Het zwarte gat van de jongeren van Boedapest

BOEDAPEST, 11 JAN. Het achtste district is een troosteloze arbeiderswijk in Boedapest. Smerige fabrieksterreinen worden afgewisseld met slecht onderhouden, grauw uitgeslagen huizenblokken. Het is een van die treurige wijken in Boedapest waar de Hongaarse blues een eigen leven heeft. In een donkere straat, tegenover een blinde fabrieksmuur, schaft een onopvallende zwarte deur toegang tot een zwart geverfde ontvangsthal.

Dit is "Het zwarte gat', een alternatieve discotheek zoals een bescheiden aankondiging laat weten. De alternatieve jeugd van Boedapest gaat hier letterlijk ondergronds. De discotheek is niet meer dan een uit grijs beton opgetrokken kelder waar dikke buizen het plafond ontsieren. De muren zijn volgespoten met graffiti.

Enkele eenvoudige kleurenspotjes belichten een podium waar een Hongaarse rockgroep zich in het zweet werkt. Voor het podium springt een massa jonge mensen op en neer. Refreinen worden luidkeels meegeschreeuwd. Een enkele keer vallen rake klappen. Groepjes opgeschoten jongeren met lange haren of punkkapsels laten zich langzaam vollopen met goedkoop bier en goedkope wijn.

"Het zwarte gat' is een plek waar studenten, probleemjongeren en drugsgebruikers proberen te ontsnappen aan de ergernissen van alledag. Deze jongeren staan aan het begin van een nieuwe tijd met nieuwe problemen die voor hen vaak niet te overzien zijn. Hongarije werd in de communistische tijd de "gelukkige barak' van het Oostblok genoemd, maar toen al werd aan het zieleheil van de jongeren nooit erg veel aandacht besteed. Nu, na de val van het communisme dreigen de jongeren opnieuw vergeten te worden in een maatschappij waar de volwassenen zoveel problemen hebben dat naar de kinderen nauwelijks wordt omgekeken.

Hongarije is al heel lang onbetwist koploper op de macabere lijst van Europese landen met de hoogste zelfmoordcijfers. In 1989 bedroeg dat cijfer 41,6 personen per 100.000 inwoners. Ter vergelijking: tweede op de lijst is Denemarken met 27,9 personen. De meeste slachtoffers vallen onder jongeren tussen 20 en 30 jaar. Hoewel men zou verwachten dat de nieuwe tijd nieuwe mogelijkheden zou scheppen voor jonge mensen, blijkt dat veel jongeren daar zelf niet zo optimistisch over zijn. Hulpverleners trokken onlangs aan de bel omdat het aantal zelfmoorden de afgelopen jaren zelfs is gestegen.

In een achterafstraatje in het dertiende district van Boedapest houdt psychiater Istvan Cserne praktijk in een vijftal armoedige kamertjes aan de achterkant van een winkelcentrum. Hij werkt met verslaafde jongeren en hij denkt dat verschillende groepen Hongaarse jongeren er nu slechter voor staan dan ooit. “Nieuwe probleemgroepen onder welke het aantal verslaafden snel toeneemt zijn de vluchtelingen, de jonge werklozen en dakloze jongeren. Vooral werkloze afgestudeerden bevinden zich in een nu al jaren durende crisis van veranderende waarden in de maatschappij: zij zien dat mensen zonder opleiding binnen de kortst mogelijke tijd veel geld verdienen, terwijl hun universitaire graad nauwelijks of niet wordt gewaardeerd. Sommige jonge mensen zijn van de ene op de andere dag zelfs geheel overbodig geworden, zoals leraren Russisch, leraren politieke economie en architecten die zijn geschoold in de communistische bouwstijl.”

In 1990 behandelde Cserne 400 jongeren die door leraren en politie naar hem toe waren gestuurd. Afgelopen jaar waren het er al 600. Hij is bang dat als de Hongaarse forint vrij inwisselbaar wordt, het land overspoelt zal worden met drugs. “Het aantal verslaafden zal dan enorm toenemen, want de voedingsbodem is aanwezig. Het familieleven is niet veranderd na de revolutie. Vaak werken ouders nog steeds tien tot veertien uur per dag. Dat geeft spanningen binnen het gezin. Veel gezinnen vallen uit elkaar. Gebruik van alcohol en kalmeringsmiddelen door de ouders is heel normaal. Vergeet ook niet dat vijftien procent van de Hongaarse samenleving beneden het bestaansminimum leeft. Verslaafden komen vaak uit gebroken families, zijn buiten het gezin opgevoed of hebben problemen op school. Het is opvallend dat veel probleemgevallen komen uit gezinnen waarvan de ouders in de jaren vijftig en zestig, toen de onderdrukking van het communistische regime erg groot was in Hongarije, zijn opgegroeid in crèches.”

De Hungarian Observer publiceerde onlangs een brief van een meisje: “Ik ben zeventien jaar en leef in een staatsverzorgingstehuis. Ik heb een moeder, maar vraag me niet hoe ze is (...) Ze gebruikte ons, haar kinderen, om een door de staat gesubsidieerd appartement van de autoriteiten los te krijgen. Maar toen ze het appartement eenmaal had, heeft ze ons direct in het tehuis gestopt. Ze zei dat ze het te druk had om voor ons te zorgen, dat ze in drie ploegendiensten moest werken. Geloof haar niet. Grootmoeder zou ons uit de problemen geholpen hebben, maar het echte probleem was dat onze aanwezigheid mijn moeder ervan weerhield om mannen mee naar huis te nemen. Wij werden vaak tot 's avonds laat op straat gezet. Ze schreeuwde naar beneden als de kust weer vrij was. Ik was altijd slaperig en vermoeid, zo ben ik hier in het tehuis terechtgekomen - ik haat het hier. Help me alstublieft. Ik kom net uit het ziekenhuis, omdat ik geprobeerd had zelfmoord te plegen. De psycholoog zei dat ik een onverantwoordelijke daad had begaan. Mijn moeder bezocht me pas nadat mijn leraar in het tehuis haar dat verschillende keren had gevraagd en toen zei ze dat ze me voor altijd zou laten opsluiten. Alstublieft, help! Was ik echt onverantwoordelijk? Kunnen ze me dit echt aandoen?”

Volgens dokter Tompay, een van de psychologen van het "Open-Deurhuis' in Boedapest, staat dit schrijnende geval niet op zichzelf: “Wij krijgen hier vaker van dit soort probleemgevallen. De meeste kinderen dragen de symptomen van de ouders met zich mee. Eigenlijk moeten zij genezen worden. De achtergrond van bijna alle problemen van jongeren die hier komen is, dat de ouders geheel onverschillig staan tegenover hun lot. Gedurende veertig jaar communisme is het klassieke gezin als hoeksteen vernietigd. Veel ouders en dus ook hun kinderen zitten vol onzekerheden en angst. Ze hebben hierdoor een bepaalde agressiviteit ontwikkeld die naar binnen is geslagen”.

Maar ook voor jongeren die met minder zware problemen te kampen hebben is het leven van alledag een pad vol valkuilen. Tegenwoordig kunnen de moeilijkheden voor hen al omstreeks hun veertiende jaar beginnen. Dan is de lagere school afgerond en zijn ze niet meer leerplichtig. Voor de middelbare school moeten ze een toelatingsexamen doen. De capaciteit van het vervolgonderwijs is namelijk niet berekend op de ruim 800.000 adolescenten die Hongarije op dit moment rijk is.

De oorzaak daarvan ligt in de jaren zeventig. De economie van Hongarije maakte toen een bloeiperiode door en de regering nam een wet aan dat werkende vrouwen drie jaar betaald verlof konden krijgen als ze zwanger raakten. Veel Hongaren begrepen toen dat dit dé kans was om op eenvoudige wijze een smak geld binnen te halen. Van de geboorte-explosie die daarop volgde plukken ze nu de wrange vruchten.

Het beroepsonderwijs kampt met problemen die veroorzaakt worden door de overgang naar de markteconomie. In de communistische tijd liepen leerlingen stage in staatsbedrijven, waar zij zeker een baan zouden kunnen bemachtigen. Tegenwoordig, nu veel bedrijven hun deuren hebben gesloten en de overige niet meer gedwongen kunnen worden leerlingen aan te nemen, zitten veel beroepsopleidingen zonder praktijkruimte. Leerlingen moeten daarom voordat zij aan de opleiding kunnen beginnen zelf een stage- en een werkplek zien te vinden.

Weinig jongeren maken vervolgens nog de stap naar de universiteit. In 1990 bezochten van elke 100.000 er 935 een universiteit. In Nederland was dit cijfer in 1986 2.794 personen. Anita Nagy, twintig jaar oud en derdejaars op de economische universiteit in Boedapest, heeft daar wel een verklaring voor: “Het competitiesysteem waar jongeren op school en later op de universiteit mee te maken krijgen is voor velen een bron van frustratie. Zij klagen over het onrechtvaardige toelatingssysteem op de universiteiten. Voor toelating moet een student 120 studiepunten zien te behalen. De helft hiervan kan hij verdienen met het toelatingsexamen, de andere helft moet worden verdiend tijdens de laatste twee jaar van de middelbare school. Voor zes verplichte vakken moet elk tien punten worden verzameld, die de school zelf toekent. Leerlingen van de middelbare scholen in Boedapest, die doorgaans een veel hoger niveau hebben dan de scholen elders, klagen dat het betere onderwijs en de strengere beoordelingen van de leraren hun kans op een plek op de universiteit alleen maar verkleint. Daar komt nog eens bij dat hoog opgeleide mensen in Hongarije nog steeds financieel erg worden ondergewaardeerd. Een kapper verdient meer dan een dokter in een ziekenhuis”.

Als zovele studenten in Boedapest woont Anita nog bij haar ouders. Iets anders laat haar studiebeurs niet toe. Het fenomeen studentenhuis bestaat in Hongarije niet. Alleen studenten die van buiten Boedapest komen, kunnen aanspraak maken op een kamer in een flat van de universiteit. De studiebeurzen variëren volgens Anita van vijftig tot honderdvijfënzeventig gulden, afhankelijk van de sociale positie van het gezin. “Het is natuurlijk onmogelijk om met de huidige prijzen daar van te kunnen leven. Veel studenten hebben één of meer bijbaantjes. Vaak wonen jongeren tot hun dertigste nog bij hun ouders. Het gevolg is dat veel jongeren nooit leren hoe zij een eigen leven moeten leiden. Bovendien leren de ouders niet dat zij hun kinderen op een gezonde leeftijd moeten loslaten.”

En 17-jarige scholier in "Het zwarte gat' heeft maar twee grote wensen in zijn leven: “Leren gitaar spelen als Jimy Hendrix en zo snel mogelijk emigreren naar Zweden of Zuid-Amerika. Na tien jaar kom ik wel weer terug en dan hoop ik dat hier alles is veranderd”.

Foto: Hongarije heeft al jarenlang de hoogste zelfmoordcijfers van Europa. En de Hongaarse jongeren staan er nu slechter voor dan ooit. (Foto NRC Handelsblad / Maurice Boyer)