Knap geschreven stuk verleidt Jeroen Krabbé

Voorstelling: Liefdesbrieven (Love letters) van A.R. Gurney. Spelers: Petra Laseur en Jeroen Krabbé. Vertaling: Jan Donkers. Speladviezen: Jules Royaards. Gezien: 10/1 in de Amstelkerk, Amsterdam. Aldaar t/m 1/2.

Petra Laseur en Jeroen Krabbé lopen een plateautje op, gaan elk aan een lessenaar zitten, slaan het tekstboek open en beginnen voor te lezen. Het zijn brieven die een jongetje en een meisje uit de nette burgerij elkaar aan het eind van de jaren dertig begonnen te schrijven. Gaandeweg worden ze ouder, ze blijven schrijven - tot de briefwisseling ruim twee uur later een periode van vijftig jaar beslaat. In de tussentijd zijn ze uit elkaar gegroeid, tot elkaar gekomen en toch weer van elkaar weggegaan.

Verbluffend behendig heeft de Amerikaanse auteur A.R. Gurney zijn Love letters geconstrueerd: de tekst bestaat uitsluitend uit de brieven, briefjes en kaartjes die Melissa en Andrew elkander schreven. Uit summiere verwijzingen laat zich begrijpen wat er in de tussenliggende periodes is gebeurd. Veel van de grappen zijn gebaseerd op het principe van die impliciete toespeling; het komische effect ontstaat doordat het publiek zelf de rest invult. Het zijn comedy-dialogen, met dit verschil dat de spelers niet worden geacht elkaar aan te kijken. Ze blijven elk op hun stoel in hun eigen wereld zitten; alleen de woorden binden hen.

Twee jaar geleden vormde Love letters een aparte attractie in New York, wantsterren als Kathleen Turner, Elaine Stritch, Jason Robards en William Hurt stonden in de rij om het stuk een paar dagen te spelen. Dat kon makkelijk: de acteurs behoeven de tekst niet uit het hoofd te kennen en er was veel eer aan te halen, want Gurney verwerkte een breed scala aan menselijke emoties. Petra Laseur hoopt met Liefdesbrieven in Nederland een soortgelijk verschijnsel uit te lokken. Voor de eerste drie weken wist ze Jeroen Krabbé te strikken, die er - tussen twee internationale filmrollen door - aardigheid in had voor het eerst na zeven jaar weer eens voor publiek op te treden. Het is haar bedoeling de reeks met andere tegenspelers voort te zetten, wellicht ook elders in het land. Vooralsnog is de produktie ondergebracht in de gerenoveerde Amstelkerk in Amsterdam, waar de voorstelling wordt begeleid door een lichte, maar niet storende galm.

In hun voordracht, ingestudeerd onder leiding van Jules Royaards, is van galm geen sprake. Integendeel: ook als de auteur te duidelijk uit was op een brok in de keel, houden ze een lichte toon aan die veelzeggend genoeg is. Met minieme stemmiddelen kleuren ze hun - effectief vertaalde - teksten in. Petra Laseur suggereert fijnzinnig hoe de avontuurlijke spring-in-het-veld uit het begin geleidelijk haar koers verliest en ontspoort, terwijl Jeroen Krabbé steeds geloofwaardiger wordt als de gehoorzame jongen die uitgroeit tot een conformist met carrièredwang en een braaf verantwoordelijkheidsgevoel. Samen spelen ze een genuanceerde voorstelling, die wonderwel past in de gedempte, onopgesmukte sfeer van deze lokatie.