Inkomensgevolgen van plan-Simons

In de discussie over de hoogte van de particuliere ziektekostenpremies ligt de nadruk op het gedeelte van de totale premie waarop de verzekeraars greep hebben, de maatschappijpremie.

Daarnaast zijn er nog de verschuivingen per 1 januari in de premiehoogten als gevolg van verhoogde wettelijke bijdragen die particulier verzekerden betalen en de verhoging voor iedereen van de inkomensafhankelijke AWBZ-premie, met 1,5 procent naar 7,3 procent. De gevolgen van de verhoogde inkomensafhankelijke AWBZ-premie en de introductie op 1 januari (voor iedereen) van een niet-inkomensafhankelijke (nominale) AWBZ-premie zijn onlangs berekend door CMG Personeelssystemen. Daarbij werd uitgegaan van de nieuwe schijftarieven en een verhoogde belastingvrije som. Het betreft hier fictieve werknemers (zowel ziekenfonds als particulier verzekerd) met gemiddelde premies voor de werkloosheids- en ziektewet. Particulier verzekerden gaan er het meest op achteruit. Zij profiteren niet van de verlaging van de ziekenfondspremie, die ook in de berekeningen is verwerkt. Van compensatie is voor de meeste particulier verzekerden geen sprake. Hoewel de particuliere verzekeraars geneesmiddelen niet meer vergoeden - dat gebeurt nu uit het fonds van de AWBZ - hebben zij in tegenstelling tot de ziekenfondsen hun maatschappijpremies niet verlaagd.

Bij de nominale AWBZ-premies in de tabellen is een bijdrage van ƒ 11,10 per maand aangehouden voor een alleenstaande respectievelijk ƒ 29,60 voor een gezin met twee kinderen. Deze bedragen kunnen per maatschappij kleine verschillen vertonen. Bij de inkomensachteruitgang moeten de meeste particulier verzekerden ook nog de verhoging per 1 januari van de wettelijke bijdragen optellen, bijna ƒ 140 per volwassene. De hogere inkomens gaan er relatief minder op achteruit doordat de AWBZ-premie alleen over de eerste belastingschijf (tot ƒ 42.966) wordt geheven.

*Inkomensgevolgen belastingstariefgroep 2 (gehuwden of samenwonenden die beiden inkomen hebben -tweeverdieners-, ongehuwden en niet-samenwonenden)

Bron: Payfact / CMG Amstelveen

Tariefgroep twee*

Bruto maandsalaris (1)/Jaarverschil (2)/Incl. nominale AWBZ-premie 11,10 (3)/Incl. nominale AWBZ-premie 29,60 (4)

2.600 / -219,72 / 86,52 / -135,48 2.800 / -187,32 / 54,12 / -167,86 3.000 / -167,88 / 34,68 / -187,32 3.200 / -145,44 / 12,24 / -209,76 3.400 / -111,12 / -22,08 / -244,08 3.600 / -116,76 / -16,44 / -238,44 3.800 / -94,56 / -38,64 / -260,64 4.000 / -95,40 / -37,80 / -259,80 4.200 / -75,36 / -57,84 / -279,84 4.400 / -511,20 / -644,40 / -866,40 4.600 / -530,04 / -663,24 / -885,24 4.800 / -527,04 / -660,24 / -882,24 5.000 / -509,16 / -642,35 / -864,36 5.500 / -514,08 / -647,28 / -859,28 6.000 / -539,76 / -672,96 / -894,96 7.500 / -454,56 / -587,76 / -809,76 9.000 / -398,52 / -531,72 / -753,72 10.500 / -273,12 / -406,32 / -628,32

*Inkomensgevolgen belastingtariefgroep 3 (gehuwden of samenwonenden waarvan partner geen inkomen heeft of minder verdient dan basisaftrek)

Bron: Payfact / CMG Amstelveen

Tariefgroep drie*

Bruto maandsalaris (1)/Jaarverschil (2)/Incl. nominale AWBZ-premie 11,10 (3)/Incl. nominale AWBZ-premie 29,60 (4)

2600 / 568,80 / 435,60 / 213,60 2800 / 535,44 / 402,24 / 180,24 3000 / 516,00 / 382,80 / 160,80 3200 / 493,44 / 360,24 / 138,24 3400 / 459,12 / 325,92 / 103,92 3600 / 464,76 / 331,56 / 109,56 3800 / 382,66 / 249,48 / 27,48 4000 / 302,52 / 169,32 / -52,68 4200 / 271,44 / 138,24 / -83,76 4400 / -363,12 / -496,32 / -718,32 4600 / -247,92 / -381,12 / -602,12 4800 / -244,92 / -378,12 / -600,12 5000 / -227,04 / -360,24 / -582,24 5500 / -231,96 / -365,16 / -587,16 6000 / -257,64 / -350,84 / -612,84 7500 / -172,44 / -305,64 / -527,64 9000 / -59,52 / -192,72 / -414,72 10500 / 65,86 / -67,32 / -209,32