Het loon van frustratie; Waarom de Algerijnse fundamentalisten zo succesvol zijn

Tot 's avonds laat is de Rue Larbi Mehdi, in het hartje van Algiers, overvol. Het is een winkelstraat, waar vrouwen en huismoeders met grote pakken en met hun kleine kinderen sjouwen, waar mannen op weg zijn naar een bestemming zonder doel en waar honderden jongens in groepjes opeengepakt staan te lummelen. Om de paar meter verkoopt een jongen op een wrak vouwtafeltje gezouten pinda's in een stukje krant en sigaretten van het merk Marlboro. De sigaretten heeft hij op de zwarte markt gekocht.

Wie onvoldoende geld heeft - en dat hebben de meesten - koopt bij zo'n tafeltje één sigaret en steekt hem aan. De verkoper is een trabendiste, iemand die bereid en in staat is via allerlei sluipwegen buitenlandse consumptiegoederen op de binnenlandse markt te verkopen. De overige opgeschoten jongens, sommigen in lakschoenen, anderen in ghandoura (een klassieke jurk) en trui of leren jack, die zich hier dag en nacht staan te vervelen, zijn hittistes, lieden die elk initiatief hebben verleerd en nu tegen een muur aanhangen. Dat deden ze twee, drie en vijf jaar geleden ook al. In feite is hun situatie niet veranderd, behalve dat er elk jaar een paar honderdduizend bijkomen. Wie hittiste is, heeft aan kameraden geen, aan ruimte des te meer gebrek.

Smokkelhandel

In heel Algerije zijn waarschijnlijk meer dan twee miljoen hittistes. Niemand weet het precies, omdat de officiële werkloosheidscijfers niet deugen en omdat er eigenlijk toch niets aan hun situatie te veranderen valt. Ze hebben allemaal een schoolopleiding gehad, maar de meesten van hen kunnen nauwelijks lezen of schrijven. Want het onderwijs is zo beroerd, de klassen zo overvol, het schoolsysteem zo achterlijk, dat geen onderwijzer nog in staat is iets fatsoenlijks aan de jongens en meisjes te leren. Niemand blijft ooit zitten, ook al kan hij niets, omdat de volgende lading scholieren al wacht en er onvoldoende schoollokalen zijn. Een onderwijzeres die 19 jaar in het vak zit, neemt een loon mee naar huis van in totaal vierduizend dinar, terwijl een gezin met vijf kinderen - volstrekt normaal in dit land - met een uiterst karig dieet al zeker vijfduizend dinar kwijt is.

De hittistes hebben geen enkele toekomst. Een vak of een ambacht hebben ze nooit geleerd. Er is nergens emplooi voor hen. Ze leven op het zakcentje dat pa, ma of oudere broer hun geeft, of van de trabendo, de smokkelhandel. Ze moeten zo veel mogelijk op straat blijven, want thuis is er geen ruimte, vaak zelfs onvoldoende slaapgelegenheid voor hen. Hamed bij voorbeeld, woont met zijn ouders, zijn drie broers en zijn twee zussen in een tweekamer-woning. Hij slaapt met zijn vader en zijn broers in de ene kamer, zijn zussen en zijn moeder in de andere. Gelukkig zijn er twee zussen opgedonderd, ze zijn getrouwd en wonen nu met hun man en kinderen bij hun schoonouders in.

Ook op andere gebieden is Hamed er iets beter aan toe dan veel van zijn kameraden; in het huis van zijn vader is voldoende vloeroppervlakte voor allen om tegelijkertijd te slapen. Anderen zijn minder gelukkig - zij moeten om de beurt slapen, zodat er in diverse straten van de grote steden nooit een eind komt aan het nachtleven: om ongeveer half drie 's nachts wordt de ene ploeg slapers door de volgende afgewisseld en moet op zijn beurt de straat op.

Al die jongens zullen als gevolg van de woningnood en een totaal afwezig toekomstperspectief nooit in het huwelijk treden of een normaal seksueel leven hebben. Zij zijn thans allen vrijwel zonder één uitzondering hetzij ""militanten'' (strijders), hetzij ""sympathisanten'' van het FIS, het Front van de Islamitische Redding, dat van Algerije een islamitische Godsstaat wil maken om zo een eind te maken aan de serie dodelijke ziekten die het land langzaam maar zeker naar de ondergang sleuren.

Behoorlijk wassen

Hoe zijn die jongens zo godsdienstig geworden? Er was geen andere keus. Want als je niet op school zit, geen opleiding volgt, geen baan hebt en zó weinig ontwikkeling dat je zelfs de krant niet goed begrijpt, als je die al zou willen lezen, hang je tegen de muur of je gaat naar de moskee. Misschien valt daar wel wat te beleven. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Je kunt je daar behoorlijk wassen voor het gebed - een luxe voor de tienduizenden die thuis geen of slechts een paar uur per etmaal water hebben. Er is vaak zelfs een hamam, een badhuis.

De moskee is in elk geval een sociale ontmoetingsplaats. Daar zijn mensen die aan datgene wat je al wist, nog meer inhoud geven. Ze doen dat niet met de wollen taal van de machthebbers die de hemel op aarde beloven, zelf in die hemel wonen, maar jou alleen een morsig en naargeestig bestaan gunnen.

In de moskee en bij het FIS praten ze op een simpele en begrijpelijke wijze. Zij zeggen precies wat je wilt horen. Abdelkader Hachani bij voorbeeld, de ""voorlopige'' leider van het FIS, in een interview een paar dagen geleden: ""Ik heb het al eerder gezegd en ik zeg het nog een keer: dat het einde van dit jaar ook het eind zal zijn van alle problemen van het Algerijnse volk.''

Of kolonel Mohammedi Saïd, één van de voormannen van het FIS. In de Tweede wereldoorlog diende hij als vrijwilliger in het Duitse leger en tijdens de onafhankelijkheidsoorlog moordde hij een heel dorp uit. Dertigduizend bebaarde mannen hingen aan zijn lippen toen hij een paar maanden geleden tijdens een grote demonstratieve bijeenkomst van het FIS de zeer gehate president Chadli Benjedid beledigde: ""Hij moet niet op het volk laten schieten, de verrader. Het leger moet vergiffenis vragen aan het volk. Hoe kan hij (Chadli) zijn volk nog recht in het gezicht kijken?''.

De menigte scandeerde: ""Chadli, moordenaar!''

Mohammedi: ""Hij moet zich bekeren. Misschien zal God hem dan vergeven.'' Zich richtend tot de machthebbers: ""Donder toch op. Vertrek naar Europa. Neem mee wat jullie hebben gestolen en vertrek. We zullen jullie uitzwaaien en in de straten zullen wij feest vieren. Neem het geld mee, maar laat ons met rust. Dit is het nieuwe kolonialisme, alleen de namen zijn veranderd. Vroeger heetten ze Paul en Jean, nu heten zij Mohamed en Chadli.''

Met dit soort taal bevestigde Mohammedi Saïd op vrolijke wijze wat men sinds jaar en dag in de moskee hoort. Daar vernemen de gelovigen zonder veel omwegen wie de oorzaak zijn van hun gefrustreerde toekomstverwachtingen: dat zijn ""zij'', ""de dieven''. ""Zij wonen in de kastelen, wij krijgen geen woonruimte.''

Zij - dat is de overheid, die de schuld krijgt van alles: de ongelijke verdeling van de rijkdommen, de sociale problemen, in één woord het gebrek aan sociale rechtvaardigheid. De machthebbers van het FLN en van het leger hielden het volk tientallen jaren een fata morgana voor: de sociale rechtvaardigheid, die zij als een bestaand feit presenteerden.

Kruisvaarders

In de moskee worden de verschoppelingen - als ze zich maar aan de regels houden en hun imams naar de letter volgen - gerespecteerde mensen. Daar horen zij dat ook zij belangrijk zijn, als zij maar bereid zijn gezamenlijk met de andere gelovigen de strijd aan te binden met de vijanden in het binnen- en het buitenland, maar vooral met de machthebbers.

Daarom is het zo heerlijk om te luisteren naar het verhaal dat het FLN de vruchten van de onafhankelijkheidsoorlog heeft geplukt, zonder die oorlog ooit te hebben gewonnen. De Algerijnse fundamentalisten hebben altijd volgehouden dat de overwinning op Frankrijk de definitieve overwinning van de islam was op de Kruisvaarders en dat alleen in naam van de islam het koloniale juk gebroken werd. Conclusie: de privileges die de leiders en de strijders van het FLN op grond van de onafhankelijkheidsoorlog zich toeëigenden, waren illegaal.

Tijdens de koloniale periode eiste de ulama dat de Fransen scheiding van staat en godsdienst zouden invoeren om zich aan het toezicht van het koloniale bestuur te onttrekken. De Fransen weigerden dat en na de onafhankelijkheid ging de nieuwe Algerijnse overheid op diezelfde Franse weg voort. De islam werd staatsgodsdienst - wat betekende dat de ulama onder controle van de overheid bleef.

De gevolgen waren precies het tegenovergestelde van de verwachtingen. Want langzamerhand werden de moskeeën in Algerije - zoals in Iran - de amphitheaters, van waaruit de Islamitische Revolutie werd uitgedragen. Zij werden in een taaie strijd op de overheid veroverd. Aanvankelijk stonden ze allemaal onder toezicht van het ministerie van godsdienstzaken dat de imams een salaris verstrekte als ambtenaar van de staat en hun tevens voorschreef welke preek zij moesten houden.

Maar in hun verzet tegen de steeds verder socialiserende overheid begonnen de fundamentalisten al in het begin van de jaren '70 zelf moskeeën te bouwen met hulp van buurt- en wijkgenoten. De overheid durfde die zogenaamde ""anarchistische moskeeën'' niet te sluiten. Veel van die Godshuizen werden nooit voltooid om te verhinderen dat zij ""klaar'' waren en in overheidshanden zouden overgaan.

De imams die er predikten, deden dat zonder toestemming van het ministerie van godsdienstzaken. Als ze toestemming van de overheid hadden, hielden ze zich veelal niet aan de voorschriften van boven. Want als ze dat wél deden, kregen ze bezoek van een aantal krachtig gebouwde gelovigen, die hun ""zeer dringend aanbevolen'' om niet langer in het gebed voor te gaan.

Aparte bussen

Hoe zeer de tijden en de machtsverhoudingen zijn veranderd, kan men aan het begin van de Rue Larbi Mehdi zien. Daar is een armoedige zaal, het Centrum voor Informatie en Documentatie, eigendom van de provincie Algiers en tot dusver altijd voor tentoonstellingen gebruikt door de almachtige regeringspartij FLN of door het leger. Maar nu heeft het FIS er een tentoonstelling ingericht.

Voor de deur staan een paar jonge FIS-sympathisanten. Zij zien erop toe dat mannen en jongens strikt gescheiden van de vrouwen en meisjes de tentoonstelling bezoeken. 's Middags mogen de vrouwen, 's ochtends en 's avonds de mannen naar binnen. Wij komen op het tijdstip voor de vrouwen aan, zodat alleen mijn vrouwelijke metgezel wordt toegelaten, rondgeleid door de 22-jarige Rekia, studente wiskunde. Zij heeft bij de katholieke nonnen op school gezeten, heeft daar een heerlijke tijd gehad, maar zij weet dat islam de oplossing is voor alle kwalen. Dus ziet zij er nu zelf ook uit als een non: met grijs habijt zonder kap, maar met een witte voile-doek om het hoofd.

Eén van de FIS-portiers voor de deur is derdejaars-jaars student politieke wetenschappen. In tegenstelling tot zijn broeders draagt hij alleen een snor. Is hij een buitenbeentje? ""Nee'', zegt hij, ""ik kom uit een traditioneel-islamitisch milieu.'' Waarom mag ik de zaal niet in? ""Onze regels zijn nu eenmaal zo. Wij handelen uit respect voor de mannen en vrouwen, zodat zij in alle rust kunnen rond kijken.'' Denkt hij dat ik die vrouwen kwaad zou doen of lastig zou vallen? ""Niet in het minst, maar de vrouwen voelen zich meer op hun gemak als zij alleen en onder elkaar zijn.''

Binnen kunnen de honderden bezoekende vrouwen op een maquette zien hoe een stad in de toekomstige islamitische staat eruit ziet. Centraal gelegen in die stad is uiteraard de moskee. Maar er is ook een busstation, waar vrouwen en mannen apart worden vervoerd - misschien met andere kleuren bussen. Rekia vertelt dat als er onvoldoende bussen zijn, er een scheiding in de bussen zelf wordt aangebracht. Dan stappen de vrouwen bij voorbeeld voor en de mannen achter in.

In de islamitische stad is er ook een bioscoop en een theater met andere toegangstijden voor mannen en vrouwen, alsmede een sportzaal en een zwembad - uiteraard eveneens gescheiden voor mannen en vrouwen. Het zijn voorzieningen die in het huidige Algerije nauwelijks aanwezig zijn.

Schaap met vijf poten

De islamitische staat moet onafhankelijk zijn wat betreft de voedselvoorziening en zijn eigen wapens fabriceren. Er moet een evenwicht zijn tussen im- en export. Op grote wandborden vertelt de expositie aan welke normen de president van die staat moet voldoen.

Hij moet een uitstekende opleiding hebben (onder andere in de politieke wetenschappen), van goed intellectueel niveau zijn en uitstekend geïnformeerd over alles wat er in de wereld gebeurt. Hij moet de rechtvaardigheid betrachten op basis van de islamitische principes, uitgerust zijn met zeer veel islamitische kennis plus een grote theologische bagage. En hij moet vriendelijk, beleefd en respectvol zijn, alsmede erbarmen hebben met zijn medemensen. Kortom een islamitisch schaap met vijf poten dat in grote mate beantwoordt aan het beeld dat de grondwet van de Islamitische Republiek Iran schetst van de fagieh, de almachtige Gids van de Natie.

De economie van de islamitische staat blijkt, aldus de wandborden, een combinatie te zijn van socialisme, fascisme en islam - een kopie van het denken van de vroegere regeringspartij FLN, maar dan in een zeer godsdienstige jas. Zo vertelt een wandbord dat ""de staat tussenbeide kan komen in kwesties, die betrekking hebben op werk en op privé-bezit''.

De overheid moet de salarissen vaststellen om problemen tussen de werkgevers en de werknemers te voorkomen. De overheid mag ook de maximum-prijzen vaststellen van de eerste levensbehoeften om het leefniveau van de mensen te ondersteunen. Haast verontschuldigend stelt een tekst: ""Oorspronkelijk beperkte de islamitische wetgeving de prijzen niet. Maar om de koopkracht te handhaven, kan de staat prijsbeperkingen invoeren''.

Het doel is ""gelijkheid te creëren en onrecht te verhinderen''. Maar het betekent ook dat de overheid eigendommen kan vorderen. ""Als het nodig is, zal de staat een deel van het geld van de rijken nemen om tegemoet te komen aan de behoeftes van het volk.''

De islamitische staat streeft naar een corporatistisch model. Volgens de nog steeds gevangen FIS-leider, sjeik Abassi Madani ""staan de belangen van de arbeiders en van de werkgevers niet haaks op elkaar''. Vakbonden zijn dan ook niet nodig. Het UGTA, de overkoepelende vakcentrale van Algerije, moet verdwijnen. Maar de SIT (de Islamitische Arbeidersvakbond) kan blijven omdat die het marxistische principe van de klassenstrijd verwerpt.

In de islamitische staat kunnen de bestaande leerkrachten gewoon aanblijven onder een nieuw onderwijsprogramma. Ze worden nauwlettend gecontroleerd. Als ze het niet goed doen, worden ze ontslagen. Er komen geen koranscholen, want religie wordt op alle scholen een apart vak.

Het probleem van de schotelantennes die de Westerse cultuurinvloeden ongehinderd importeren, kan slechts langzaam via opvoeding worden aangepakt. Maar je kunt ze niet zo maar afsluiten. Want als iemand iets verbiedt, wil je het juist. Dus moet je zeggen: ""Dit is een goed programma, dat andere niet''. En er is altijd wel één figuur in het gezin die zegt: ""We zetten hem nu uit, want het is niet geschikt. En dan zullen de anderen naar hem luisteren.''

Bekeringsleger

Rekia besluit haar rondleiding met een bespiegeling over het leger van de islamitische staat: ""Men zou de mensen van het leger die op een bepaald niveau staan, de principes van de islam moeten bijbrengen. We moeten ook proberen specialisten te vinden om zelf wapens te produceren en niet langer van het buitenland afhankelijk te zijn. We moeten proberen het leger langzaam tot de islam te bekeren. We moeten ze ook de betekenis uitleggen van de oorspronkelijke Jihad, dat ze een bekeringsleger zijn, zoals ten tijde van de Profeet. Dat willen we allemaal via overreding doen. Het laatste wat we willen, is om te vuur en te zwaard te overreden.''

De Algerijnse socioloog Lahraoui Abdi denkt dat de islamitische staat uiteindelijk geen succes zal boeken ""door een paar handen af te hakken of de vrouwen het dragen van een doek op te leggen. Daarmee creëer je geen banen en wordt de woningnood niet opgelost. Het is ook niet de manier om van de buitenlandse schulden af te komen.'' Om die reden vindt hij de opkomst van het FIS geen ramp. ""Want soms is het wel eens goed om een stap terug in de geschiedenis te doen. Dan zou het de historische missie van het FIS zijn om de politiek en de religie in Algerije van elkaar te scheiden.''