OORLOG

Understanding War door W. B. Gallie 116 blz., Routledge 1991, f 33,55 ISBN 0 415 05639 X

Het is nogal vervreemdend om een in 1991 uitgebracht boekje over oorlog te lezen dat nog geheel uitgaat van het atomaire machtsevenwicht tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Even opmerkelijk is dat hetzelfde boek twee belangrijke ontwikkelingen die dat jaar het behoud van vrede compliceerden onvermeld laat. Toch is dat geen reden om de ontboezeming van de Britse politicoloog W. B. Gallie ongelezen te laten. Zijn Understandig War is een analyse van de ontwikkeling van het verschijnsel oorlog tot aan het stadium van het wederzijds vermogen tot totale vernietiging tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Zijn conclusie luidt dat die "evenwichtssituatie' ongeveer het beste was wat de mensheid onder de gegeven omstandigheden kon overkomen. Gallie toont ons, kortom, de betekenis van een tijdperk dat we inmiddels achter ons hebben gelaten.

Wat blijft, is Gallie's erkenning van het door Clausewitz beschreven verschijnsel dat oorlog aan voortdurende escalatie onderhevig is. Partijen die oorlogvoeren (of die zich daarop voorbereiden) vertonen de neiging om de uiterste middelen die ze tot hun beschikking hebben ook aan te wenden (dan wel beschikbaar te houden). Niet altijd zal dat het geval zijn, maar er moet altijd rekening mee worden gehouden dat het zover zal komen. Clausewitz zag het ontstaan van de volksoorlog, de "leveé en masse' van de Franse revolutie die de Pruisische "professionals' in het zand deed bijten. De furie van de volksoorlog bezielde de Napoleontische veteranen tot aan Waterloo. Het gebruik van in beginsel de gehele mannelijke burgerij van een bepaalde leeftijd voor het aanvullen van gedecimeerde regimenten was destijds een innoverende escalatie.

De volgende stappen waren voornamelijk van technologische aard, maar niet uitsluitend. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werd het Zuiden verwoest, niet zoals Duitsland gedurende de Dertigjarige Oorlog door soldaten die "van het land leefden', maar door bevelhebbers die de vernietiging bewust uitbreidden tot de economische basis van hun tegenstander. In de Boerenoorlog praktiseerden de Britten de gewelddadige scheiding van guerrilla en bevolking, een tactiek die ruim een halve eeuw later tevergeefs in Vietnam werd toegepast. In 1945 viel dan de bom waarmee de bovenste trede van de escalatie in het zicht scheen te zijn gekomen. En daarmee het einde van het verschijnsel oorlog.

Wat Gallie over het hoofd heeft gezien, is het bijzondere van de toestand zoals die sinds de jaren vijftig tot aan 1991 heeft bestaan. Hij heeft er geen rekening mee gehouden dat het evenwicht kon worden verbroken doordat een van de gewichten op de schaal uiteenviel. En bovendien heeft hij er onvoldoende oog voor gehad dat de conventionele, niet-nucleaire escalatie niet met nucleaire middelen kon worden bedwongen. De oorlog tegen Irak heeft een nieuwe generatie niet-nucleaire wapens en strijdmethoden te zien gegeven die een gerichte en "beheerste' en dus "bruikbare' vernietigingskracht levert waartoe het "verfijnste' nucleaire wapen niet in staat is. De overigens niet zo nieuwe veronderstelling dat er onder de nucleaire paraplu ook door nucleaire mogendheden gewoon "conventioneel' kan worden doorgevochten, werd in 1991 bewaarheid - voorzover dat niet al in Indochina en Afghanistan duidelijk was geworden.

Gallie maakt in zijn boek behartigenswaardig bezwaar tegen de "derde' kernmachten zoals Groot-Brittannië, Frankrijk en China. Maar het "point of no return' is waarschijnlijk al gepasseerd nu zich met Rusland, Wit-Rusland, de Oekraïne en Kazachstan potentieel nieuwe kernmogendheden aandienen. Indien het atomaire evenwicht tussen de supermogendheden als achterhaald moet worden beschouwd, ontstaat een nieuwe logica: die van de noodzaak van een escalerend conventioneel vermogen om de gevolgen van nucleaire proliferatie zoveel mogelijk in bedwang te houden. De oorlog tegen Bagdad moet dan welhaast als het begin van een nieuw tijdperk worden beschouwd.