk omdat het geen hoogdravende pretentie uitstraalt en er een bepaalde noodzaak voelbaar wordt.

Musicus Joop van Brakel werkt in zijn composities veel met door de uitvoerenden voortgebrachte geluiden. Zoals in dit geval een steeds terugkerende O-klank, die soms doet denken aan het geroep van een uil, soms aan een zacht jankende hond of aan een huilende prairiewolf. En verder gebruikt hij de minieme geluidjes van een ronddraaiende spoel in een blik of het tikken van vingerhoedjes, afgewisseld met beukende gitaarakkoorden. De lange, dunne, kaalhoofdige Van Brakel is tevens een voortreffelijk mimespeler.

Naast het gedrag van de politieke figuren stelt Kannekens tevens een aantal folkloristische gebruiken aan de kaak. Het onbeholpen klungelige optreden van lokale artiesten op een dorpsfeest met het amechtige zangeresje, de povere trucs van een goochelaar en zijn verkrampt glimlachende assistente, een wankelende schaatser, de stoere jongens, maar ook de modieuze meditatieve trend krijgt een plaats. Een voorstelling met een eigen gezicht. Bekwaam uitgevoerd, net niet te lang uitgesponnen en met een goede dosis relativerende nuchterheid en theatraliteit.