Pers opent beerput Keniase corruptie; Politieke "godfathers' worden door moedige journalisten uitgekleed

NAIROBI, 11 JAN. Door toegenomen persvrijheid in Kenia gaat de beerput van financiële corruptie open. Het is een pijnlijke ervaring voor de Keniase gezagshebbers. Afgaande op de reeks schandalen die in de korte periode sinds de afkondiging van het méérpartijenstelsel begin december is onthuld, wachten de gevestigde Keniase politici nog veel onaangenamere tijden.

De Daily Nation waagde het deze week een vertrouwelijk rapport te publiceren van de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA), een afdeling van de Wereldbank. Volgens het IDA-rapport zou het Nationale Elektriciteitsbedrijf, een staatsonderneming, het gigantische bedrag van 2,3 miljard Keniase shillings (119 miljoen gulden) betalen aan een Britse firma voor een adviserend onderzoek. Nog voor het Britse bedrijf Knight Piesold aan het werk is gegaan ontving het al 30 miljoen dollar.

De kosten zijn voor het in 1990 gesloten contract met de Britse onderneming “ongeveer 5 keer zo hoog” als gebruikelijk. “De kosten van het contract en de hoge aanbetaling roepen fundamentele vragen op over de bemiddelingspraktijken en het financiële management van het elektriciteitsbedrijf”, aldus het geciteerde IDA-rapport.

Het Keniase staatsbedrijf heeft niet gereageerd naar aanleiding van de publikatie en de Britse firma spreekt het rapport niet tegen. Volgens het Britse dagblad Financial Times van donderdag stellen Westerse waarnemers vraagtekens waarom het Britse Departement voor Garantie van Exportkredieten garant staat voor 85 procent van de lening aan Kenia voor het onderzoeksproject.

Het door Knight Piesold uit te voeren onderzoek is onderdeel van een grootschalig ontwikkelingsprogramma om hydro-elelektrische- en irrigatieprojecten, op te zetten in de rivier Ewasa Ngiro in Noord-Kenia.

Het Keniase elektriciteitsbedrijf valt onder het ministerie van energiezaken. Aan het hoofd van dit ministerie stond tot november Nicholas Biwott, in de Keniase volksmond de koning van de corruptie genoemd. Biwott, tot voor kort een vertrouweling van president Moi en na de president vermoedelijk de machtigste politicus van het land, viel vorige maand van zijn troon. In het openbare gerechtelijke onderzoek naar de moord in februari 1990 op minister van buitenlandse zaken Robert Ouko werd hij als een van de hoofdverdachten genoemd. In december verbleef Biwott daarom enkele dagen onder arrest. Hij werd vrijgelaten “wegens gebrek aan bewijs”.

Als mogelijk motief voor de moord op Ouko werd tijdens het gerechtelijk onderzoek genoemd dat Biwott smeergeld zou hebben ontvangen van een Zwitserse firma, die betrokken was bij een energieproject in West-Kenia. Volgens de Britse detective John Troon, die het politieonderzoek leidde in de moordzaak, zou minister Ouko vlak vóór zijn dood een rapport hebben voorbereid over corruptie in Kenia.

Volgens beschuldigingen, onder andere geuit door de Amerikaanse journalist Blaine Harden, zou Biwott in de jaren tachtig miljoenen dollars hebben opgestreken bij het verlenen van een contract aan Franse firma's om de Turkwell-dam in een rivier in Noordwest-Kenia te bouwen. Biwott bezit de twee Keniase oliemaatschappijen Kenol en Kobil en een plaatselijke luchtvaartmaatschappij en hij is mede-eigenaar van nog eens vijftien bedrijven.

Beschuldigingen in de Keniase pers aan het adres van Biwott, en de publikatie van het IDA-rapport waarmee hij opnieuw in verlegenheid wordt gebracht, waren tot voor kort absoluut onmogelijk in Kenia. Critici en journalisten die poogden de degens te kruisen met machtige politici verloren hun baan en/of moesten het land ontvluchten. De "godfathers' van de Keniase politiek worden nu door steeds moediger journalisten in het openbaar uitgekleed.

Zelfs president Moi blijft niet meer buiten schot. Het blad Society, datvorige week door de politie bij de drukkerij in beslag werd genomen, zoueen verhaal hebben gepubliceerd over de voormalige prominente Mau-mau-vrijheidsstrijder Waira Kamau, die een cheque van 800.000 Keniase shilling van president Moi ontving.

Als tegenprestatie bracht Kamau een bezoek aan Mois' paleis, een welkome propagandastunt voor de belegerde president. Kamau bekende deze week de cheque te hebben ontvangen met de verklaring: “President Moi is een man die zich zorgen maakt om het welzijn van anderen en die bereid is te helpen waar hij kan.”

Oppositieleider Oginga Odinga sprak deze week zijn onvrede uit over corruptie die tot op de dag van vandaag zou plaatsvinden onder hoge regeringsfunctionarissen. Hij noemde in het bijzonder de “geheimzinnige praktijken die plaatsvinden bij de privatisering van staatsbedrijven.”

Op aandringen van Westerse donoren privatiseert de regering enkele grote staatsondernemingen. Volgens minister van financiën George Saitoti kan het begrotingstekort met een derde worden teruggebracht als de staatsbedrijven hun schulden en belastingen betalen. De regering heeft Westerse donoren beloofd de corruptie te zullen bestrijden en diende daarom onlangs een anti-Corruptiewet in het parlement in.