Het vallen

Bush Feeling Fine After Collapse las ik op 9 januari in de International Herald Tribune.

Daarbij twee foto's. De eerste is genomen als de collapse zich juist heeft voltrokken: het radeloze hoofd van een man die aan het galadiner plotseling van zijn stoel is gegleden. De andere levert het bewijsmateriaal bij het Feeling Fine: de president staat op het punt in de auto te stappen die hem zal vervoeren naar het paleis waar zijn bed staat. Zijn mond en ogen staan op iets dat een lach moet vertonen maar dat niemand daarmee zal verwarren, en zijn hand is geheven in een beweging die een zwaai zou moeten zijn maar dat nooit zal worden. Feeling Fine. De twee heren in zijn directe nabijheid weten beter: die op de voorgrond staat klaar om hem weer op te vangen, de ogen van de andere staan wijd van schrik.

Hier is niets aan de hand! George Bush probeerde alleen even de aandacht te trekken!

Dit stukje kan nu ontaarden in een beschouwing over het lot van de moderne wereldleiders die zich nooit iets al te menselijks kunnen veroorloven, omdat ze dit hun hele wereldleidersloopbaan verder zal worden nagedragen. Weet u nog hoe president De Gaulle bijna uit een helikopter viel? Hoe president Ford zijn hoofd stootte aan de bovenkant van de deur toen hij uit het vliegtuig stapte? Hoe minister Luns een hekje te machtig was? Gebeurtenissen die in ons geheugen staan gegrift als de Slag bij Nieuwpoort, en het wordt steeds erger. Sinds de wereldleiders in het openbaar joggen kunnen ze geen stap meer verkeerd zetten. De Japanse minister-president - een wereldleider in aanbouw - jogt niet en dat maakt zijn positie heel wat sterker. De grote verscheidenheid aan openbare lichaamsbewegingen van George Bush doen hem langzamerhand vallen in de categorie die omschreven wordt in het mopje over die dame op de Titanic. Ze zegt tegen de kellner: I ordered ice but this is ridiculous.

De hedendaagse wereldleider laat zich dwingen tot de allure van een Olympische halfgod en daardoor mag hij niet eens meer struikelen. Snuit hij zijn neus dan dalen de koersen. Dat heeft iets treurigs, vooral voor hem zelf. Ik bewaar van Ronald Reagan een foto, genomen op een persconferentie. Hij heeft een vraag niet verstaan. De oude mond staat open, zijn ogen kijken radeloos in het niets, hij is bezig zijn gehoorapparaat te arrangeren, maar zijn haar is prachtig bijna zwart geverfd; het haar van een halfgod. Daarbij hoort ook die halfgoddelijke taal. Is de wereldleider gevallen, in onbekende mate ziek, wat dan ook? Niets aan de hand! Hij probeert alleen even de aandacht te trekken, doet eigenlijk iets leuks.

Een jaar of dertig geleden - het was in de tijd van Adenauer en Pius XII, of met deze wereldleiders nog vers in het geheugen - heeft iemand een boek geschreven waarin werd bewezen dat de wereld werd geregeerd door zieke oude mannen. Langs de residenties deed toen een dokter Niehans de ronde om de staatslieden te injecteren met de modernste versie van het apeklierenextract. Men kon er zijn bedenkingen tegen hebben, maar het gebeurde in ieder geval niet in het openbaar; je kunt het niet vergelijken met het tegenwoordige joggen. Uit de openbaarheid ontstaat, als u het mij vraagt, die tragische krampachtigheid, de dwang om ieder zich plotseling voordoend mankement met dezelfde vaart terug te brengen tot een bagatel.

Wat ik hierboven vreesde, is intussen al bijna gebeurd: dit stukje ontaardt, niet eens in een kanttekening bij het lot van de hedendaagse wereldleiders, maar in een soort cultuurkritiek, een cultuurlament.

Het vallen van iedereen bij de uitoefening van zijn openbare functie is van een andere betekenis dan wanneer hij dat als particulier doet. Als een staatsman valt, verdwijnt daarmee zijn macht. Een kabinet valt. Een burgemeester heeft niet eens meer voldoende macht om overdrachtelijk te vallen. Op dat niveau begint al het ontslaan, afzetten, wegjagen. Vallen doet men in de hoogste regionen van de machtsuitoefening, en als dat zo iemand lichamelijk overkomt, is het vaak een voorbode van het overdrachtelijke vallen. Vandaar dat de vorsten zich vroeger in draagstoelen lieten vervoeren.

Een joggende wereldleider is een politiek misverstand, door absurde democratisering en televisiepopulisme veroorzaakt. Misschien is het zelfs begonnen bij Mussolini die zich liet filmen terwijl hij de boeren hielp bij het dorsen. Als hij toen met zijn arm in de dorsmachine was geraakt, had het er voor de Abessijnen anders uitgezien. Wie kan zich Lodewijk XIV joggend voorstellen?

Maar 't was niet mijn bedoeling dit stukje over vallende wereldleiders te schrijven; het ging me om het vallen van een mens in het algemeen, of desnoods van een paard nadat het heeft geprobeerd een "onmenselijke' horde te nemen. De val: het volstrekt onverwachte dat degene wie het overkomt zowel als de toeschouwers een ondeelbaar ogenblik radeloos maakt; de zuiverste, de meest geconcentreerde en de gewoonste verstoring van het normale. Pas als je beseft dat je iemand hebt zien vallen, ga je ontdekken wat je daarvan vindt. Je bespeurt je medelijden, je ergernis, je gêne, je leedvermaak of je hulpvaardigheid en dat soms allemaal tegelijk. Een vallend kind heeft een heel andere betekenis dan een gevallen vrouw, en dan hangt het er weer sterk van af of ze jong of oud is, hoe mooi ze zich heeft aangekleed en wat ze van plan was te gaan doen.

Toch is dat nog eenvoudig vergeleken bij wat je overkomt als je beseft dat je zelf bent gevallen en dat je nu ligt voor die ingewikkelde taak "weer overeind te krabbelen'. Dat is, veronderstel ik, voor een wereldleider oneindig veel moeilijker dan voor ons mensen die dit niet zijn, want de meeste van onze valpartijen worden vlug vergeten terwijl de wereldleider weet dat, hoe hij het ook aankleedt, zo'n incident wordt bijgeschreven in het grootboek van zijn falen.